Patiënten aan hun lot overgelaten

16 augustus 2019

Onverkwikkelijk; een tandarts die met de noorderzon vertrekt en zijn patiënten aan hun lot overlaat. Het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg (RTG) Amsterdam maakte korte metten met hem.

Op 7 juli 2017 ontving de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) een melding van een patiënt die in de media had gelezen dat zijn tandarts met de noorderzon was vertrokken. De patiënt was hierover niet geïnformeerd en het was onduidelijk hoe de overdracht van het patiëntendossier was geregeld. Na deze melding volgden nog 68 gelijkluidende meldingen van patiënten van deze tandarts. Toen de IGJ na onderzoek op 12 oktober 2017 een bezoek bracht aan het praktijkadres, was daar inmiddels een ander bedrijf gevestigd. Het is de IGJ tijdens het onderzoek niet gelukt om de tandarts per post, per e-mail of telefonisch te bereiken. De IGJ heeft een aantal mogelijke verblijfplaatsen gevonden en naar al deze adressen brieven en haar conceptrapport met haar onderzoeksbevindingen gestuurd. De tandarts heeft niet gereageerd en was tijdens de zitting zonder bericht van verhindering afwezig. De IGJ heeft daarop een klacht ingediend. Volgens de IGJ heeft de tandarts in strijd gehandeld met de zorg die hij ten opzichte van zijn patiënten had behoren te betrachten door zijn praktijk te beëindigen zonder zijn patiënten hierover te informeren en zonder hen over te dragen aan een andere tandarts en te informeren over de spoedgevallendienst. Ook heeft hij bij de beëindiging van zijn praktijk geen voorziening getroffen voor de patiëntendossiers waardoor patiënten de mogelijkheid is ontnomen tot inzage in en afschrift daarvan. Het is onduidelijk waar de dossiers zijn gebleven. Een van de gevolgen is dat röntgenologisch materiaal, naar moet worden aangenomen, verloren is gegaan en patiënten voor nieuw materiaal onnodig moeten worden blootgesteld aan röntgenstraling.

Beoordeling

Het RTG volgt de bevindingen van de IGJ en de daaruit getrokken conclusies, nu deze onweersproken zijn gebleven. De tandarts heeft zijn praktijk beëindigd en is – naar moet worden aangenomen – naar het buitenland vertrokken. Dit alles getuigt niet van een zorgvuldige beroepsuitoefening conform de wet en richtlijnen. Gezien de wijze waarop de tandarts zijn praktijk heeft beëindigd, moet bovendien worden gevreesd dat de patiëntendossiers onbeheerd zijn achtergelaten. Een hoogst ongelukkige situatie omdat deze dossiers bijzondere persoonsgegevens bevatten die moeten worden beschermd. Ook dit getuigt van het onvoldoende betrachten van zorg. De tandarts heeft al met al gehandeld in strijd met de zorg die hij ingevolge artikel 47 lid 1 van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg jegens zijn patiënten had behoren te betrachten.

Tijdens de zitting heeft de IGJ betoogd dat het belang van de zaak (mede) is gelegen in het feit dat de tandarts op ieder gewenst moment in Nederland en in het buitenland weer werkzaam kan zijn als tandarts. Er zijn aanwijzingen dat hij inmiddels daadwerkelijk elders aan de slag is gegaan. Dit brengt een risico voor de patiëntveiligheid met zich mee. De IGJ verzoekt daarom om een uitspraak die (bij voorkeur) een doorhaling of een beroepsbeperking of verbod bevat omdat bij een dergelijke uitspraak via het Informatiesysteem Interne Markt (IMI) de buitenlandse autoriteiten kunnen worden geïnformeerd. De IGJ heeft er voorts op gewezen dat een trend aan het ontstaan is dat tandartsen uit het buitenland kortere of langere tijd hier in Nederland werken en vervolgens zonder zorgvuldige overdracht weer vertrekken en elders aan de slag gaan. Het vertrek zonder zorgvuldige overdracht is een onwenselijke situatie.

Het RTG houdt wat de op te leggen maatregel betreft rekening met de grote mate van onzorgvuldigheid van de handelwijze van de tandarts. Patiënten moeten er in ieder geval op kunnen vertrouwen dat zij van een praktijkbeëindiging op de hoogte worden gebracht en dat een zorgvuldige overdracht van de patiëntgegevens plaatsvindt. Verder heeft de tandarts zich niet toetsbaar opgesteld. Dat hij, terwijl hij daartoe in de gelegenheid is gesteld, niet op de klacht van Inspectie is ingegaan en brieven onbeantwoord heeft gelaten, getuigt van een lichtvaardige houding. Dat de brieven de tandarts mogelijk niet hebben bereikt en hij geen reactie kon geven, komt voor zijn eigen rekening, omdat van hem mocht worden verwacht dat hij na zijn vertrek uit Nederland een adres zou hebben achtergelaten waarop hij kon worden bereikt. De ernst van de gedragingen rechtvaardigt dat de door de Inspectie voorgestane melding aan de buitenlandse autoriteiten moet kunnen plaatsvinden. Dit is belangrijk voor de patiëntveiligheid en de preventieve werking die hier vanuit gaat.

Beslissing

Het RTG beveelt de doorhaling van de inschrijving in het BIG-register. Mocht de tandarts op het moment van onherroepelijk worden van deze beslissing niet in het register zijn ingeschreven, dan wordt hem het recht om wederom in dit register te worden ingeschreven ontzegd.

Commentaar

Deze tandarts heeft niet eens geprobeerd om patiëntgegevens over te dragen of aan de patiënten mee te geven. Kennelijk was er haast bij zijn vertrek. Helaas komt het voor dat een praktijk zo plotseling gesloten wordt – bijvoorbeeld door een overlijden – dat er nog geen opvolger is of dat een tandarts met zijn praktijk stopt, maar geen opvolger kan vinden. Wat moet er dan eigenlijk met de dossiers gebeuren?

Het is in het belang van goede patiëntenzorg dat de dossiers beschikbaar blijven, bovendien stopt de bewaarplicht niet. Een optie is dan om de dossiers over te dragen aan praktijken in de buurt en de patiënten actief te informeren waar de dossiers naartoe zijn gegaan en waar ze kunnen worden opgevraagd. De bewaarplicht wordt dan overgedragen aan de praktijk waar de dossiers worden opgeslagen. Het kan handig zijn om ook de IGJ hierover te informeren, zodat die patiënten met vragen verder kan helpen.

Over patiëntendossiers van een stoppende behandelaar zonder opvolger heeft de KNMG een standpunt gepubliceerd. Dit kunnen we als leidraad gebruiken. Na overlijden kunnen patiënten het beste opgeroepen worden om de dossiers op te halen. Wel wordt geadviseerd om de dossiers dan tijdelijk aan een waarnemer over te dragen, omdat erfgenamen over het algemeen geen beroepsgeheim hebben. Patiënten kunnen dan zelf hun dossier aan de juiste tandarts leveren en dossiers die niet worden opgehaald, worden toch volgens de wet bewaard. NT

Inge Henkens is tandarts in Amsterdam, jurist Gezondheidsrecht en eigenaar van adviesbureau Dentaxa.

Deze rubriek bevat samenvattingen van uitspraken van de Regionale Tuchtcolleges (RTG) en het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg (CTG) en de Geschilleninstantie Mondzorg. Iedere samenvatting wordt van commentaar voorzien door een onafhankelijk deskundige.

0 reacties op Patiënten aan hun lot overgelaten