facebook

Let op: de millennium-tandarts komt eraan

Profile picture for user Evert Berkel
Evert
Berkel
7 minuten
Millenials
De millennials: zijn ze echt op zichzelf gericht en materialistisch, zoals sommige sociologen ons willen doen geloven? Of is dat onzin? Hoe kijken de aankomende tandartsen aan tegen het vak en hoe zien ze hun toekomst? Zijn er verschillen met de gevestigde orde? Het NT laat de voorzitters van de drie studieverenigingen aan het woord.

Even generaliseren: ze staan cynisch tegenover kennis en autoriteit, ze zijn volledig op zichzelf gericht en ze zijn ook nog eens materialistisch en narcistisch. Herkent u zich hierin? Dan bent u misschien ook een millennial – geboren tussen begin jaren tachtig en eind jaren negentig. Zo wordt deze generatie althans getypeerd door verschillende sociologen, bijvoorbeeld in het boek ‘Generation me’ van de Amerikaanse onderzoekster Jean Twenge.
Eigenschappen
Hoe zit dat met de aankomende tandartsen, de millennials die nu de opleiding doen? Herkennen ze bij zichzelf de eigenschappen waarover ze volgens wetenschappers zouden beschikken? “Ergens wel”, zegt Yaphet Fictoor (1994), praeses van de Amsterdamse studievereniging Favervuta. “Onze generatie is erg bezig met de toekomst en wil keihard werken voor een carrière. We zijn opgegroeid als een generatie die alles kan doen en die daarvoor ook de vrijheid heeft. Dat is ook de sfeer die op ACTA heerst.”
Tim van Adrichem (1997), voorzitter van TMFV Archigenes, de tandheelkundige studievereniging van Groningen, herkent zich niet helemaal in de sociologische beschrijving van zijn generatie. “Volledig op zichzelf gericht? Wij worden als toekomstige tandartsen juist opgeleid met het idee dat je als tandarts niet de hoogste baas bent, maar onderdeel van een team waarin je samenwerkt en iedereen gelijk is. Bovendien is er op de opleiding veel respect voor docenten en kijken studenten zelfs naar hen op.” Ook voorzitter Sophie van der Torre (1996) van TFV Nijmegen herkent zich niet direct in de omschrijving van haar generatie. Zij vindt studenten tandheelkunde over het algemeen sociale mensen. “Ik denk dat maar weinig studenten tandarts willen worden voor het geld, de meesten willen graag mensen helpen.”
Langstudeerders
Ze zijn helemaal niet “volledig op zichzelf gericht”, maar juist sociale types dus. Hoe zouden de studenten hun generatie verder omschrijven? Van Adrichem ziet bij veel studenten een sterke motivatie. “Tandheelkunde is een zware studie, dus je moet hard willen werken en goed kunnen plannen. De meeste studenten zijn behoorlijk ijverig, Wie dat niet is, redt het niet en stopt na verloop van tijd.”
Fictoor herkent dat. Toen hij in het eerste jaar zat, deden sommige toenmalige vijfde- en zesdejaars studenten al negen of tien jaar over hun studie. “Dat zie je nu nauwelijks meer. Studenten doen nu echt hun best om de studie in zes jaar af te ronden.” De ACTA-student denkt dat de verwachtingen en de eisen van zijn generatie hoger zijn dan van die van zijn ouders. Dat zou ook te maken hebben met de 24-uursmaatschappij: men wil op elk moment van de dag naar de tandarts kunnen. “Mensen willen ook gemakkelijk van tandarts kunnen switchen. Bovendien zijn er meer groepspraktijken. Dat gaat ten koste gaan van de dorpstandarts, die je vroeger meer zag. Dat zorgt, denk ik, voor een hoger niveau tandheelkunde, want er is meer samen- en wisselwerking. Doordat mensen online reviews kunnen achterlaten en lezen, worden patiënten ook kritischer en worden de eisen die aan tandartsen gesteld worden hoger.”
Iedereen gelijk
Natuurlijk zijn er ook verschillen tussen de huidige beroepsgroep en de aankomende generatie. Wat zijn die verschillen? Van Adrichem denkt dat de huidige, gevestigde tandartsen zichzelf zien als leider en als baas van het tandheelkundig team. “Maar dat is puur op basis van wat ik zelf in de praktijk heb gezien, ik weet natuurlijk niet of dat overal zo is. Wij worden meer opgeleid met het idee dat alle leden van het team gelijk zijn en hun zegje mogen doen.”
Van der Torre ziet iets vergelijkbaars. Haar moeder is tandarts in Zeist. Ziet zij als ‘dochter van’ duidelijke verschillen? In elk geval dat overleg in het tandheelkundig team van groot belang is, misschien nog wel meer dan vroeger. Toch denkt de tandarts in spe niet dat de manier waarop de huidige studenten leren werken, beter is dan hoe het vroeger ging. “Iedereen heeft zijn eigen manier van werken en als dat goed gaat, hoef je niet per se te veranderen.”
Feminisering
Toen Van Adrichem ging studeren, had hij niet verwacht in een klas met acht mannen en veertig vrouwen terecht te komen. Zo gaat dat echter bij de opleidingen tandheelkunde; ook dit beroep ‘feminiseert’. Hoe staan de drie daar tegenover? De voorzitter van Archigenes kan er niet de vinger op leggen waar die ontwikkeling vandaan komt. “Misschien dat praktisch bezig zijn met je handen meer bij vrouwen past. In de opleiding merk ik er trouwens niet veel van, het is gewoon gezellig met z’n allen.” Fictoor denkt de feminisering van de opleidingen misschien het gevolg is van het feit dat vrouwen zich eerder ontwikkelen. “Dat is uit verschillende onderzoeken gebleken. Als vrouwen hogere cijfers halen op de middelbare school worden ze makkelijker toegelaten, mannen lopen wat dat betreft iets achter.” Voor de studie denkt hij dat het niet uitmaakt dat er meer vrouwen dan mannen zijn, maar later op de arbeidsmarkt misschien wel. “Sommige patiënten hebben misschien liever een mannelijke tandarts, dan kan het nadelig zijn. Ook hebben vrouwen vaak een kinderwens, wat ook van invloed kan zijn op de arbeidsmarkt.” Van der Torre voegt er aan toe dat de feminisering een ontwikkeling is die in de hele gezondheidszorg te zien is. “Misschien omdat vrouwen wat zorgzamer zijn dan mannen.”
Praesides
Is het dan niet vreemd dat maar liefst twee van de drie voorzitters van de studieverenigingen mannen zijn? Fictoor denkt dat voorzitters moeten beschikken over bepaalde eigenschappen “die mannen nu eenmaal vaker hebben dan vrouwen”. Welke eigenschappen dan? “Een praeses moet het voortouw kunnen nemen, de capaciteiten bezitten om te onderhandelen over contracten en te sparren met bedrijven over mogelijke samenwerking. Ik denk niet zozeer dat het uitmaakt of een vrouw of man aan het roer staat, maar je ziet wel dat mannen deze eigenschappen vaker bezitten dan vrouwen.”
Bij TFV Nijmegen zien ze dat net even anders. Daar is de praeses juist al jarenlang een vrouw. Van der Torre: “Ik denk dat mannen van oudsher de leidinggevende functies krijgen omdat dit vroeger zo was. Zoals je bij ons ziet, hoeft dit al lang niet altijd meer zo te zijn, maar misschien zijn Favervuta en Archigenes daarin nog wat traditioneler. Al weet ik dat ook zij in de afgelopen jaren al meerdere praesides hebben gehad.”
Drie keer feest
Begin februari vierde TMFV Archigenes (1.200 leden) een week lang haar derde lustrum met onder andere een openingsfeest, kroegentocht en gala- avond. Er werd echter niet alleen maar gefeest, er was ook een inhoudelijk programma met bijvoorbeeld een praxisdag en een symposium.
Ook TFV Nijmegen, de oudste van de drie verenigingen, heeft in 2018 iets te vieren: ze bestaat 55 jaar. Dat wordt eind november door de 640 leden gevierd met een gala, diverse andere feestelijke activiteiten en een groot lustrumcongres.
Ten slotte staat het Amsterdamse Favervuta volgend jaar een mooi lustrumjaar te wachten: in 2019 bestaat de vereniging 50 jaar. Het programma is nog niet bekend, maar reken erop dat de circa 1.000 leden – inclusief alumnileden en donateurs – een groot gala, een aantal andere feesten en ook een inhoudelijk programma kunnen verwachten.
Glazen bol
Een blik in de glazen bol: hoe ziet het drietal de toekomst van de tandheelkunde? Wat worden de dominante trends? Fictoor denkt dat 3D-printing de toekomst heeft. Tandarts en tandtechnicus gaan op een andere manier samenwerken, denkt hij, waardoor wachtlijsten korter worden en patiënten sneller kunnen worden geholpen. “Ik ben benieuwd hoe gebitten er over twintig of dertig jaar uitzien. Mensen hebben nu een betere mondhygiëne, omdat ze betere voorlichting krijgen op jongere leeftijd.” Waar de tandarts vroeger vrijwel alles zelf deed, wordt het steeds normaler een patiënt te verwijzen voor een endo of implantaat, denkt Van der Torre. “Ik denk dat het nog meer losse vakgebieden worden en dat deze ontwikkeling zich steeds verder gaat voortzetten. Verder denk ik dat teams heel belangrijk worden en dat de mondhygiënist meer aan preventie gaat doen.”
Volgens Van Adrichem is het van belang de discussie rondom taakherschikking in de gaten te houden. “Ik denk dat de mondhygiënist capabel genoeg is om makkelijke vullingen te maken, dat leren ze ook in de opleiding, maar of ze dat zelfstandig mogen doen, vind ik lastig. Wat als er iets mis gaat tijdens de behandeling en er geen tandarts is om bij te springen? Dat baart me zorgen.”

CV Yaphet Fictoor (1994)
Studie: Tandheelkunde (vierdejaars) ACTA
Praeses Favervuta
Hobby’s: “In mijn vrije tijd sport ik graag en speel ik voetbal in een vriendenteam. Daarnaast houd ik van een drankje en een feestje op zijn tijd in het weekend.”
CV Tim van Adrichem (1997)
Studie: Tandheelkunde (derdejaars) aan de Rijksuniversiteit Groningen
Praeses TMFV Archigenes
Hobby’s: gitaar spelen, fotografie en filmbewerking
CV Sophie van der Torre (1996)
Studie: Tandheelkunde (vierdejaars) aan de Radboud Universiteit Nijmegen
Praeses TFV Nijmegen
Hobby’s: Zeilen, paardrijden en skiën
Tekst: Laura Jansen

Recent nieuws

Coronavirus
79 minuten

Advertentie

Adhese Universal VivaPen; drievoudige efficiency

Adhese Universal VivaPen; drievoudige efficiency

Ivoclar Vivadent presenteert een nieuwe generatie van de Adhese Universal in stiftvorm met een modern en gebruikersvriendelijk design. Dankzij de nieuwe, efficiënte versie van de VivaPen zijn maximaal driemaal meer applicaties per ml-inhoud mogelijk in vergelijking met conventionele flesapplicaties.

Ontdek de nieuwe Adhese Universal VivaPen