KNMT-voorzitter Wolter Brands kijkt terug en blikt vooruit: ‘Preventie in 2019 echt gezamenlijk aanpakken’

14 december 2018

In december is het traditie dat bestuurders terugkijken op het voorbije jaar en vooruitblikken naar wat komen gaat. Zo ook KNMT-voorzitter Wolter Brands. Het NT liet hem voor zijn verhaal 10 vragen uit een totaal van 25 blind kiezen. De eerste vraag: nummer 9. Zijn geluksgetal? “Nee hoor, ik heb helemaal niets met geluksgetallen. Kom maar op!”

9. Op welke eigenschap van Jan-Willem Vaartjes bent u jaloers?

“Op geen enkele. Ik geef toe, de voorzitter van de ANT is spontaan. Maar daarin kun je ook doorslaan. En hij is goed met sociale media. Daar heb ik weinig mee, maar onze afdeling communicatie des te meer.”

25. Wat heeft de KNMT in 2018 voor uw eigen praktijk betekend?

“Het klinkt wat ongemakkelijk om dit als voorzitter te zeggen, ik wil niet voor eigen parochie preken. Maar zonder alle praktische informatie van de KNMT hadden we echt flink op achterstand gestaan. Zo heeft een van mijn collega’s de cursus over de Algemene verordening gegevensbescherming gevolgd, de AVG, zodat onze praktijk daar goed van op de hoogte is. Ook zijn we blij met alle onderhandelingen die de KNMT voor ons doet. Zoals die over taakherschikking, en die over het al dan niet moeten hebben van een cliëntenadviesraad. Ontwikkelingen die allemaal invloed op ons werkplezier hebben. Er komt steeds meer op ons af en echt, ik meen het als ik zeg dat onze belangen door de KNMT goed worden behartigd. Die neemt ons veel uit handen, en voorkomt dat bepaalde ontwikkelingen het verlenen van goede mondzorg in de weg gaan zitten. En verder hebben wij in onze praktijk dankbaar gebruik gemaakt van de kennis die het KNMT-bureau heeft over onder meer maatschapsovereenkomsten en arbeidsvoorwaarden.”

10. Als u minister Bruins zou zijn, hoe zou u dan in 2019 de kosten in de mondzorg beheersbaar houden?

“Ik zou om te beginnen meteen stoppen met dat zinloze taakherschikkingsexperiment, want daar wordt de zorg alleen maar duurder van. En om verder op de vraag in te gaan, vaak worden problemen in de mondzorg gekoppeld aan geld. Als ik minister Bruins was, zou ik nagaan of dat wel klopt of dat er misschien andere mechanismen een rol spelen. Ook zou ik er als minister voor zorgen dat de nadruk nog meer op preventie komt te liggen. Het laatste Signalement Mondzorg over de status van de gebitten van de jeugd laat nog maar weer eens zien hoe relevant dat is. Het is de vraag of de zorg daar goedkoper van wordt, maar mensen leven wel langer en gelukkiger met hun eigen gebit. Preventie moet beginnen bij de jeugd en hun ouders. Het lijkt wel of we op macroniveau weer helemaal opnieuw moeten beginnen en de mensen duidelijk moeten maken hoe belangrijk een goed gebit is.

Het hebben én houden van een gezonde mond vergt echt meer dan alleen tandenpoetsen.  Ik bedoel, op het fietspad tussen mijn huis en de praktijk liggen genoeg weggegooide boterhammen om een hele klas een goede maaltijd te geven. Voor mij bevestigt dit dat scholieren op de Mars- en Bounty-leeftijd – zoals ik dat altijd noem – liever zoetigheid in de schoolkantine kopen dan een gezonde lunch eten. Ontwikkelingen die we als mondzorgverleners alleen niet kunnen oplossen. Daar hebben we de politiek – minister Bruins en staatssecretaris Blokhuis voorop – en ook de zorgverzekeraars hard voor nodig.

Investeren in mondgezondheid is buitengewoon nuttig, niet alleen voor de mond maar voor het hele lichaam. En ook het publiek moet daar nog meer, of weer opnieuw, van doordrongen raken. De gezondheidswinst die door een goed gebit kan worden geboekt in termen van iemands welbevinden en algehele gezondheid is substantieel. Als minister zou ik daarop inzetten.”

13. Waarin wilt u in 2019 als voorzitter nog groeien?

“Het hele bestuur wil nog meer in contact komen met de leden. We hebben beloofd de haarvaten van de vereniging op te zoeken. Daar is dit jaar een goede start mee gemaakt, en in 2019 gaan we dat verder intensiveren. Ik zal als voorzitter bijvoorbeeld zoveel mogelijk regio-vergaderingen en kringen bezoeken. Ik rijd me nu al een versuffing, maar dat heb ik er graag voor over. Net als de andere bestuursleden en onze regiocoördinatoren.”

1. Wat wenst u de tandarts in 2019?

“Uiteraard een stabiele praktijkvoering en vooral veel plezier in de uitoefening van ons mooie beroep. Ook al valt dat vandaag de dag lang niet altijd mee. De overheid roept al vanaf 1982 het aantal regels te willen beperken. Maar voor iedere regel die geschrapt is, lijken er wel tien te zijn bijgekomen! Zo zitten de AVG en de Medical Device Regulations (MDR) maar ook de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg (Wkkgz) erg ingewikkeld in elkaar. Hoe welwillend wij tandartsen ook zijn en hoeveel wij ook overhebben voor onze patiënten, door alle verscherpte regels en richtlijnen bekruipt ons soms het gevoel dat we het nooit goed doen. De zorg moet écht ontregeld worden. Ik wens iedereen dan ook met veel minder verplichte afvinklijstjes.”

11. Waar was u in 2018 het meest trots op?

“Dat de KNMT politiek Den Haag in beweging heeft gekregen en daar het bewustzijn heeft weten op te roepen dat, los van het uiteindelijke resultaat, taakherschikking minder heilzaam en doordacht is dan de minister voorschotelde. En natuurlijk ben ik ook ontzettend trots op het groeiende ledenaantal van de KNMT. Twee jaar geleden daalde dat door de vergrijzende beroepsgroep nog langzaam. Nu zien we, ondanks die vergrijzing, een meer dan verwachte winst. Ik verwacht dat die groei, mede door de contributieverlaging, onze inzet in Den Haag, nog meer ondersteuning en service en een betere communicatie, zal blijven toenemen.

En als ik dan nog een laatste punt mag noemen. De KNMT heeft zich er, met andere organisaties in de eerste lijn, met  succes voor ingespannen dat aanzienlijk minder praktijken een verplichte cliëntenraad moeten hebben dan oorspronkelijk uit het wetsvoorstel Medezeggenschap Cliënten Zorgsector (Wmcz) voortvloeide. Ook dit is een rsultaat om trots op te zijn.”

12. Welke cursus van de KNMT-Academy gaat u in 2019 zeker volgen?

“Welke cursus? Ik volg er het liefst zo veel mogelijk! Ze zijn allemaal meer dan interessant. Niet alleen om kennis op te doen, maar ook om collega’s te ontmoeten en te horen wat er bij hen leeft. Hoe houd je je bijvoorbeeld aan de regelgeving aangaande stralingsbescherming en de daarop aansluitende herziene KNMT-richtlijn tandheelkundige radiologie? Of hoe ga je als tandarts om met het afwegingskader bij de Meldcode Kindermishandeling en Huiselijk Geweld, waarvan het toepassen vanaf 1 januari verplicht is? “

14. Op wiens stoel had u in 2018 absoluut niet willen zitten?

“Op die van premier Theresa May van Groot-Brittannië. Die zit met het probleem dat een besluit is genomen, waarvan men later spijt heeft gekregen. De meerderheid van de Britten wil geen Brexit meer en de minderheid die nog achter haar leek te staan, is ook nog eens verdeeld. Zie dan nog maar eens iemand tevreden te stellen... Aan zo’n positie moet je toch niet denken?”

20. Wat was in 2018 de grootste tijdsverspilling?

“De files. Het is ronduit zonde van al die verloren tijd, waarin je thuis zou kunnen zijn of zou kunnen werken. Natuurlijk pleeg ik in de auto ook veel zakelijke telefoontjes. Maar om dat nu nog ‘s avonds om tien uur te doen als je een half uur op de A1 stilstaat …”

18. Welke klus thuis is in 2018 blijven liggen?

“De routineklusjes schieten er niet al te vaak bij in. Mijn vrouw en ik hebben die verdeeld. Zo stofzuig ik één keer per week, op zaterdag. Tenzij er die dag natuurlijk een congres of een zzp-dag is. Wel moet ik dringend de tuin in: de wortels van de lelies in de vijver moeten ernstig worden uitgedund. Dat is echt een hels karwei want het wortelpakket vormt inmiddels een massief blok. De lente en de herfst zijn daar de meest uitgelezen periodes voor, maar het is er dit jaar niet van gekomen. Ach, er komt vanzelf weer een voorjaar aan.” NT

 Tekst: Anita Zijlstra // Beeld: Simone Michelle

Total votes: 2

0 reacties op KNMT-voorzitter Wolter Brands kijkt terug en blikt vooruit: ‘Preventie in 2019 echt gezamenlijk aanpakken’