Een klein jaar 'tandarts voor orthodontie': hoe staat het ermee?

24 november 2017

Begin dit jaar is de titel ‘tandarts voor orthodontie’ formeel vastgelegd. Tandartsen die orthodontische behandelingen doen, mogen niet langer benamingen als orthodentist, orthodontisch specialist of ortholoog gebruiken. Voorzitter Lotte Veldhuijzen van Zanten van de Nederlandse Vereniging voor Orthodontisten (NVvO) en Peter Lamark, voorzitter van de Orthodontische Vereniging van Algemeen Practici (OVAP) zijn tevreden: “Het gaat om de patiënt, niet om ons.”

Wat zijn jullie ervaringen sinds er streng gelet wordt op titelgebruik?

Lamark: “We zijn daar samen op een goede manier uitgekomen en daar zijn we blij mee. Onderling hebben we al vaker afspraken over titelgebruik gemaakt, maar het is nu, mede dankzij onder meer de KNMT, officieel als een gedragsregel ingevoerd. Een tandarts die zich daar niet aan houdt, wordt er door de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) op aangesproken en kan beboet worden. Dat was in het verleden niet het geval. Voor zover wij weten, zijn er nog geen boetes uitgedeeld. De benaming tandarts voor orthodontie zegt overigens niets over de kwaliteit. Het gaat erom dat voor de patiënt duidelijk moet zijn: wie helpt mij?”

Veldhuijzen van Zanten: “Door onze leden is in het verleden regelmatig bij de KNMT gemeld dat sommige tandartsen onduidelijke titels voerden. Het idee achter de benaming tandarts voor orthodontie is dat de patiënt snapt door wie hij wordt behandeld. Maar dat vergt tijd. Op onze website krijgen we nog steeds vragen van patiënten wie welke functie heeft. Patiënten blijven het ook onduidelijk vinden dat er een specialisme is waar je een vierjarige opleiding voor moet volgen en dat een tandarts vervolgens ook orthodontie mag doen. Er is dus nog steeds wat verwarring, al denk ik wel dat het beter gesnapt wordt. Doel is dat we er met z’n allen voor zorgen dat orthodontie goed wordt uitgevoerd,

Hoeft er nu niets meer te worden geregeld?

Veldhuijzen van Zanten: “Nee. Er zijn tandartsen die met gebrek aan kennis gemotiveerd worden door een vertegenwoordiger van bijvoorbeeld brackets en dan orthodontie starten alsof het een gadget is. Het zou goed zijn als tandartsen die orthodontie doen zich aansluiten bij de OVAP en zich genoeg bijscholen. Een patiënt moet goed geïnformeerd worden om zelf een keuze te maken door wie hij wil worden behandeld. Als de eigen tandarts ook orthodontie doet, is het moeilijk voor een patiënt de keuze voor een specialist te maken. Een orthodontist heeft een brede wetenschappelijke opleiding gevolgd. Niet alleen kan een orthodontist het gehele palet aan afwijkingen behandelen maar door zijn wetenschappelijke scholing worden er goede keuzes gemaakt in de planning. Goede nascholing is vereist voor beide om de kwaliteit te waarborgen”

Naar wie moet een algemeen practicus een patiënt nu verwijzen?

Veldhuijzen van Zanten: “Naar een specialist indien de afwijking heel complex is of naar een van beide, specialist of tandarts voor orthodontie. Ik denk dat een tandarts voor orthodontie veel dingen hetzelfde doet als een orthodontist, zolang hij zich daar bekwaam in voelt. Je kunt daar dus geen duidelijk onderscheid in maken. Echter, de orthodontist heeft ervaring met het gehele palet aan afwijkingen. Schisis is echter een specialistische behandeling die echt alleen bij de orthodontist hoort.”

Lamark: “Als tandartsen voor orthodontie werken wij ook samen met kaakchirurgen en doen we uitgebreide behandelingen. Wij hebben daarbij vaak het geluk dat we een orthodontist kunnen vragen mee te kijken.”

Veldhuijzen van Zanten: “Een OVAP-tandarts in de buurt van mijn praktijk komt regelmatig met een patiënt langs en vraagt dan of ik kan meekijken. Als je op die manier met elkaar samenwerkt, lever je goede zorg. Andersom vind ik dat tandartsen die orthodontie doen vaak veel meer kijk hebben op een multidisciplinaire prothetische tandheelkundige aanpak.”

Lamark: “De tandarts kent de patiënt en heeft de regie waar hij die heen stuurt. Hij heeft als het goed is ervaring met een aantal mensen en weet dus waarheen hij moet verwijzen.”

Is er dan onderling nooit sprake van broodnijd?

Lamark: “Nee. Ik denk dat zo’n veertig procent van de orthodontische behandelingen door de tandarts wordt gedaan en zestig procent door de orthodontist en dat is al jaren zo. Je ziet wel de behandelbehoefte in bepaalde regio’s toenemen. Ik denk dat het over het algemeen heel goed gaat met de orthodontie in Nederland.”

Veldhuijzen van Zanten: “Het Capaciteitsorgaan heeft berekend dat er een dekkend orthodontisch aanbod is, en daar zijn tandartsen die orthodontie doen in meegerekend. Dus in principe is er geen broodnijd. Ik denk zelfs dat we in bepaalde regio’s een probleem zouden krijgen als tandartsen voor orthodontie zouden moeten stoppen. Ik sta voor kwaliteit en het gaat mij erom dat een behandeling goed gedaan wordt. Dan maakt het niet uit door wie. Nogmaals: het gaat om de patiënt, niet om ons.”

Hoe weet je of iemand kwaliteit levert?

Lamark: “Wij hebben het Orthodontisch Kwaliteitregister, het OK-register, waar bijna honderdtwintig OVAP-leden staan ingeschreven en waarvoor we vergelijkbare eisen hanteren als de orthodontisten. Daar zien we op toe en dat functioneert heel goed. Het is een waarborg voor kwalitatief goede zorg. Het gaat dan om zaken als ervaring, visitatie en bij- en nascholing. Natuurlijk zou het ideaal zijn als alle driehonderd OVAP-leden in het OK-register komen te staan.”

Veldhuijzen van Zanten: “Ik denk dat dat slim is. Dan kun je patiënten ook verwijzen naar een OK-geregistreerde tandarts. Daar kunnen we als orthodontisten prima mee leven.”

Wat zijn de laatste ontwikkelingen op orthodontiegebied?

Lamark: “De digitale techniek heeft natuurlijk de toekomst. Verder bestaan aligners al een tijd, maar die nemen de laatste jaren echt een vlucht. Ik denk dat dat de toekomst heeft.”

Veldhuijzen van Zanten: “Dat denk ik ook. Over tien jaar denken we: plaatsten we toen echt die slotjes op de tanden? Bij de aligners ligt het gevaar van gemak op de loer: het lijkt alsof je met alleen een afdruk een geheel plan terugkrijgt. Je plaatst de aligner en laat de patiënt na drie maanden terugkomen. Maar zo makkelijk is het niet, want je moet de werking goed snappen en er een goed plan voor hebben. Ik werk met Invisalign en soms komt er iemand terug bij wie ik dan meteen zie dat het niet reëel is. Dus je moet nog steeds je diagnostiek en therapie zelf plannen, de aligner is alleen een tool.”

Patiënten hebben geen verwijzing voor orthodontie nodig. Gebeurt het vaak dat mensen zonder verwijzing naar de orthodontist of tandarts voor orthodontie komen?

Veldhuijzen van Zanten: “Ja hoor, vooral volwassenen.”

Lamark: “We sturen dan een brief naar de tandarts van die patiënt, om te zeggen dat we zijn patiënt hebben gezien, welke diagnose we hebben gesteld en wat ons plan is.”

Hoe zien jullie de gezamenlijke toekomst?

Lamark: “Rooskleurig en vol goede moed om samen verder te gaan in dit prachtige vak.”

Veldhuijzen van Zanten: “Ik denk er hetzelfde over. Want uiteindelijk willen we allemaal het beste voor de patiënt. Kennis, kwaliteit, communicatie en transparantie zijn daarvoor van belang.”

Lamark: “En samenwerking. Want over en weer kunnen de OVAP en NVvO niet zonder elkaar. We zijn tot elkaar veroordeeld, op een positieve manier.”

Veldhuijzen van Zanten: “Net als de andere tandheelkundige differentiaties. Wat we het afgelopen jaar samen bereikt hebben, is heel goed. Er zijn denk ik wel wat mensen wakker geschud. Collega’s worden kritisch: ik heb zelfs van collega-tandartsen gehoord dat ze gestopt zijn met orthodontie, omdat ze het zwaar vinden om OK-geregistreerd te zijn en zichzelf ook afvragen: moet ik dit nog wel doen? Dat vind ik goede keuzes: je doet het goed of je doet het niet.”

Zien jullie nog bedreigingen?

Lamark: “Misschien de instroom van orthodontisten uit het buitenland.”

Veldhuijzen van Zanten: “Een groot deel van ons vak is communicatie, daarom vind ik het goed dat instromers uit het buitenland eerst Nederlands moeten leren. Ik zie het niet als een bedreiging als goed opgeleide mensen uit het buitenland goed Nederlands spreken en hun vak goed uitoefenen. Dat zijn alleen maar aanvullers.”

CV

Lotte Veldhuijzen van Zanten (1968)

Werk: orthodontist-directeur bij Orthodontist Zwolle en voorzitter van de NVvO

Opleiding: tandheelkunde in Amsterdam, afgestudeerd in 1993,specialisatie orthodontie in 1998.
CV

Peter Lamark (1964)

Werk: tandarts voor orthodontie bij Ortholuna in Amersfoort, voorzitter van de OVAP.

Opleiding: tandheelkunde in Amsterdam, afgestudeerd in 1987.

Dit artikel verscheen in het Nederlands tandartsenblad van 24 november 2017

Total votes: 7
Lees meer over: orthodontie

0 reacties op Een klein jaar 'tandarts voor orthodontie': hoe staat het ermee?