De gebitssituatie onder ouderen

20 augustus 2019

Met haar onderzoek wilde ACTA-student Leonie Pereboom de huidige prevalentie van uitneembare tandprotheses bij Nederlandse ouderen analyseren en de prognose van deze prevalentie voor het jaar 2040 te bepalen. Of dat gelukt is? U leest het hier.

Het onderzoek van Leonie Pereboom naar de huidige prevalentie van uitneembare tandprotheses bij Nederlandse ouderen en de prognose van deze prevalentie voor het jaar 2040 is één van de vijf genomineerde inzendingen voor de NT-GSK Bachelorscriptie Award 2019. Het onderzoek is gedaan in Amsterdam en werd begeleid door Martijn Rosema en Monique Danser. 

In Nederland is sprake van een vergrijzende bevolking. De groep van 65 jaar en ouder zal groeien van 3,2 miljoen mensen in 2018 naar 4,6 miljoen in 2040. Door de groeiende zorgvraag zal dit merkbaar zijn in de reguliere tandartspraktijken en binnen zorginstellingen. Al geruime tijd schiet de dagelijkse mondverzorging bij ouderen tekort. Een slechte mondsituatie kan grote problemen geven in het dagelijks leven: belemmeringen bij eten of praten hebben namelijk consequenties voor de algemene gezondheid en sociale interactie. Projecten zoals ‘De mond niet vergeten!’, opgezet door onder andere KNMT, SBT, IDé, ACTA en VU, laten zien dat dit een erkend probleem is.

Innovatie voor verandering

Vaak wordt in de zorg pas actie ondernomen wanneer er een oplossing nodig is. Hierdoor lopen ontwikkelingen in de zorg nogal eens achter op de verandering in de praktijk. Er is dus winst te behalen door innovatie in gang te zetten nog vóórdat een verandering in de praktijk of bij patiënten zelf merkbaar is. Technische ontwikkelingen, implementatie en acceptatie van nieuwe methoden kosten in de praktijk doorgaans veel tijd. Goede prognoses kunnen zeer waardevol zijn voor de tandheelkunde door te anticiperen op te toekomst. Hierdoor zouden mogelijke problemen in de mondzorg, bijvoorbeeld bij de nieuwe generatie Nederlandse ouderen, al ondervangen kunnen worden nog voordat deze daadwerkelijk klachten veroorzaken of voor hogere kosten zorgen.

Prevalentie analyseren en prognose bepalen

De toekomstige zorgvraag wat betreft de mondzorg bij ouderen blijft echter lastig te kwantificeren, omdat nooit eerder een goede inschatting is gemaakt van de gebitssituatie bij ouderen in de toekomst. Het doel van dit onderzoek is daarom om de huidige prevalentie van uitneembare tandprotheses bij Nederlandse ouderen te analyseren en vervolgens ook de prognose van deze prevalentie voor het jaar 2040 te bepalen. Dit onderzoek is gedaan in opdracht van Dental Robotics, dat een automatische tandenborstel ontwikkelt waarmee het aanbieden van goede dagelijkse mondzorg aan ouderen eenvoudiger en sneller wordt. De gemaakte prognoses helpen de marktpotentie van het product te bepalen.

Bekijk de video

Deze inhoud is geblokkeerd door uw cookie voorkeuren.

Methode

Dit onderzoek omvat een kwantitatieve analyse, gebaseerd op opensource data van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) en het Nivel. De Nivel-data hebben inzicht gegeven over de huidige situatie bij ouderen wat betreft de mondhygiëne en dentitie. De opensource data van het CBS is zijn verdeeld in drie categorieën dentitie, op basis van geregistreerde tandprotheses:

1. volledig kunstgebit,

2. kunstgebit in maxilla of mandibula en

3. een partiële tandprothese (plaatje of frame).

Bij de groep met een partiële prothese is de plek van de edentate gebieden meegenomen aan de hand van de Kennedy classificatie (Fig. 1). Implantaten zijn buiten beschouwing gelaten, omdat deze niet uitneembaar zijn.

Extrapolaties voorgelegd aan expertgroep

Door middel van een LOWESS (Locally Weighted Scatterplot Smoothing) regressiemodel is een extrapolatie gemaakt voor de periode 2010 tot 2040 op basis van de CBS-dataset, die gegevens bevat van de periode 1980 tot 2009. Het betreft een multivariabele regressie waarbij tevens het onderlinge verband tussen generaties meegenomen is. Naast de uitkomsten van de genoemde analyse zijn de bevindingen van de extrapolaties voorgelegd aan een expertgroep, gericht op geriatrische tandheelkunde. Er is voor deze validatie gekozen aangezien de tandheelkunde ook sterk afhangt van de behandelvisie in de praktijk. Aan de hand van de gesprekken kon meer gezegd worden over hoe realistisch de voorspelling voor 2040 is.

Resultaten

De prevalentie van drie categorieën tandprotheses onder de Nederlandse ouderen zijn geanalyseerd en geëxtrapoleerd van 1980 tot 2040. De prognoses zijn gevisualiseerd door middel van de plots in figuren 2 (a, b, c). Op de x-as is de leeftijd van de Nederlandse bevolking te zien, op de y-as het jaartal van een zeker meet- of voorspellingsmoment, en op de z-as het percentage van de Nederlandse bevolking met een bepaalde prothese: een volledig kunstgebit (fig. 2a), een kunstgebit in de maxilla of mandibula (fig. 2b) of een uitneembare partiële tandprothese (plaatje of frame) (fig. 2c).  De prevalentie van tandprotheses in 2018 en de prognose voor 2040 onder Nederlandse ouderen staat in tabel 1. Het aantal ouderen in 2018 en 2040 met een zekere prothese staan in tabel 2.  De edentate gebieden onder de Nederlandse ouderen in 2040 hebben de hoogste prevalentie in Kennedy Klasse I en II, posterior aan de natuurlijke elementen: respectievelijk 17% en 13%. Kennedy Klasse III en IV zullen een prevalentie van respectievelijk 6% en 4% hebben onder de Nederlandse ouderen in 2040.

Discussie

Prognoses komen met onzekerheid door de vele factoren die invloed kunnen hebben op de prevalentiewaarden. Deze factoren zijn niet correleerbaar met de beschikbare data van het CBS, vanwege de anonieme aard van de data. De determinatie coëfficiënt R2 voor deze prognose is echter groter dan 0,94. Dit wordt beschouwd als een betrouwbare waarde, aangezien bij een volledige overeenstemming R² gelijk zal zijn aan 1,0.
Maatschappelijke invloeden zoals socio-economische factoren en veranderingen in de levensstijl zijn voorbeelden van factoren die niet meegenomen kunnen worden in het model, terwijl deze veel invloed kunnen hebben op het behoud van eigen dentitie en behandelmogelijkheden. De persoonlijke financiële situatie van een patiënt kan ook sterk meewegen in de gezamenlijke besluitvorming over het nemen van een implantaat of juist een uitneembare prothese. Ook het vergoedingsbeleid van verzekeringen speelt hierin een rol. De hieruit voortvloeiende correlaties zijn door het gebrek aan data voor deze variabelen niet gemodelleerd.
Omdat de CBS-dataset een standaardfout bevat variërend van 0,5% tot 1,3% zou in de extrapolaties deze fout geëxpandeerd kunnen worden tot 0,25%-1,69%, berekend met de ‘Mean Squared Prediction Error’, wat de uitkomsten beïnvloed zou kunnen hebben.
Dat neemt niet weg dat de resultaten van dit onderzoek laten zien dat de richting van de veranderingen in de prevalenties van protheses conform de algemene verwachting is: de prevalentie van volledige protheses neemt af en de prevalentie van partiële tandprotheses neemt toe. Deze prognose is echter nog niet eerder gekwantificeerd.
In vervolgonderzoek kan gekeken worden naar andere algoritmes en computermodellen om de prognoses te maken. Hierbij kan verder gekeken worden naar datasets met kleinere intervallen tussen de leeftijdsgroepen. Ook is onderzoek geadviseerd naar de invloed van socio-economische en leefstijlfactoren op de gemaakte prognoses in dit onderzoek.

Conclusie

De totale prevalentie van uitneembare protheses, en dus edentate gebieden, zal onder de Nederlandse ouderen in 2040 afgenomen zijn ten opzichte van de prevalentie in 2018. De sterkste afname zal gezien worden bij de volledige protheses en een toename is te verwachten bij partiële tandprotheses. Dit houdt automatisch in dat er een hoger aantal ouderen zal zijn in 2040 met (partiële) eigen dentitie wat een verhoogde zorgvraag in de mondverzorging met zich meebrengt. Een automatische tandenborstel gericht op ouderen zou daarbij zeer nuttig kunnen zijn.
 

Total votes: 9

0 reacties op De gebitssituatie onder ouderen