De vrouwelijke tandarts

19 november 2018

Honderd jaar geleden stelde Johannes Theodoor de Visser – predikant en de eerste minister van Onderwijs – dat vrouwen fysiek en mentaal ongeschikt zijn voor een lange en zware studie. Een uitspraak die paste in een tijdgeest waarin mannen werkten en vrouwen een baantje hadden – tot ze kinderen kregen en huisvrouw werden.

In de tandheelkunde was dezelfde tijdgeest zichtbaar. Het eerste decennium van de vorige eeuw was nog geen zeven procent van de studenten tandheelkunde een vrouw. Ruim tien jaar later lag dat percentage rond de veertien. Een vrouwelijk tandarts was eind achttiende, begin negentiende eeuw met recht een pionier. Zou dat de reden zijn dat een aantal van die eerste vrouwelijke tandartsen – waaronder Henriëte van Loenen – de Bordes, Marie Muntendam – Isebree Moens en Jansje Schuiringa – zich ook op andere vlakken onderscheidden? Zoals in de emancipatoire beweging, die dan sterk in opmars is.

Ondanks de inspanningen van die pioniers groeide het aantal vrouwelijke tandartsen in de eerste helft van de twintigste eeuw nog niet snel. Als je al een vrouw in de behandelkamer aantrof, was de kans groot dat het de assistent was. Of een patiënt, natuurlijk. Op bijgaande foto van rond 1950 staan ze toevallig alle drie: tandarts, assistent en een meisje als patiënt. Ongetwijfeld betreft het hier een momentopname van een schooltandverzorgingsdienst.

Richting de jaren negentig vindt langzaam en gestaag een kentering plaats en in 1990 is het percentage mannelijke en vrouwelijke studenten tandheelkunde gelijk. Inmiddels zijn zo’n zeven op de tien studenten tandheelkunde vrouw. Logisch gevolg is dat het percentage vrouwelijke tandartsen ook toeneemt. Nog steeds is ongeveer zestig procent van de tandartsen in ons land man, maar van de tandartsen onder de dertig jaar is een kleine 60 procent van de andere sekse. Naar verwachting is de verhouding begin jaren dertig fifty-fifty. Hoezo kentering?

0 reacties op De vrouwelijke tandarts