Beklaagdenbank: afwijken van het zorgplan

20 mei 2019

Het is zo verleidelijk, van het met de patiënt besproken zorgplan afwijken omdat er achteraf toch een betere oplossing is.  Maar dat zul je dan wel opnieuw met die patiënt moeten bespreken, vinden zowel het RTG als het CTG.

Klagers dochter miste twee snijtanden in de bovenkaak en had daar ook een fors ruimteoverschot. Op 17 augustus 2015 heeft de orthodontist daarom in overleg met klager een zorgplan gemaakt. Gedurende de behandeling heeft de orthodontist zonder daarover met klager te overleggen besloten voor een andere – wel besproken maar niet gekozen – optie te gaan: het volledig sluiten van de ruimtes. Klager heeft daarop in september 2016 bij de KNMT een klacht over de orthodontist ingediend. Deze betrof ook onbevredigende communicatie en het weigeren van het beantwoorden van vragen. Op 23 maart 2017 deed de Centrale Klachtencommissie (CKC) van de KNMT aan de orthodontist de aanbevelingen haar verslaglegging verbeteren en daarin het informed consent en de afspraken bij gewijzigd beleid op te nemen. Klager diende vervolgens een klacht in bij het Regionaal Tuchtcollege (RTG) omdat de orthodontist zich na de fout en de klachtenprocedure niet professioneel en dienstvaardig had opgesteld en geen excuses heeft gemaakt. Ook zijn relevante stukken (te) laat aan klager overgedragen.

Overwegingen RTG

Dat de orthodontist de behandeling zelfstandig heeft aangepast, staat niet in het dossier. Ook staat daar niet in dat ze er met klager over heeft gecommuniceerd. Hiermee heeft de orthodontist in strijd gehandeld met het informed consent als bedoeld in artikel 7:450 BW en tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld. De klachtencommissie van de KNMT heeft de orthodontist al op dat vlak al aanbevelingen gedaan. Per brief heeft de orthodontist aan het CKC verslag gedaan van de door haar genomen maatregelen. De orthodontist heeft de brief op verzoek van het CKC ook aan klager gestuurd.

Nadat klager vernam dat de oorspronkelijke behandeling was gewijzigd, heeft hij per e-mail contact gezocht met de praktijk van de orthodontist met het voorstel daarover te praten. Er zijn van beide kanten verschillende voorstellen voor een datum gedaan, maar óf klager óf de orthodontist was verhinderd. In een telefonisch contact op 1 september 2016 is de communicatie dermate uit de hand gelopen, dat klager het vertrouwen in de orthodontist verloor. Op 6 september 2016 heeft orthodontist in een brief aan klager uitgelegd hoe zij tot de andere behandeling is gekomen en heeft zij beaamd dat zij dit aan klager had moeten uitleggen. Een week later schrijft zij in een e-mail onder meer: “Door uw boosheid en, laat ik maar zeggen, de directieve toonzetting voel ik weinig genegenheid verder met u te corresponderen.” De orthodontist wijst in de e-mail ook op de klachtenregeling waarbij zij is aangesloten.

Dit overziend concludeert het RTG dat de orthodontist geen verwijt kan worden gemaakt over de ‘gestoorde’ communicatie, waarin ook klager immers zijn aandeel heeft gehad. Ook dat orthodontist na de procedure bij de klachtencommissie geen excuses heeft aangeboden kan haar volgens het RTG niet tuchtrechtelijk verweten worden. Het RTG ziet niet in op welke grondslag dat na het beëindigen van de behandelrelatie nog zou moeten gebeuren.

Nadat de behandelrelatie door klager was beëindigd, heeft de orthodontist de medische stukken aan klager gezonden, op één brief na. Het RTG constateert dat dit een gebruikelijke brief betreft van de behandelend orthodontist aan de behandelend tandarts. Het feit dat deze brief niet is overgelegd tegelijk met de andere medische stukken is misschien ongelukkig en niet nodig geweest, maar niet dermate ernstig dat orthodontist hiermee tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld.

Beslissing RTG

Het RTG legt de orthodontist een waarschuwing op.

Beoordeling CTG

De orthodontist tekent beroep aan tegen de beslissing van het RTG. Volgens haar heeft het RTG de klacht te ruim opgevat en is zij buiten de grenzen getreden die worden aangegeven in artikel 16 van het Tuchtrechtbesluit BIG. Volgens het CTG echter mocht het RTG de klacht zo ruim opvatten als zij heeft gedaan. Klager heeft in zijn klaagschrift uitdrukkelijk geschreven dat het feit dat zijn dochter een behandeling heeft gekregen die door hem als optie was verworpen, aan zijn klacht ten grondslag ligt. Deze klacht is ook bij de mondelinge behandeling aan de orde gekomen. Gelet hierop mocht het RTG onder de klacht van klager ook verstaan de klacht over het niet (goed) communiceren over de wijziging in het behandelplan. Ook betwist de orthodontist dat zij tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld en maakt zij bezwaar tegen de aan haar opgelegde maatregel. Volgens het RTG bestond er informed consent over het behandelplan en is de orthodontist hier zonder daarover te communiceren vanaf geweken. In zoverre acht het CTG de klacht van klager gegrond. Het gebrek aan schriftelijke communicatie echter weegt in dit geval volgens het CTG tuchtrechtelijk niet zodanig zwaar dat het opleggen van een maatregel gerechtvaardigd is. Ook al omdat de orthodontist al in een brief heeft toegegeven dat zij het afwijken met klager en zijn dochter had moeten communiceren én maatregelen heeft getroffen om deze fout in de toekomst te voorkomen. Tot slot acht het CTG het van belang dat met de gewijzigde behandeling, namelijk het geheel sluiten van de bovenkaak, het meest ideale behandeldoel en eindresultaat werd bereikt. Onder deze omstandigheden heeft het opleggen van een tuchtrechtelijke maatregel geen meerwaarde.

Beslissing

Het CTG vernietigt de beslissing voor zover daarbij aan de orthodontist een waarschuwing is opgelegd en legt geen nieuwe tuchtmaatregel op.

Commentaar

Het was fout de verandering van het behandelingsplan niet te communiceren naar de klager, daarover zijn de orthodontist, de klager, het Regionaal en het Centraal Tuchtcollege het eens. Wat interessant aan deze casus is, is dat de klacht deels gaat over de reactie op een klacht. Wat uit de uitspraak blijkt, is dat de orthodontist gelijk krijgt dat zij niet het gesprek geheel op de voorwaarden van de klager hoeft aan te gaan. Zo stelt het CTG dat zij niet verwijtbaar heeft gehandeld door te weigeren vragen eerst schriftelijk te beantwoorden. Het RTG heeft hiervoor al geconstateerd dat de klager ook een aandeel in het verstoord raken van de communicatie heeft gehad en dat de orthodontist geen tuchtrechtelijk verwijt treft omtrent de communicatie.

Waar we in het NT van april de effecten van een niet berouwvolle houding op de strafmaat zagen, zien we deze keer de effecten van een positieve omgang met een klacht. De orthodontist heeft haar ongelijk toegegeven en structurele veranderingen in haar praktijkvoering aangebracht die met de klager en klachtencommissie zijn gecommuniceerd. Dit wordt door het CTG beloond met het schrappen van de maatregel die het regionaal tuchtcollege werd opgelegd.

Ik ben benieuwd wat er gebeurd zou zijn wanneer de orthodontist initieel wel in staat was geweest om het gesprek aan te gaan met de boze vader. Door de zure appel heen bijten en wat tijd investeren in boze patiënten, ook al hebben ze misschien geen gelijk, bespaart je vaak veel ellende. NT

Mr. Marieke Brands is consultant hoofd/halschirurg, Queen Elizabeth University Hospital, Glasgow (UK).

Deze rubriek bevat samenvattingen van uitspraken van de regionale Tuchtcolleges en het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg en de Geschilleninstantie Mondzorg. Iedere samenvatting wordt van commentaar voorzien door een onafhankelijk deskundige

Total votes: 2
Lees meer over: Beklaagdenbank (NT)

0 reacties op Beklaagdenbank: afwijken van het zorgplan