Filters

Een palatinale zwelling van het bovenfront

Een 25-jarige patiënt meldt tijdens het regulier tandheelkundig controlebezoek dat hij sinds enkele maanden een zwelling palatinaal van het bovenfront heeft. Hij ondervindt hiervan geen klachten. De patiënt is al jaren bekend met een paniekstoornis waarvoor hij paroxetine en oxazepam gebruikt.

Bij intra-oraal onderzoek wordt aan de palatinale zijde van de regio 12-23 een vast-aanvoelende zwelling gepalpeerd. De overliggende mucosa is normaal van kleur en intact. De zwelling is niet gevoelig bij palpatie. Er zijn geen verdiepte pockets en de gebitselementen van het bovenfront reageren vitaal op sensibiliteitstesten. Op een aanvullend vervaardigde panoramische en occlusale röntgenopname wordt een scherp begrensde, hartvormige, in de mediaanlijn tussen de radices van de 11 en 21 gelegen radiolucentie gezien die reikt tot aan de neusbodem. Er is geen wortelresorptie van de aangrenzende gebitselementen.

Wat is het?

Het klinisch-röntgenologische beeld past goed bij dat van een cyste van de ductus nasopalatinus. Een cyste van de ductus nasopalatinus wordt beschouwd als een niet-dentogene ontwikkelingscyste en ontstaat wanneer epitheliale resten van de in de canalis incisivus gelegen ductus nasopalatinus prolifereren en cysteus degenereren. De diagnose wordt meestal gesteld boven de leeftijd van 30 jaar en komt vaker voor bij mannen dan bij vrouwen. Meestal heeft een patiënt geen klachten en kan de cyste vele jaren onopgemerkt aanwezig zijn. Soms wordt de cyste klinisch opgemerkt door de aanwezigheid van een beperkte zwelling dorsaal van de papilla incisiva. De overliggende mucosa toont meestal geen afwijkingen en is normaal van kleur. 

Het röntgenologisch beeld wordt gekenmerkt door de aanwezigheid van een ronde of ovale, scherp begrensde in de mediaanlijn van de anterieure maxilla tussen en apicaal van de centrale bovenincisieven gelegen radiolucentie. Door overprojectie van de spina nasalis anterior en/of het neusseptum kan de cyste zich presenteren als een hartvormige radiolucentie. Door druk van de cyste op wortels van de centrale bovenincisieven kunnen deze een divergente stand aannemen. Wortelresorptie van de aangrenzende gebitselementen wordt echter zelden gezien. Bij een schuin ingeschoten solo-opname kan de cyste zich over de peri-apex van een centrale bovenincisief projecteren. Een positieve sensibiliteitstest en een doorlopende parodontale spleet sluiten een periapicaal granuloom of radiculaire cyste uit. 

Wat doe ik?

U verwijst de patiënt naar de mka-chirurg. In de huidige casus werd de voor cyste verdachte afwijking in algehele narcose geënucleëerd. Bij histopathologisch onderzoek werd het beeld gezien geheel passend bij dat van een cyste van de ductus nasopalatinus.

Literatuur: Barros CCDS, Santos HBP, Cavalcante IL, Rolim LSA, Pinto LP, de Souza LB. Clinical and histopathological features of nasopalatine duct cyst: A 47-year retrospective study and review of current concepts. J Craniomaxillofac Surg 2018; 46:264-268.

Professor dr. Jan de Visscher en dr. Erik van der Meij bespreken om en om elke editie in de rubriek 'Wat is dat nou?' van het Nederlands Tandartsenblad afwijkingen rond en in de mond. De nadruk ligt op het herkennen van de afwijking en het zo nodig behandelen ervan, of waar zinvol, verwijzing naar meestal de mka-chirurg. Bekijk alle afleveringen van 'Wat is dat nou?'