Opinie: waar blijven de jongens?

17 juni 2019

De tandheelkundige beroepsgroep feminiseert. In de jaren tachtig was 1 op de 5 studenten een meisje en werd bijna iedere tandarts na zijn afstuderen zelfstandig ondernemer. Rond de millenniumwisseling was de verhouding jongens/meisjes gelijk. En anno 2019 studeren er in het eerste jaar in Groningen 5 jongens en 43 meisjes.

Meisjes hebben dus, wat de studie tandheelkunde betreft, hun achterstand in rap tempo in een voorsprong omgezet. En toeval of niet, in diezelfde periode is een geleidelijke afname van solopraktijken en toename van groepspraktijken zichtbaar. Je kunt je afvragen hoe het komt dat de verhouding in het voordeel van de meisjes is doorgeslagen en jongens nog nauwelijks instromen. Hebben jongens soms minder belangstelling voor het tandartsvak?

Het antwoord is nee. De belangstelling voor de studie is gelijkelijk over de seksen verdeeld. Echter, sinds een jaar of tien wordt er qua toelating aan de poort geselecteerd. Aanvankelijk op basis van een uitgebreid assessment, tegenwoordig moeten belangstellenden voor de studie tandheelkunde een kennistoets maken. Degenen met de beste uitslag worden toegelaten. En dat blijken dus vooral meisjes te zijn.

Zijn die dan per definitie geschikter voor zowel de studie als de latere beroepsuitoefening? Wij vragen ons dat af. Natuurlijk zijn jongens en meisjes in menig opzicht niet gelijk, maar vullen ze elkaar vaak aan. Jongens zijn beter in ruimtelijke vaardigheden en meisjes presteren beter op onderdelen waar het aankomt op geheugen en sociale cognitie. En uit de ontwikkelingspsychologie weten we dat de ontwikkeling van het brein bij jongens en meisjes niet parallel verloopt.

Op de leeftijd van 18 jaar, de gemiddelde eindexamenleeftijd, lopen meisjes qua cognitieve ontwikkeling voor op jongens. Neurobiologisch onderzoek laat bij jongens een latere uitrijping van hersenstructuren zien die effect hebben op cognitie en gedrag. Kortom, als je bij 18-jarigen een willekeurige kennistoets afneemt, presteren meisjes beter. We zien dit ook terug in het gemiddelde cijfer op het middelbare schoolexamen. Jongens halen hun achterstand overigens gaandeweg wel rap in.

De toelatingstoets komt dus op het voor jongens verkeerde moment of we meten niet goed. Willen jongens en meisjes gelijke kansen hebben bij de toelating, dan zullen de opleidingen rekening moeten houden met een verschil in ontwikkelingscurve. Respecteer dat gegeven en corrigeer bij toelating tot de studie voor deze ingebakken ongelijkheid. Of laat bijvoorbeeld evenveel jongens als meisjes toe tot het eerste jaar.

Dat verlicht volgens ons op termijn ook een aantal problemen. Wij constateren bijvoorbeeld een afnemende belangstelling voor het ondernemerschap; een verminderde inzetbaarheid (meer parttime en kortere beroepscarrière, vaak door combinatie van werk- en zorgtaken) en een enorme run op de Randstad met oplopende tekorten in de regio’s. Tegelijkertijd zien we de opkomst van snel groeiende tandheelkundige ketenzorg. Of het te verklaren is door de snelle groei van de groep vrouwelijke tandartsen is niet onomstotelijk vast te stellen, maar volgens ons ligt een verband voor de hand. Wij zijn er daarom van overtuigd dat een meer evenredige verhouding tussen de seksen bevorderlijk is voor de ontwikkeling van de beroepsgroep.

Kortom, we hebben er geen bezwaar tegen dat aan de poort wordt geselecteerd. Maar doe dat dan wel op eigenschappen en kwaliteiten die er werkelijk toe doen. Nu betaalt de samenleving de prijs voor een scheve selectie: beperktere inzetbaarheid, minder ondernemerschap, minder innovatie en een eenzijdiger beroepsaanbod. Laten we daarom gewoon afspreken dat evenveel jongens als meisjes tot de studie worden toegelaten.

Jan ‘t Hooft en Sietze Oosterhaven, Groningen

Total votes: 0
Lees meer over: studenten

0 reacties op Opinie: waar blijven de jongens?