Beroep mondhygiënist

De mondhygiënist richt zich primair op de preventie van gaatjes (cariës) in tanden en kiezen en op het voorkomen van tandvleesaandoeningen. Hiervoor doet de mondhygiënist onderzoek, maakt een behandelplan, geeft voorlichting en maakt tanden schoon.

Wat doet een mondhygiënist?

De mondhygiënist;

  • brengt de mondsituatie in kaart, screent op tandheelkundige afwijkingen en stelt een passend behandelplan op;
  • maakt gebitsafdrukken, doet bacterieel onderzoek en maakt (in opdracht van de tandarts) röntgenfoto’s;
  • geeft uitgebreide voorlichting over het ontstaan van cariës, tandvleesaandoeningen en het effect van voedingsgewoonten, roken en afwijkend mondgedrag (zoals duimen) op het gebit;
  • geeft voorlichting en instructies over gebitsverzorging, zoals het gebruik van tandenstokers, ragers en mondspoelmiddelen;
  • verwijdert plaque, tandsteen en aanslag en maakt worteloppervlakken glad, zo nodig met behulp van verdoving;
  • brengt gebitsbeschermende middelen aan, zoals fluoride;
  • brengt een ‘laklaag’ op tanden en/of kiezen aan, polijst vullingen en kan het gebit bleken;
  • vult kleine gaatjes, in opdracht van de tandarts;
  • bepaalt samen met de patiënt hoe zij hun hele leven lang een gezonde, schone mond kunnen hebben en houden!

Beschermde titel

De titel ‘mondhygiënist’ is een door de Wet BIG beschermde titel. Alleen wie een HBO-opleiding tot mondhygiënist met goed gevolg heeft afgerond, mag deze titel voeren.

Mag jouw mondhygiënist zich zo noemen? Bekijk het in het Diplomaregister Mondhygiënisten.

Beroepsprofiel

Meer informatie over de taken en bevoegdheden van de mondhygiënist in Nederland vind je in het beroepsprofiel mondhygiënist.

Samenwerking

Een mondhygiënist kan zowel zelfstandig als bij een tandarts werken.

Patiënten kunnen rechtstreeks een mondhygiënist bezoeken, zij hebben daarvoor geen verwijzing van de tandarts nodig. De tandarts kan patiënten wel verwijzen naar een mondhygiënist. De mondhygiënist kan de patiënt verwijzen naar de tandarts, voor taken die zij niet zelfstandig kan uitoefenen.