Geriatrische tandheelkunde: ‘De ervaring leert: neem de tijd voor deze patiënten’

24 september 2019

Geduld is nou niet bepaald haar sterkste punt, geeft ze toe. Maar zodra tandarts-geriatrie Nelleke Bots-van ’t Spijker een patiënt in de stoel heeft, wordt ze de rust zelve. “Mondzorg voor ouderen vergt een andere aanpak.” Het NT liep een dagje met haar mee in verpleeghuis De Haven in Bunschoten.

“We horen net van de verzorging dat mevrouw tijdens het aankleden niet lekker is geworden. We plannen daarom gewoon een andere afspraak voor haar in”, licht de assistent toe. Het geeft de dames een beetje tijd om zorgdossiers bij te werken en rapportages te maken. “Een ouderentandarts let op de hele gezondheidstoestand van de patiënt en niet alleen op tanden en kiezen. Ziekte, medicijngebruik, de lichamelijke maar ook geestelijke conditie; het is noodzakelijk en belangrijk samen met andere zorgverleners alles goed in kaart te brengen. Dat vraagt om veel overleg en afstemming.”

Daar is Riet Koelewijn*. Ze is nog mobiel genoeg om zelf naar de praktijk te komen, kamer 142 in het verpleeghuis. ”Uw mond ziet er weer goed uit, keurig!” complimenteert Bots-van ‘t Spijker de hoogbejaarde dame. Die glundert, want ook zij weet dat het bijzonder is om op 95-jarige leeftijd geen gebitsprothese te hebben. Een restauratie en na een half uur is mevrouw weer klaar.

10:25

“Afgelopen woensdag vond het multidisciplinair overleg plaats met de specialist ouderengeneeskunde”, vertelt Bots-van ‘t Spijker. “Ik sprak met haar over een dame met dementie bij wie de wortelresten in verband met pijn en sterk afwerend reactie onder narcose geëxtraheerd moeten worden.

Het was nog maar de vraag of ze dit fysiek aan zou kunnen. ”Aan de hand hiervan is zij druk bezig om de verwijzing en de logistiek eromheen rond te maken. “Je hebt met veel mensen, disciplines en factoren te maken, zoals de kinderen, de zorg, de apotheek, het ziekenhuis, het vervoer. Alles moet goed op orde zijn en op de rit staan.”

11:15

Jaapje Beekhuis is op van de zenuwen. Haar vriendin Riek Muijs probeert haar gerust te stellen. Ze gaat altijd met haar mee. “We kennen elkaar al bijna 60 jaar. We paradeerden altijd samen op de meidenmarkt”, vertelt ze. “Gingen jullie dan achter de mannen aan?” grapt de tandarts. 

Door tijd en aandacht heeft Bots-van ‘t Spijker eindelijk het ijs kunnen breken en doet ze voorzichtig een uitgebreid mondonderzoek. “Beneden nog uw eigen tanden en wat kronen en bruggen. Heeft u last van uw bovenprothese?” Vooral ’s nachts, beaamt mevrouw.  “Die moet u uitdoen voordat u gaat slapen. Eerst schoonmaken met zachte groene zeep en droog wegleggen.” Er volgt een  nuchtere reactie: “Als er dan een dief komt, sta ik mooi voor schut.”

“En poets uw tanden maar liever elektrisch”, adviseert Bots-van ‘t Spijker. “Als dat door uw ziekte minder makkelijk gaat, vraag dan hulp aan bijvoorbeeld uw dochter.” Door Parkinson kan Beekhuis ook moeilijk haar speeksel wegslikken.  “Ik zal met uw arts overleggen of die overmatige speekselproductie met uw medicijngebruik te maken heeft. We kunnen dan kijken of we u kunnen helpen.”

Ze helpt mevrouw opstaan uit de behandelstoel. “Draai uw benen maar naar mij toe. En ga dan eerst maar even zitten op uw rollator.” Ze nemen hartelijk afscheid. “Tot over drie maanden!” klinkt het vrolijk. “Kom Riek, we gaan weer achter de mannen aan”, schateren de dames op de gang.

12:00

Tijd voor de lunch en werkoverleg in De Mondzorgkliniek aan de andere kant van het dorp, waar Bots-van ‘t Spijker en haar man praktijk houden. Maar voordat ze weggaan uit De Haven – waar de wijze waarop mondzorg is ingebed uniek is in Nederland met onder meer een eigen  behandelkamer – maakt ze samen met de assistent de behandelkamer schoon, wordt de administratie op orde gebracht  en nemen ze alvast het middagprogramma door. Twee afspraken op de gesloten afdeling, een in de behandelkamer en daarna nog een huisbezoek. “De ervaring leert dat je tijd moet nemen voor de patiënten. Je weet nooit in welke conditie en omstandigheden  je ze aantreft. Nou, tot straks!” En weg is het gedreven tweetal.

13:30

Truus Boerma* heeft een uur van tevoren al een rustgevend tabletje gekregen. Anders is er helemaal geen beginnen aan bij deze bedlegerige vrouw, die een dementie lijdt. Bovendien moet ze niets hebben van  lichamelijk contact. Haar vaste verzorgende Henriëtte is bij haar en probeert haar handen vast te houden. “Ze kan zo omslaan en agressief worden”, waarschuwt ze.

Bots-van ‘t Spijker, die haar mobiele unit heeft meegenomen, trekt haar handschoenen aan en doet haar mondkapje voor. “Natuurlijk mag u best een beetje boos zijn, want pijn in je mond is niet leuk, hè,” spreekt zij mevrouw toe. Die heeft ook last van een slechte adem en dat verbaast de tandarts niets. Na een voorzichtige inspectie concludeert ze veel plaque en een paar loszittende tanden. Met veel geduld lukt het Bots-van ‘t Spijker net twee elementen  schoon te maken. Dan is Boerma het plotseling zat. Bots-van ‘t Spijker: “Ik zal met de specialist ouderengeneeskunde afstemmen of we de medicatie kunnen aanpassen. Wellicht zijn er nog andere mogelijkheden om haar de volgende keer rustiger te krijgen, dan kan ik iets meer doen.”

14:00

Ze rolt de unit door de gangen naar Elif Taskan*. De man, van Turkse afkomst,  zit er wat radeloos bij als het bezoek binnenkomt. Uit een tandeloze mond komt wat gebrabbel, zijn ogen schieten angstig van links naar rechts. “Waar is uw  gebit?” vraagt Bots-van ‘t Spijker. De man, die lijdt aan dementie, kijkt haar niet-begrijpend aan. Als ze in zijn mond wil kijken, duwt hij het spiegeltje weg. “Heeft u pijn?” Weer reageert hij niet. “Waarom is een van zijn kinderen er nou niet?” vraagt de tandarts zich hardop af. “Ze wisten toch dat ik zou komen, dacht ik? Ik spreek zelf nog geen Turks.”

e vindt de mans protheses in diens zorgkastje. Hij slaat hem bijna uit haar handen. Een telefoontje naar een Turkse kennis biedt verlossing. “Ağzında ağrı var mı?” Verbaasd kijkt Taskan naar het mobieltje, waar deze woorden uitkomen. Ja, knikt hij. Na aandringen laat hij toe dat Bots-van ‘t Spijker in zijn mond kijkt. Zijn gehemelte is knalrood. “Duidelijk een schimmelinfectie. Ik schrijf meteen Daktarin voor en zal de zorg instructie geven de mond- en prothesehygiëne te verbeteren.” Taskan groet niet terug als tandarts en assistent zijn kamer verlaten. Hij is weer verzonken in zijn eigen wereldje.

14.30

Precies op tijd rijdt Jannetje Koelewijn haar rolstoel de praktijkkamer binnen voor de halfjaarlijkse controle. Boven draagt ze een prothese, onder heeft ze nog acht eigen tanden en kiezen. Ze heeft geen pijnklachten, maar wel last van een droge mond. “Dat komt door uw medicijnen, smeer uw mond maar goed in met een zachte mondgel.” Op de prothese constateert Bots-van ‘t Spijker wat kalkafzetting. “Dat maak ik meteen voor u schoon. Maar voor de rest, complimenten, wat ziet uw tandvlees er mooi roze uit! Knap hoor, dat u uw mond zo goed verzorgt!”

Koelewijn (“Ja, zo heten we hier in de buurt allemaal!”) straalt. “Ik was vroeger altijd zo bang voor de tandarts. Maar nu ga ik er met plezier heen! Het is gewoon een uitje voor me.” Bots-van ‘t Spijker glimlacht. “Dat vind ik nou zo fijn te horen!” Ze haalt haar handen liefkozend door de grijze haren van haar patiënte  en haalt diens bril van haar neus: ”Uw bril is vies! Die maken we gelijk even schoon. Brillen en haren, die doen we er hier gratis bij!”

De assistent belt de afdeling om mevrouw weer te laten ophalen. “In principe   hoeft u pas over zes maanden terug. Maar ik zie u liever eerder. Kijken we dan even hoe het met uw droge mond gaat. Lekker de mondgel gebruiken, hoor!”

15:00

Opruimen, schoon­maken en inpakken. Want Wijnand Korlaar wacht thuis op de tandarts. De weduwnaar heeft twee hartaanvallen overleefd en staat op de lijst om geopereerd te worden. “In mijn conditie kan ik niet meer naar de tandarts toegaan, maar ik vind het wel belangrijk mijn mond gezond te houden. Toen mijn vrouw nog leefde, gingen we altijd samen.”

Hij mist haar. Bots-van ‘t Spijker luistert aandachtig naar zijn verhaal, terwijl ze zijn  prothese inspecteert. Die past niet goed meer en dat levert zowel boven als onder pijnklachten op. Ze maakt het kunstgebit schoon en spuit er softliner in. “Dat zit een stuk beter”, glundert haar patiënt.  “Verder goed spoelen met Perioaid, en ik schrijf u een middel tegen schimmel voor. Probeer ook maar wat vaker kauwgum te kauwen, dat is goed voor uw speekselproductie. En dan bel ik u woensdag om te vragen hoe het met u gaat”, belooft zij hem. “Prima,” zegt hij. “Hoe laat precíes?”

17:15

Bots-van ‘t Spijker gaat huiswaarts. “De dag zit er weer op. Vergeleken met de algemene praktijk lijkt het aantal patiënten niet veel. Maar we hebben onze handen er meer dan vol aan. Iedere patiënt is maatwerk: de behandeling wordt met alle betrokkenen afgestemd op de algehele gezondheidstoestand en het individueel zorgplan. Een ethische vraag is bijvoorbeeld of je bij die dame van 13.30 uur haar desolate restdentitie moet verwijderen. Terwijl ik weet dat ze in een vergevorderd stadium van dementie een gebitsprothese niet meer zal accepteren. Problemen met eten heeft ze niet. Dat zijn iedere keer weer de afwegingen die, zeker in  samenspraak met  alle andere disciplines hier in het verpleeghuis, ons vak zo uitdagend maken.” NT

Tekst: Anita Zijlstra // Beeld: Leonie van Someren

* Op verzoek zijn de namen van een aantal personen ­gefingeerd.

Total votes: 23
Lees meer over:

0 reacties op Geriatrische tandheelkunde: ‘De ervaring leert: neem de tijd voor deze patiënten’