Beklaagdenbank: een weggestemde verbouwing

14 maart 2019

Een tandarts krijgt een probleem met de Vereniging van Eigenaren (VvE) van het pand waar zijn praktijk is gevestigd. Daarop besluit hij de voorzitter van die VvE, die patiënt bij hem is, niet langer te willen behandelen. Wat vindt het Regionaal Tuchtcollege Amsterdam daarvan?

Klacht

Volgens klager heeft de tandarts de behandelingsovereenkomst met haar opgezegd zonder dat daar zwaarwegende redenen aan ten grondslag lagen. Dit besluit wordt door klager gekwalificeerd als onprofessioneel, disproportioneel en onnodig. De praktijk van de tandarts is gevestigd in een gebouw dat eigendom is van de leden van een Vereniging van Eigenaren (VvE). Klager is voorzitter van het bestuur van deze VvE en vanaf 2004 tot juni 2018 patiënt bij de tandarts. Op 22 januari 2018 stuurde de tandarts een brief naar de VvE met de vraag om toestemming voor een verbouwing van haar praktijk. Tijdens de Algemene Ledenvergadering van de VvE op 31 mei 2018, waarbij klager als voorzitter optrad, is het verbouwingsverzoek besproken en in stemming gebracht. De verbouwing zou onder meer inhouden dat dragende muren met daarboven vier etages zouden moeten worden doorbroken, wat volgens het VvE-bestuur niet zou mogen. Mochten er door de verbouwing problemen als scheuren en verzakkingen ontstaan, dan is en blijft de VvE daarvoor financieel verantwoordelijk. Het verzoek van de tandarts werd daarop met 1 stem voor en 75 tegen weggestemd. Op 25 juni 2018 zegde de tandarts per e-mail de behandelrelatie met klager op: “Gezien de recente ontwikkelingen omtrent mijn verbouwing en uw rol daarin in het geheel, met name tijdens de behandeling van mijn agendapunt in de ALV, kan ik niet anders dan doen besluiten u niet langer als patiënt in mijn praktijk te behandelen.”

Beoordeling

Tussen klager en tandarts is een behandelingsovereenkomst in de zin van het Burgerlijk Wetboek tot stand gekomen. Voor een dergelijke overeenkomst geldt dat op grond van artikel 7:460 BW een hulpverlener behoudens gewichtige redenen de behandelingsovereenkomst niet kan opzeggen. Voorts heeft de Koninklijke Nederlandsche Maatschappij tot Bevordering der Geneeskunst (KNMG) in zijn richtlijn ‘Niet-aangaan of beëindiging van de geneeskundige behandelingsovereenkomst’ van 2005 een aantal zorgvuldigheidseisen geformuleerd die de behandelend arts in acht moet nemen bij het beëindigen van de behandelingsovereenkomst. Zo dient de behandelend arts eerst te waarschuwen voordat hij tot beëindiging van de behandelingsovereenkomst kan overgaan, dient hij een redelijke termijn voor die beëindiging in acht te nemen en dient hij te helpen bij het zoeken naar een andere arts. In de notitie “Het beëindigen of niet-aangaan van een behandelingsovereenkomst” van de Koninklijke Nederlandse Maatschappij tot Bevordering der Tandheelkunde (KNMT) staan soortgelijke eisen. Een vertrouwensbreuk, als hier door de tandarts ervaren, kan een gewichtige reden opleveren op basis waarvan de behandelingsovereenkomst kan worden opgezegd. Weliswaar mag van een professionele hulpverlener worden verwacht dat hij de relatie met zijn patiënt niet laat beïnvloeden door een onderling zakelijk geschil, maar in dit geval stond er voor de tandarts veel op het spel. Zij wenste haar praktijk uit te breiden terwijl klager, als voorzitter van de VvE, de belangen van die VvE behartigde. Deze belangenverstrengeling heeft tot gevolg gehad dat de tandarts zich niet langer in staat acht te om op basis van wederzijds vertrouwen de zorg aan klager te leveren op de manier die zij voorstond, wat een voldoende gewichtige reden opleverde om de behandelrelatie te kunnen beëindigen. Bij de beëindiging heeft de tandarts volgens het RTG echter niet voldaan aan de door haar in acht te nemen zorgvuldigheidsregels. Zij heeft weliswaar wel een redelijke termijn voor beëindiging van de behandelingsovereenkomst in acht genomen, een collega tandarts aanbevolen en zich beschikbaar gehouden voor tandheelkundige spoedklachten, maar heeft nagelaten om, alvorens tot daadwerkelijke beëindiging over te gaan, met klager te overleggen over de gerezen problemen, te onderzoeken of deze waren te verhelpen en klager te waarschuwen dat opzegging dreigde. Het RTG vindt zodoende dat de tandarts in de gegeven omstandigheden de behandelingsovereenkomst niet op zorgvuldige wijze heeft beëindigd. Het RTG houdt bij het bepalen van de maatregel wel rekening met het feit dat de tandarts op de zitting begrip heeft getoond voor de klacht van klager en bovendien inzicht heeft getoond in de onjuistheid van haar handelen. Ook heeft zij het college overtuigd van haar goede bedoelingen in deze zaak door na de door haar als onaangenaam ervaren ledenvergadering telefonisch advies in te winnen bij haar beroepsorganisatie.

Beslissing

Het RTG verklaart de klacht gegrond en legt de tandarts een waarschuwing op.

Commentaar

Een invoelbare casus. De tandarts wordt, ook om begrijpelijke redenen, een essentiële verbouwing aan haar praktijk geweigerd door de VvE. De tandarts ziet dit als vertrouwensbreuk en vindt dat ze de klager als voorzitter van de VvE geen goede mondzorg meer kan leveren. De behandelingsovereenkomst kan alleen bij gewichtige reden worden verbroken, verstoring van de vertrouwensband is hier een van. Dit is normaliter gelegen in zaken die gerelateerd zijn aan de behandeling zoals een meningsverschil over de te kiezen behandeling. In dit geval is de verstoring van de vertrouwensband gebaseerd op een wat minder gebruikelijke reden, namelijk een zakelijk geschil. Doorgaans nemen tuchtcolleges aan dat van een tandarts verwacht mag worden dat hij als professional zich niet laat leiden door persoonlijke antipathieën tegen de patiënt. In dit geval vindt echter een belangenafweging plaats, waarbij het tuchtcollege van mening is dat de VvE de tandarts in een dermate zwaarwegend belang had geschaad, dat dit een gewichtige reden vormde om de behandelingsrelatie met de voorzitter van de VvE te beëindigen. Als een zorgverlener de behandelingsovereenkomst wil opzeggen, moet dit ook met de nodige zorgvuldigheid omkleed gaan, en dat is het onderwerp waar de tandarts op gecorrigeerd wordt. De rode draad in de jurisprudentie is, dat een zorgvuldige opzegging niet opeens wordt gedaan, maar na een of meerdere waarschuwingen aan de patiënt, waarbij duidelijk moet worden besproken dat de behandelingsovereenkomst opgezegd gaat worden als het gedrag blijft bestaan. Aan andere zorgvuldigheidsvereisten zoals het adviseren van een nieuwe tandarts en het beschikbaar blijven voor spoedgevallen heeft de tandarts overigens keurig voldaan. Deze casus laat ons weer zien dat een zorgvuldige communicatie en blíjven communiceren van groot belang is. Het uitspreken van irritaties alvorens de behandelingsovereenkomst te verbreken had in dit geval waarschijnlijk een klacht voorkomen.

Mr. Marieke Brands is fellow hoofd/halschirurgie, Queen Elizabeth University Hospital, Glasgow (UK).

Deze rubriek bevat samenvattingen van uitspraken van de centrale klachtencommissie van de KNMT, de Regionale Tuchtcolleges en het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg en de Geschilleninstantie Mondzorg. Iedere samenvatting wordt van commentaar voorzien door een onafhankelijk deskundige.

Lees meer over: Beklaagdenbank (NT)

0 reacties op Beklaagdenbank: een weggestemde verbouwing