facebook

Beklaagdenbank: Bevoegdheid orthodontie geschrapt

Profile picture for user Evert Berkel
Evert
Berkel
5 minuten
Beklaagdenbank
Klager verwijt de tandarts dat die bij de behandeling van zijn zoon vooraf geen behandelplan maar alleen een kostenraming heeft opgesteld en niet met hen heeft overlegd over de behandelmogelijkheden en de voor- en nadelen daarvan. Ook heeft hij een onvolledige en onjuiste behandeling toegepast.

Overwegingen Regionaal Tuchtcollege

Gelet op het bepaalde in art. 7:448 BW had de tandarts de door hem zelf in ogenschouw genomen behandelalternatieven en de voor- en nadelen daarvan met klager en zijn zoon moeten bespreken. Klager betwist uitdrukkelijk dat dit is gebeurd en in het medisch dossier van de zoon wordt er op geen enkele wijze melding van gemaakt. Het RTG kan dus niet vaststellen dat klager is geïnformeerd. Ook diende de tandarts een behandelplan voor de zoon op te stellen.

Een schriftelijk behandelplan ontbreekt echter en ook in het dossier ontbreekt informatie daarover. Het verweer van de tandarts dat hij wel een behandelplan had gemaakt, treft dus geen doel. Hij had zich er ook van moeten vergewissen of klager en zijn zoon de door hem (gestelde maar door klager betwiste) aan hen verstrekte informatie hadden begrepen. In hoeverre de tandarts aan die verplichting heeft voldaan is evenmin komen vast te staan.

De tandarts heeft erkend dat hij – doelbewust – veel lijm gebruikt bij het plaatsen van brackets. De tandarts stelt altijd bang te zijn voor ontkalkingen die zichtbaar worden bij het verwijderen van de brackets. Hij kiest er daarom voor kort en alleen op de plaats van de bracket te etsen en daar omheen conditioner en primer aan te brengen. Voor een leek lijkt het alsof er teveel cement is aangebracht. Als patiënten eenmaal aan de brackets gewend zijn, verwijdert de tandarts het extra cement.

Het RTG stelt vast dat voornoemde werkwijze van de tandarts afwijkt van de professionele standaard. Weliswaar kan, gemotiveerd en in het dossier genoteerd, onder omstandigheden afwijking van de professionele standaard verdedigbaar zijn, maar dergelijke omstandigheden zijn in deze zaak niet aan de orde. De tandarts heeft ter zitting verklaard dat hij ten onrechte een bracket op element 85, een melkelement dat hij wilde behouden, heeft geplaatst. Uit de door de tandarts gemaakte foto’s blijkt dat deze bracket ook nog eens scheef is geplaatst. Dit is door de tandarts erkend, met daarbij de kanttekening dat hij dit op een later moment had willen herstellen. Volgens het RTG had dit echter zo snel mogelijk moeten gebeuren.

Ook heeft de tandarts klager en zoon ten onrechte niet gewezen op de mogelijkheid van een kaakosteotomie. Hoewel niet met zekerheid kan worden vastgesteld dat de gebitsafwijking met een beugel niet afdoende kon worden gecorrigeerd en de tandarts niet de kans heeft gehad dit te bewijzen, acht het college de kans op succes van de door de tandarts toegepaste behandeling zeer gering. Een kaakosteotomie had in ieder geval moeten worden besproken als eventuele oplossing bij onvoldoende succes of als keuze in de plaats van een beugelbehandeling zonder operatie.

De zoon mist in aanleg twee blijvende kiezen in de onderkaak. Er is door de tandarts nooit benoemd of besproken wat hiermee moet gebeuren. Wanneer er voor wordt gekozen om melkkiezen, waar geen opvolger voor is, zo lang mogelijk te handhaven dan is het zeker dat op enig moment (zij het wellicht over lange tijd) de melkkiezen verloren zullen gaan. Het is daarom noodzakelijk om dit scenario mee te nemen in de behandelplanning en bespreking van de behandeling met de patiënt.

Het is het RTG gebleken dat de door de tandarts ingezette behandeling van de zoon, die op het moment van de behandeling pas zestien jaar was, niet tot een correctie van de aanwezige skelettale discrepantie had kunnen leiden, dat de ingezette behandeling op de door klager aangegeven punten onjuist is toegepast en dat de tandarts zijn informatieplicht en dossierplicht heeft geschonden.

Het betrof hier een ingewikkelde casus, waarbij het vereiste inzicht bij de tandarts ontbrak en nog altijd ontbreekt. De tandarts heeft voorts onjuiste, niet vakinhoudelijke overwegingen gehanteerd bij zijn afweging voor de toe te passen behandeling. Chirurgisch ingrijpen bij een kind van zestien is, indien dit de enige/beste wijze tot het gewenste resultaat is, niet zielig, maar juist zeer wenselijk. Het maken van dergelijke afwegingen, baart het college grote zorgen. Het college weegt ten slotte mee dat de tandarts geen enkel inzicht heeft getoond in zijn handelen. Dit alles maakt dat het college er onvoldoende vertrouwen in heeft dat de tandarts in de toekomst het vak orthodontie op bekwame wijze zal uitoefenen.

Beslissing

Het RTG verklaart de klacht gegrond en ontzegt de tandarts de bevoegdheid om het beroep van tandarts uit te oefenen voor zover het de orthodontie betreft. 

Mijn advies: in beroep!

"Nou nou, het RTG trek fel van leer in deze uitspraak. Er had namelijk bij deze zestienjarige jongen een kaakoperatie overwogen moeten worden. Mij is niet duidelijk of dat volgens het RTG ook op die leeftijd al moest gebeuren. Een nog niet uitgegroeide puber opereren is, naar ik begreep, niet gebruikelijk.

Feit is dat de tandarts hier niet kan bewijzen dat de optie van een operatie met de patiënt en diens ouders is besproken. De ouders stellen bovendien dat er zelfs geen behandelvoorstel met alternatieven is besproken. De tandarts betoogt dat hij dat allemaal wel heeft gedaan. Maar omdat er geen bewijs is, dus geen aantekening in het dossier en geen schriftelijke informatie behalve een kostenraming, wordt dat vanzelfsprekend als tuchtrechtelijk verwijtbaar beoordeeld. Een veroordeling is dus op zijn plaats, maar welke? In dit geval ontzegt het RTG de tandarts de bevoegdheid orthodontie te mogen bedrijven.

Maar zijn de fouten op orthodontisch gebied dan zo ernstig? Er is er te veel lijm gebruikt. Dat klinkt niet als een werkwijze die blijvende schade met zich meebrengt. De overige geconstateerde tekortkomingen betreffen de plaats en richting van de aangebrachte brackets. Die hebben geen blijvende schade berokkend en zijn ook erkend door de tandarts, dus op dat punt een mea culpa van de tandarts.

De kern van de zaak is dat de tandarts geen blijk heeft gegeven van onderkenning van de onderliggende complexe (skeletale) problematiek. Dat mag het RTG zeker zorgen baren, maar een waarschuwing of berisping zou mijns inziens voldoende zijn geweest. Het betreft een ‘first offender’, en er is geen blijvende schade. Als ik in zijn situatie zou verkeren, dan zou ik in beroep gaan. Dan geldt natuurlijk wel dat je bekwaam moet zijn in de orthodontie wil je die discipline mogen uitvoeren. Deze tandarts zal in een eventuele beroepsprocedure dus moeten aantonen dat zijn kennis op het gebied van de orthodontie voldoende is. Is dat het geval, dan verwacht ik dat het Centraal Tuchtcollege milder zal oordelen."

Mona de Vries-Meijer is letselschadeadvocaat en heeft tevens tandheelkunde gestudeerd (vrij doctoraal 1992). Deze rubriek bevat samenvattingen van uitspraken van de Centrale Klachtencommissie van de KNMT, de Regionale Tuchtcolleges en het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg en de Geschilleninstantie Mondzorg. Iedere samenvatting wordt van commentaar voorzien door een onafhankelijk deskundige.

tuchtrechtspraak
Beklaagdenbank (NT)

Recent nieuws

Advertentie

Adhese Universal VivaPen; drievoudige efficiency

Adhese Universal VivaPen; drievoudige efficiency

Ivoclar Vivadent presenteert een nieuwe generatie van de Adhese Universal in stiftvorm met een modern en gebruikersvriendelijk design. Dankzij de nieuwe, efficiënte versie van de VivaPen zijn maximaal driemaal meer applicaties per ml-inhoud mogelijk in vergelijking met conventionele flesapplicaties.

Ontdek de nieuwe Adhese Universal VivaPen