Onderzoek toepassing Wet Normering Topinkomens bij tandarts(specialisten)

18 november 2016
Onderzoek

Veel tandartsen, orthodontisten en kaakchirurgen die hun beroep of praktijk uitoefenen vanuit een rechtspersoon, bijvoorbeeld een BV, hebben een brief ontvangen van het CIBG over de Wet Normering Topinkomens.

In de brief verzoekt het CIBG namens het ministerie van VWS de tandarts(specialist) een online vragenlijst in te vullen. Doel ervan is om uit te zoeken of de aangeschreven tandarts een topbestuurder is die onder de werking van de Wet Normering Topinkomens (WNT) valt. Deze wet is bedoeld om de beloning van topfuncties in de publieke en semi-publieke sector te beteugelen.

De KNMT raadt ontvangers van de brief aan de vragenlijst in te vullen. Wie dat niet doet, krijgt later te maken met uitgebreider onderzoek, omdat het CIBG er dan vanuit gaat dat de aangeschrevene inderdaad onder de WNT valt.

Van de meeste tandartsen zal na het invullen van de vragenlijst duidelijk worden dat zij niet onder de WNT vallen. Tandartsen die niet vanuit een rechtspersoon werken, bijvoorbeeld in eenmanszaken, VOF’s of maatschappen, vallen direct uit na het invullen van de eerste vraag van het onderzoek.

Hoewel andere praktijken soms zullen voldoen aan de definitie ‘instelling’ zullen bestuurders van die instelling die werken vanuit een rechtspersoon hun salaris zo laag mogelijk willen stellen. Dit is immers fiscaal het gunstigste.

Wel of geen instelling?

Op basis van de inschrijving in het Handelsregister van uw rechtspersoon wordt verwacht dat u een praktijk uitoefent die kwalificeert als instelling en mogelijk bent u dan ook de top-bestuurder.

Er is sprake van een instelling volgens de Wet Toelating Zorginstellingen (WTZi) wanneer sprake is van een organisatorisch verband (een praktijk) waarin door tenminste twee personen met een eigen bevoegdheid zorg wordt verleend aan patiënten, en deze zorg wordt bekostigd uit het basispakket van de Zorgverzekeringswet (Zvw) of uit de Wet Langdurige zorg (Wlz).

  • Algemeen-practicus: zorg verleend aan de kinderen <18 jaar (plus nog wat handelingen) worden bekostigd uit de Zvw. Uw praktijk is mogelijk een instelling;
  • Orthodontist: orthodontie wordt niet bekostigd uit het basispakket Zvw. Uw praktijk is daarom geen instelling;
  • Specialist-MKA: een groot deel van de zorg wordt bekostigd uit de Zvw. De activiteit is onderdeel van een instelling, maar mogelijk niet een instelling waarvan u top-bestuurder bent.

Om welke rechtspersoon gaat het?

Om fiscale redenen wordt er vaak met meerdere BV’s gewerkt, meestal een holding-BV en een werk-BV. U bent dan vaak aandeelhouder en directeur van de holding-BV. Die holding is dan aandeelhouder en directeur van de werk-BV. De holding beheert aandelen en voert het management, maar oefent geen praktijk uit en is dus geen instelling. De werk-BV is soms eigenaar van de praktijk. In dat geval kan sprake zijn van een instelling.

Voorbeelden

Ik ben volledig of voor een groot deel eigenaar van de aandelen in één BV. Ik ben directeur van die BV en heb een algemene praktijk met twee kamers. Ik ben de enige tandarts, mijn assistenten doen wat preventiewerk, maar er is geen andere behandelaar. Conclusie: uw praktijk is geen instelling volgens de WTZi.

Zie het vorige voorbeeld, maar nu is er wel een andere behandelaar. Bijvoorbeeld een tandarts die een dag per week in de praktijk werkt. Dan bent u wel een instelling volgens de WTZi.

Ik ben volledig of voor een groot deel eigenaar van de aandelen in één BV. Ik ben directeur van die BV. Ik ben via deze BV maat in een maatschap met anderen en vanuit de maatschap oefenen we een algemene tandartsenpraktijk uit. Conclusie: uw BV oefent geen praktijk uit. Dat doet de maatschap. Er is dus geen sprake van een instelling volgens de WTZi.

Ik ben specialist Mondziekten, Kaak- en Aangezichtschirurgie en maak via een eigen BV onderdeel uit van een Tandheelkundig Specialistisch Bedrijf (TSB) of van een Medisch Specialistisch Bedrijf (MSB) en ik ben als persoon top-bestuurder in het TSB of MSB. Conclusie: uw BV participeert in een TSB of MSB dat specialistische zorg levert aan één of meerdere ziekenhuizen. Het TSB/MSB is geen instelling volgens de WTZi.

Ik ben specialist MKA en maak geen onderdeel uit van een MSB maar werk vanuit mijn eigen BV samen met het ziekenhuis in het leveren van tandheelkundige specialistische zorg (al dan niet met andere specialisten MKA verenigd in een maatschap).
Conclusie: de tandheelkundig specialistische zorg maakt onderdeel uit van de zorg die door het ziekenhuis wordt aangeboden. Uw BV voert geen praktijk uit en er is dus geen sprake van een instelling volgens de WTZi.

Ik ben een orthodontist, eigenaar van de aandelen in één BV waarvan ik ook directeur ben. De BV oefent de orthodontiepraktijk uit. Conclusie: de orthodontie wordt niet vergoed uit het basispakket Zvw. Er is daarom geen sprake van een instelling volgens de WTZi.

Let op: tandartsen of tandarts-specialisten die vanuit het buitenland zijn aangeworven en beschikken over de 30%-regeling kunnen onder omstandigheden een hoger inkomen genieten dan conform de WNT is toegestaan. Het is aan te bevelen om hierover te overleggen met uw accountant.

Specialisten-MKA met een extramurale praktijk kunnen kwalificeren als een instelling volgens de WTZi. Het is goed om na te gaan over welke BV de vragen worden gesteld.

Heeft u nog vragen? Stel ze aan KNMT-praktijkspecialist Harry Korver.

Lees meer over:

0 reacties op Onderzoek toepassing Wet Normering Topinkomens bij tandarts(specialisten)