Bente: Dagboek van een tandarts - deel 9

17 oktober 2019

Bente van Leeuwen (28) werkt sinds vier jaar als tandarts. Ze houdt van fotograferen, cactussen en haar patiënten (meestal).

Zaterdag

Zodra ik de praktijk binnenloop begin ik keihard te zingen. Mocht er een indringer zijn, dan slaat ie vast op de vlucht. Nadat ik alle lichten heb aangeknipt, start ik mijn computer op en wacht op de eerste patiënt. Kim zou vanavond assisteren maar ze belde op het laatste moment af: koorts, rillingen, hoesten. Hopelijk blijft het rustig en kan ik een paar afleveringen La Casa de Papel bekijken.

Het loopt totaal anders. Eerst doe ik een lastige extractie, daarna krijg ik een vrouw in mijn stoel die een abces heeft en huilt van de pijn. Normaal vind ik gecompliceerde gevallen leuk, maar liever niet tijdens de weekenddienst. Dadelijk ben ik tot diep in de nacht bezig. Ik doe een endo als ik een man hoor brullen: “Wordt hier verdomme nog eens iemand geholpen?”

“Ik moet even gaan kijken,” zeg ik tegen de patiënt.

Voor de balie staat een man van minstens 120 kilo met een bebloede kin. “Ik ben van de fiets gevallen.” Met een enorme hand waarop zwarte vegen zitten, wijst hij een gat in zijn mond aan. De alcoholwalm komt me tegemoet.

Op de bank zitten drie patiënten me afwachtend aan te kijken: laat de tandarts deze dronken kerel voorgaan? Met overslaande stem zeg ik: “Iedereen moet op zijn beurt wachten. Neemt u plaats, ik kom zo snel mogelijk bij u.”

“Ik heb pijn!” Hij slaat op de balie terwijl hij een stap in mijn richting zet.

In een flits zie ik voor me hoe hij me bij de revers van mijn witte doktersjas pakt, omhoog tilt en heen en weer schudt als een lappenpop. “Ga zitten!” krijs ik.

Dan zegt een rustige stem: “Meneer, u kunt kiezen: u wacht op uw beurt. Of u vertrekt weer.” Ik draai me om en zie Mark staan. Ik kan hem wel omhelzen, zo opgelucht ben ik. “Kim belde dat je er alleen voor stond en of ik kon inspringen,” zegt hij. “Ik help je wel even.”

Met z’n tweeën kunnen we het makkelijk aan en tegen twaalven loopt de laatste patiënt de praktijk uit. “Zullen we nog wat gaan drinken?” stel ik voor.

Even later zitten we in een hip café, allebei gekleed in een comfi joggingbroek. We praten na over de weekenddienst, over Julie die vier uur per week therapeutisch aan het werk is, en dan breng ik ons gesprek op ons mislukte zeiluitje. “Sorry dat ik het zo verpestte. Ik was echt kotsmisselijk.”

Hij trekt zijn wenkbrauwen op. “Ik ben blij dat je het zegt. Ik dacht eigenlijk dat je het gewoon niet leuk vond.”

“Tuurlijk wel, ik bedoel niet het zeilen, maar wel…” En dan buigt hij zich voorover en kust me zacht op mijn lippen.

Tekst: Maartje Fleur // Beeld: Joost Reijmers

Total votes: 12
Lees meer over: Bente

0 reacties op Bente: Dagboek van een tandarts - deel 9