Hugo de Bruyn: “Tandarts als regisseur van de mondzorg”

08 maart 2018

Over veertien jaar moet elke tandarts die afstudeert aan de Radboud Universiteit Nijmegen een medisch denkend regisseur van de mond(gerelateerde) zorg zijn, met de openheid en ruimte om te twijfelen en vragen te stellen. Dat stelt professor Hugo de Bruyn, het nieuwe hoofd tandheelkunde van de Radboud Universiteit Nijmegen. De uit België afkomstige parodontoloog staat sinds oktober 2017 aan het roer van de afdeling  en gaf op 1 maart een persbijeenkomst. 

De visie van De Bruyn waarin de tandarts regisseur van de mondzorg wordt genoemd, staat in het Raamplan 2017 van het Radboudumc Tandheelkunde, waarin wordt vooruitgeblikt naar het jaar 2032. Studenten die nu afstuderen, voldoen volgens De Bruyn nog niet aan alle voorwaarden om een regisseur in de mondzorg te zijn. “De tandarts moet echt een poortwachter worden. Gynaecologen zouden bijvoorbeeld standaard zwangere vrouwen naar de tandarts moeten verwijzen om te screenen op parodontitis.”

Studenten tandheelkunde zullen nog meer samenwerken met studenten mondzorgkunde. Dat wordt al gedaan in de huidige masterkliniek en zal vanaf 2019 ook in het vernieuwde bachelorcurriculum worden geïmplementeerd. Studenten leren hier hoe het er in de praktijk aan toe gaat. Over het hoofdstuk taakherschikking neemt de faculteit een terughoudende houding in richting de politiek. De Bruyn: “Ik heb er natuurlijk wel een mening over, maar ik vind het niet onze taak daar iets over te zeggen. Onze taak is opleiden. Ik ben niet formeel tegen taakherschikking, maar ben het wel met collega Albert Feilzer van ACTA eens dat de kwaliteit van de zorg bewaakt moet worden.” Ook de houding en opmerkingen van de KNMT vindt hij terecht. De Bruyn noemt het logisch en begrijpelijk dat de beslissing van minister Bruins zoveel weerstand oproept in het mondzorgveld. 

De overheid moet zorgen dat ze de tandheelkundige opleidingen sterk houdt én moet zorgen voor voldoende instroom van tandartsen, vindt de Bruyn. “We moeten niet enkel een beroep doen op tandartsen uit het buitenland.” Ook is de professor van mening dat het ministerie onvoldoende rekening heeft gehouden met de feminisering van het beroep en de aanstaande pensioengolf in de beroepsgroep in de berekening van het aantal tandartsen. Volgens De Bruyn zouden er extra opleidingsplaatsen moeten komen, maar binnen hetzelfde frame kan dat niet, zegt hij. “De kliniek is niet ingericht op meer studenten en docenten voor de komende jaren, daar zit financieel geen rek meer in. Natuurlijk zouden we wel meer studenten willen toelaten, maar dan hebben we ook meer docenten nodig en het geld daarvoor is er niet.” Docenten zijn moeilijk te vinden, legt de Bruyn uit, omdat het minder goed verdient dan werken in de praktijk. 

Volgens De Bruyn gebeurt er veel op de afdeling tandheelkunde, maar is dit nog niet overal bekend. Eén van zijn missies is dan ook om meer bekendheid te geven en meer ambitie te durven tonen. “We willen ons niet alleen op vaktechnisch gebied inzetten, maar een bredere kwaliteit van zorg aanbieden. Dat doen we bijvoorbeeld door hoogleraren als Stefan Listl, aan te trekken, die Kwaliteit en Veiligheid van Mondzorg doceert.” De druk om alles binnen de budgetten te kunnen doen is groot en dat maakt De Bruyn wel eens bezorgd. Ontwikkelingen als cariës bij risicopatiënten, vergrijzing en kwetsbare ouderen, maken het er niet makkelijker op. Toch ziet het nieuwe hoofd de toekomst van de Nijmeegse opleiding positief tegemoet. “Het Radboud heeft flink in de opleiding tandheelkunde geïnvesteerd, dat doe je niet als je geen grote toekomst ambieert.

 

Deze inhoud is geblokkeerd door uw cookie voorkeuren.

 

 

Lees meer over: