Wat leer je tijdens de opleiding tandartsassistent?

De opleiding is erg praktijkgericht. Alles wat je leert oefen je meteen in de praktijk. Na het behalen van je diploma kun je dus zo aan de slag. De opleiding bestaat uit een generiek deel en een beroepsspecifiek deel. Tot het generieke deel behoren de verplichte vakken Nederlands, Engels, Rekenen en Loopbaan en burgerschap. Het beroepsspecifieke deel richt zich op de kerntaken van de tandartsassistent: het uitvoeren van frontoffice taken, het assisteren bij en uitvoeren van tandheelkundige handelingen en het werken aan kwaliteit en deskundigheid.

Tijdens de opleiding leer je:

  • assisteren aan de stoel;
  • omgaan met verschillende patiëntgroepen;
  • zelfstandig uitvoeren van tandheelkundige handelingen;
  • voorlichten en adviseren;
  • organiseren, plannen en administreren.

In het kwalificatiedossier Tandartsassistent staat beschreven wat een leerling aan het eind van de opleiding moet kennen en kunnen. De onderwijsinstellingen gebruiken het kwalificatiedossier om hun onderwijs vorm te geven. Het kwalificatiedossier Tandartsassistent is onlangs vernieuwd en gaat in 2016 in. Het is gebaseerd op het onlangs vernieuwde beroepscompetentieprofiel van de tandartsassisten.

“De opleiding is leuk en je hebt er veel aan. Wat je leert, breng je direct in praktijk. In het begin kwam de stof best op me af en tijdens mijn eerste stage was ik onzeker. ‘Dat onthoud ik nooit’, dacht ik toen. Nonsens natuurlijk. Polijsten, sealen, afdrukken maken of noodkronen: ik draai er mijn hand niet meer voor om.”

Welke vooropleiding heb je nodig?

Toelating kan per regio en instelling verschillen. Over het algemeen heb je één van de onderstaande diploma’s nodig om toegelaten te worden:

  • een diploma VMBO kaderberoepsgerichte, gemengde of theoretische leerweg;
  • mbo-diploma niveau 2 of 3 van een vergelijkbare opleiding;
  • diploma LBO, VBO of MAVO waarbij alle examenvakken zijn afgelegd op tenminste c-niveau;
  • overgangsbewijs HAVO of VWO naar het derde/vierde leerjaar.

Monica Onbehauen (27), assisteert bij verschillende tandartsen en de kaakchirurg.
“Je hebt veel verschillende vakken en krijgt het beroep écht onder de knie. Tijdens de stages en praktijklessen leer je het assisteren. Want hoe goed je ook bent in de boeken, je moet het wél overbrengen. Het is hetzelfde als met autorijden. Je haalt je examen, maar leert het eenmaal op de weg pas goed.”