Een patiënt met een dwangstoornis, wat nu?

18 september 2017
Patient

Eén tot twee van de 100 Nederlanders heeft een dwangstoornis. Ze hebben last van gedachten die ze niet los kunnen laten – bijvoorbeeld dat ze uit hun mond ruiken. Of ze dwingen zichzelf tot eindeloos repeterende handelingen– zoals tanden poetsen. Hoe kun je als tandarts omgaan met deze patiënten?

Menno Oosterhoff, psychiater op de dwangpoli van Lentis in Groningen, geeft tips over hoe om te gaan met patiënten met een dwangstoornis.

“Een dwangstoornis is een obsessief-compulsieve afwijking. Je hebt een obsessie als iets niet van je af kunt zetten, ook al is het iets kleins. Bijvoorbeeld, iemand met smetvrees ervaart een klein beetje vuil als iets onoverkomelijks.

Om van deze obsessie te herstellen verricht de persoon een dwangmatige handeling (een compulsie), bijvoorbeeld zichzelf wassen of een overzichtslijstje maken. Deze handeling helpt maar even, omdat je al snel weer iets ervaart dat vies en daarmee imperfect is.

Ik schat in dat zo’n vijf tot tien procent van de bevolking een aandoening heeft in het dwangspectrum, waarbij zo’n een tot twee procent last heeft van een dwangstoornis.

Mondgeur

Ook tandartsen krijgen te maken met patiënten met dwang. Zo zijn er mensen die er voortdurend bang voor zijn dat ze uit hun mond ruiken, terwijl dat eigenlijk niet het geval is.

Body Dismorphic Disorder

Ook moet de tandarts alert zijn op patiënten met het Body Dismorphic Disorder (BDD). Zij zijn overmatig bezig met hun uiterlijk en dus ook hun gebit, dat er altijd mooi en perfect uit moet zien. Is dat niet zo, dan geeft dat veel onrust.

Obsessie voor hygiëne

En een van mijn patiënten had last van obsessief tandenpoetsen. Hij poetste voor het slapen gaan vier uur zijn tanden, omdat deze anders niet schoon genoeg zou zijn. Ook zijn er patiënten met smetvrees, die de tandartspraktijk vermijden omdat ze het er vies vinden. 

Dwangstoornis herkennen

Het is niet makkelijk om een dwangstoornis zomaar te herkennen. Mocht je als tandarts een vermoeden hebben dat iemand een dwangstoornis heeft, dan zou je dat kunnen benoemen in de trant van: ‘Ik merk dat je het lastig vindt om... Komt dit ergens door?’

Invloed op de behandeling

Als een behandeling door de stoornis wordt beïnvloed, dan is het van belang om niets te forceren. Soms moet je de behandeling stoppen of naar een andere moment verschuiven.

Verwijzen naar de huisarts

Eventueel kun je de patiënt naar de huisarts verwijzen. In ieder geval is het belangrijk om begripvol en aardig te zijn."

Lees meer over: praktijkzaken

0 reacties op Een patiënt met een dwangstoornis, wat nu?