Gezamenlijke besluitvorming in de tandartspraktijk

21 maart 2018

Hoe doen tandartsen de gezamenlijke besluitvorming met de patiënt in hun praktijk, en hoe ervaart de patiënt dat? Margriet van de Ven en Simone Verbunt beoordeelden het in hun bachelorscriptie.

Patiënten willen tegenwoordig meer dan vroeger betrokken worden bij beslissingen die over hun gezondheid worden gemaakt. Ook willen ze goed geïnformeerd worden over de mogelijke behandelopties. Met ‘gezamenlijke besluitvorming’ (GBV) voldoet de tandarts aan deze 2 preferenties van de patiënt.

GBV is een manier van werken waarbij tandarts en patiënt samen tot een behandelkeuze komen die het beste bij de patiënt past. Hierbij vraagt de tandarts naar de wensen, achtergrond en ideeën van de patiënt over de behandeling en wordt de patiënt uitgenodigd om samen over de behandelopties na te denken.

Zowel patiënt als (tand)arts ervaren meerdere voordelen bij de toepassing van GBV, zoals een betere arts-patiëntrelatie en een hogere tevredenheid van de patiënt over de behandeling. Vanwege deze voordelen groeit de belangstelling voor en de toepassing van GBV in de geneeskunde.

Meerdere onderzoeken tonen aan dat de verwachting van de patiënt voor wat betreft de communicatie en het proces van besluitvorming vaak niet door de arts wordt waargemaakt. In tegenstelling tot de geneeskunde komt onderzoek naar GBV nauwelijks voor in de literatuur van de (wereldwijde) tandheelkunde.

Hierdoor is niet bekend in hoeverre GBV wordt toegepast volgens tandartsen in Nederland, in welke mate dit gebeurt volgens patiënten en in hoeverre deze ervaringen verschillen.

Onderzoeksopzet

Er is een surveyonderzoek uitgevoerd waarbij op systematische wijze is gekeken naar het zelf-gerapporteerde gedrag met betrekking tot GBV door tandartsen en naar de ervaring van patiënten over de toepassing van GBV door hun tandarts.

Dit is gedaan middels het opstellen en valideren van een enquête voor zowel tandartsen als patiënten. In deze enquête werd met behulp van stellingen gevraagd naar de persoonlijke ervaringen (van de patiënten) en toepassingen (door de tandartsen) met betrekking tot 8 verschillende onderdelen van GBV.

Daarnaast is aan de hand van stellingen gevraagd naar belemmeringen die tandartsen ervaren bij de toepassing van GBV. De enquête van de tandartsen is, zowel schriftelijk als digitaal, verspreid onder een gerandomiseerde steekproef onder

  • KNMT-leden;
  • docenten werkzaam bij het Radboudumc Tandheelkunde;
  • net afgestudeerde tandartsen in Nijmegen en;
  • tandartsen werkzaam bij verschillende tandartspraktijken in Nijmegen, Tilburg en Amsterdam.

De enquête van de patiënten is, zowel schriftelijk als digitaal, verspreid onder meerdere groepen deelnemers van uiteenlopende opleidingsniveaus en leeftijden. Voorafgaand aan de analyse van de enquêtes zijn de deelnemende tandartsen en patiënten verdeeld in 2 groepen: ‘wel GBV’ en ‘niet GBV’. Dit is gedaan aan de hand van het aantal gescoorde punten dat een deelnemer haalde bij het beantwoorden van de stellingen over GBV. Aan de antwoorden op de stellingen werden punten gekoppeld variërend van 1 (nooit) tot en met 5 (altijd). De groep ‘wel GBV’ heeft minimaal 4 punten gescoord bij iedere stelling en de groep ‘niet GBV’ scoorde minder dan 4 punten bij ten minste één stelling.

Resultaten

Aan dit enquêteonderzoek hebben 123 tandartsen en 92 patiënten deelgenomen. De resultaten van de frequentieanalyse per stelling zijn weergegeven in grafiek 1, waarin 8 onderdelen van GBV worden getoond die zijn bevraagd in de enquête. De antwoorden op de stellingen over GBV in de enquêtes van tandarts en patiënt zijn met elkaar vergeleken met behulp van een Mann-Whitneytoets. Hieruit blijkt dat bij iedere stelling sprake was van een significant verschil (p<0.001) tussen de zelf-gerapporteerde toepassing van GBV door de tandarts en de ervaring hierover van de patiënt.

De stelling die het grootste verschil tussen tandarts en patiënt toonde, betrof het vragen naar de mening van de patiënt over de behandelopties.

De stelling met het minst grote verschil tussen beide groepen betrof het uitleggen van het gezondheidsprobleem.

Uit de frequentieanalyse bleek dat 90,9% van de tandartsen zelf rapporteerde GBV toe te passen en 32,2% van de patiënten ervaart dat GBV wordt toegepast (p<0.001).

De meest voorkomende belemmering die tandartsen gaven voor het toepassen van GBV is dat zij verwachten een betere keuze te kunnen maken over een (eventuele) behandeling dan bepaalde patiënten.

Implicaties

De gevonden verschillen tussen tandarts en patiënt zijn dusdanig groot dat het zeer aannemelijk is dat Nederlandse tandartsen in het algemeen eerder vinden dat ze GBV toepassen dan dat dit door patiënten wordt ervaren.

Een mogelijke verklaring hiervoor is dat tandartsen niet op de hoogte zijn van de inhoud en toepassing van GBV. Bovendien wordt verwacht dat de communicatie tussen tandarts en patiënt op dit gebied ontoereikend is, waardoor de tandarts niet op de hoogte is van de behoefte en ervaring van de patiënt voor wat betreft GBV.

Daarnaast is het mogelijk dat er een verschil in opvatting is met betrekking tot GBV tussen tandarts en patiënt. In dit geval ervaart de patiënt, ondanks het feit dat GBV wel wordt toepast, dat hij toch niet bij de besluitvorming betrokken wordt, waardoor er op dat moment van daadwerkelijke GBV geen sprake is.

Bij de gevonden verschillen tussen tandarts en patiënt moet rekening worden gehouden met de verwachting dat de zelf gerapporteerde toepassing van GBV door tandartsen een overschatting van de werkelijkheid is, onder andere doordat de tandartsen mogelijk sociaal wenselijk geantwoord hebben.

Daarnaast wordt verwacht dat de KNMT-leden uit de steekproef meer interesse hebben in ontwikkelingen binnen de tandheelkunde, dus ook op het gebied van GBV, en mogelijk eerder bereid zijn GBV toe te passen.

Gezien de opgetelde verwachte effecten van onder andere deze 2 beperkingen wordt verwacht dat de ervaring van toepassing van GBV door tandartsen in Nederland daadwerkelijk lager is.

Conclusie en aanbevelingen

Uit dit onderzoek blijkt dat de ervaringen met betrekking tot GBV tussen patiënt en tandarts significant verschillen. Het percentage tandartsen dat GBV naar eigen zeggen toepast, is significant hoger dan het percentage patiënten dat ervaart dat GBV wordt toegepast.

Van de patiëntgroep ervaart slechts een kleine minderheid dat GBV bij hen wordt toegepast. Aanbevolen wordt om tandartsen beter te informeren over GBV en om de communicatie tussen tandarts en patiënt te verbeteren. Aan de hand daarvan wordt aanbevolen om de tandarts tijdens het consult op een gestructureerde manier samen met de patiënt te laten reflecteren over de ervaring van de patiënt voor wat betreft GBV.

Deze raadgevingen kunnen ertoe leiden dat tandartsen meer GBV zullen toepassen en dat de discrepantie tussen patiënt en tandarts voor wat betreft GBV wordt verminderd.

Daarnaast wordt aanbevolen om meer onderzoek te doen naar deze discrepantie tussen tandarts en patiënt in de toepassing en ervaring van GBV. Dit zou uitgevoerd kunnen worden aan de hand van een kwalitatief onderzoek, voor het verkrijgen van meer betrouwbare antwoorden van de tandartsen en het geven van een context waarbinnen deze antwoorden geïnterpreteerd moeten worden.

Nadenken over elk woord

Volgens Simone Verbunt (24) en Margriet van de Ven (23) zien veel studenten op tegen het schrijven van hun bachelorscriptie. Bij de Nijmeegse studenten was dat niet het geval. Ze onderzochten hoe de gezamenlijke besluitvorming in de tandartspraktijk in elkaar stak: hoe passen tandartsen die besluitvorming toe en hoe ervaren patiënten het? De twee hadden er vooraf nooit bij stil gestaan hoeveel tijd en moeite er in het maken van een enquête gaat zitten. “Je moet nadenken over elk woord dat je op papier zet”, aldus Van de Ven. Dat ze zelf veel moesten uitzoeken, bijvoorbeeld over statistiek, gaf veel voldoening. Elke dinsdag gingen ze samen naar het studiecentrum, daar wist men na verloop van tijd al dat de twee er weer aan kwamen. Buiten het onderzoek gingen de studentes in hun vrije tijd ook veel met elkaar om. “Ze zagen ons toen altijd met z’n tweeën.”

Het leukste vinden ze dat er een duidelijke conclusie uit hun onderzoek komt. “Dat is niet bij iedereen zo”, zegt Verbunt. Natuurlijk waren er ook dingen minder leuk, zoals het continu schaven aan de tekst en deze bijstellen en verbeteren. Een duidelijke taakverdeling was er niet, maar als er dingen waren waar zowel Verbunt als Van de Ven niet zoveel zin in had, lieten ze het lot beslissen. “Dan deden we steen-papier-schaar.”

Margriet van de Ven en Simone Verbunt, Nijmegen

De studenten waren verrast dat ze genomineerd werden voor de NTGSK Bachelorscriptie Award en gaan volledig voor de winst.

Het onderzoek van Margriet van de Ven en Simone Verbunt naar de gezamenlijke besluitvorming in de tandartspraktijk is één van de 5 genomineerde inzendingen voor de NT-GSK Bachelorscriptie Award 2018.

Het onderzoek is gedaan in Nijmegen en werd begeleid door dr. ir. Dominique Niesten.

0 reacties op Gezamenlijke besluitvorming in de tandartspraktijk