2030: de visie van de NVvP

18 april 2019

Hoe ziet de mondzorg eruit in 2030? In een serie interviews laat het NT de wetenschappelijke verenigingen hierover aan het woord. Voorzitter Monique Danser van de Nederlandse Vereniging voor Parodontologie (NVvP) hoopt dat in 2030 de samenhang tussen parodontitis en andere aandoeningen algemeen bekend is bij medici en het publiek.

1 In 2030 is de samenhang tussen parodontitis en systemische aandoeningen algemeen bekend

“Er wordt steeds meer gesproken en geschreven over de mogelijke samenhang tussen mondgezondheid en systemische aandoeningen als hart- en vaatziekten, kanker, luchtwegaandoeningen en de ziekte van Alzheimer. De NVvP heeft er via verschillende bladen, online en op televisie al de nodige aandacht aan besteed. We hebben nog niet onderzocht of patiënten er al meer over weten, maar ik hoop dat de samenhang in 2030 bij het publiek bekend is. Voor lifestyle factoren die een rol spelen bij systemische aandoeningen en ook bij parodontitis, zoals stress, gezonde voeding en bewegen, is ook in het algemeen steeds meer aandacht. Voor het grote publiek is er genoeg informatie voorhanden. Het is echter wel belangrijk om in de media duidelijk te maken dat het gaat om een samenhang tussen parodontitis en andere aandoeningen en niet om causale verbanden hiertussen. Of onze patiënten zich er meer bewust van zijn dan vroeger, is mij niet bekend. Het is in elk geval nog niet onderzocht.”

2 In 2030 verwijzen huisarts en medisch specialist patiënten met tandvleesproblemen tijdig naar de parodontoloog

“Het contact tussen medisch specialisten en parodontologen wordt steeds intensiever. Dat wil de NVvP ook bevorderen. Medisch specialisten zijn er nu beter van op de hoogte dat de mond een spiegel is voor de algehele gezondheid. We krijgen bij de sectie Parodontologie op ACTA – waar ik werk – de laatste jaren meer verwijzingen van huisartsen, cardiologen en internisten. Ik verwacht dat dit nog verder zal toenemen. Ik ben ook actief in het bestuur van de European Federation of Periodontology (EFP), waarvan ik binnenkort penningmeester word, en zie ook op Europees niveau dat er veel onderzoek wordt gedaan naar de samenhang tussen parodontitis en andere aandoeningen. Er zijn op dit gebied allerlei projecten gaande tussen de EFP en andere Europese verenigingen voor medisch specialisten, waaronder cardiologen en gynaecologen. Ook heeft de EFP allerlei informatieprojecten voor zowel publiek als voor zorgverleners, waardoor er vaker gedacht wordt aan de inzet van een parodontoloog bij aandoeningen. In de opleiding geneeskunde is er nog weinig aandacht voor parodontitis en het verband met andere ziekten. Bij ACTA onderzoeken we nu hoe we van de huisarts meer aandacht kunnen krijgen voor mondgezondheid. Bijvoorbeeld met specifieke vragenlijsten waarmee deze de mondgezondheid van een patiënt kan checken. Aan de hand hiervan kan de huisarts de patiënt er bij sommige aandoeningen op wijzen dat hij ook zijn mondgezondheid extra goed op orde moet houden. Het zou mooi zijn als deze vorm van primaire preventie over een aantal jaren realiteit wordt en onder de basisverzekering zou komen te vallen. Momenteel wordt op ACTA voor diabetespatiënten zo’n mondzorgchecklist voor de huisarts ontwikkeld.”

3 Slimme oplossingen zorgen er in 2030 voor dat paroproblemen sneller worden ontdekt en voorkomen

“Ik denk dat het meest simpele en goedkope instrument om paroproblemen te ontdekken nog steeds de paroscreening door de tandarts is, de DPSI-score. Ik kan me wel voorstellen dat een speekseltest om paroproblemen te ontdekken voor medisch specialisten een eenvoudiger instrument is, evenals bijvoorbeeld vragenlijsten. Voor tandartsen zou het eigenlijk net andersom kunnen zijn: zij zouden speekseltesten, bloedruk meten of een vingerprik kunnen gebruiken om bijvoorbeeld te screenen op risicofactoren voor diabetes of hart- en vaataandoeningen. De Europese vereniging voor cardiologie zou graag willen dat tandartsen bij patiënten standaard de bloeddruk meten. En slimmere tandenborstels die zelfstandig het gebit supersnel poetsen? Die ontwikkeling staat nog in de kinderschoenen, er zitten nog haken en ogen aan. Voor ouderen zou dit een welkome tool zijn. Zeker voor ouderen in verpleegtehuizen die zelf niet meer kunnen poetsen en waar het personeel weinig tijd heeft. Misschien is dit in 2030 wel het geval.”

4 In 2030 zijn de NVOI en NVvP samengegaan

“Dat verwacht ik niet. Misschien dat implantologie in 2030 niet eens meer als apart vakgebied bestaat. Het zou zomaar kunnen dat implantologie steeds meer onderdeel wordt van de restauratieve prothetische tandheelkunde. Eenvoudige implantaatvervangingen worden dan door de algemeen practicus gedaan en ingewikkelde implantologische ingrepen – zoals bij agenesieën en trauma – door een mka-chirurg. Het plaatsen van implantaten bij patiënten met een parodontitisverleden of de behandeling van peri-implantitis, bijzonder lastig en onvoorspelbaar, zijn het beste af bij de parodontoloog. Cijfers tonen aan dat peri-implantitis op den duur bij 15 tot 30 procent van de implantaat-patiënten voorkomt. Hoe recenter de publicatie, hoe hoger de frequentie… De nazorg van een implantaat is erg belangrijk. Dit moet gedaan worden door degene die het heeft geplaatst, of door de eigen tandarts.”

5 In 2030 is de NVvP-voorzitter een mondhygiënist

“Dat is wat onwaarschijnlijk. Een belangrijk speerpunt voor de NVvP is het promoten van de teambenadering van de parobehandeling. Daar horen, naast tandarts en parodontoloog, ook de preventie-assistent en mondhygiënist bij, en ook andere tandheelkundige specialisten. Belangrijk vind ik dat de regie in het team bij één persoon blijft: de tandarts-algemeen practicus. Verder is de NVvP een wetenschappelijke vereniging, waarvan mijns inziens de voorzitter inhoudelijk van alle markten thuis moet zijn. Dus kennis moet hebben van chirurgie, de restauratieve kant, de diagnostiek... De mondhygiënist beheerst slechts één deel van dat speelveld, de tandarts is de allrounder. Dus moet deze – of een parodontoloog – voorzitter van de NVvP zijn. Het is wel heel belangrijk dat er altijd een mondhygiënist in het bestuur zit, wat overigens al vanaf 2007 het geval is. De NVvP heeft zo’n tweeduizend leden, van wie de ene helft tandarts is, onder wie 88 parodontologen, en de andere helft mondhygiënist of student tandheelkunde. Maar we zouden graag nog wat meer jonge leden hebben bij de vereniging.”

6 De Dag van het Tandvlees is in 2030 overbodig geworden

“Dat denk ik niet. Nog steeds zijn er mensen die echt vatbaar zijn voor ernstige parodontitis. Die aanleg is in 2030 niet veranderd. Nu de levensverwachting steeds hoger is en de maatschappij vergrijst, neemt het aantal mensen met tandvleesproblemen toe. Het is daarom goed om één keer per jaar publiekelijk te wijzen op het belang van gezond tandvlees. Mensen zijn zich nog steeds onvoldoende bewust van de ernst van tandvleesproblemen en wat ze eraan kunnen doen. Bij een gezonde levensstijl hoort ook aandacht voor gezond tandvlees. Het is goed om iedereen daar jaarlijks aan te herinneren”

Dag van het Tandvlees

Op 16 mei vindt voor de derde keer de Dag van het Tandvlees plaats, een initiatief van de European Federation of Periodontology. Net als in 2018 heeft de NVvP geregeld dat mensen hun tandvlees kunnen laten checken in de tandartsbus van Defensie. Deze staat ditmaal op het Buikerslotermeerplein in Amsterdam. Ook kunnen mensen in zeker zestig tandartspraktijken gratis hun tandvlees laten controleren. Praktijken kunnen zich hier nog steeds voor aanmelden: www.nvvp.org. Na aanmelding krijgt de praktijk een pakket met posters, DPSI-formulieren en monsters tandpasta. Nieuw dit jaar is dat drogisterijketen Etos in de Dag van het Tandvlees participeert

Tekst: Karel Gosselink // beeld: Rob ter Bekke

Lees meer over: Mondzorg 2030

0 reacties op 2030: de visie van de NVvP