Rechtbank bevestigt herziening VAR van tandarts-ZZP’er

13 oktober 2016
Contract

De rechtbank in Arnhem heeft eind september de herziening van de VAR van een tandarts-ZZP’er door de Belastingdienst bevestigd. Hoewel er op de argumentatie van de rechtbank wat is af te dingen, wordt hiermee nogmaals duidelijk dat een VAR in principe een voorlopig oordeel is over de fiscale positie van een belastingplichtige.

De tandarts op wie de uitspraak betrekking had, werkte sinds 2007 in één praktijk, met twee eigenaren die de praktijk ongescheiden uitoefenen. Zoals gebruikelijk wordt er gewerkt op basis van een modelovereenkomst van opdracht, waarbij duidelijk is dat er buiten dienstbetrekking wordt gewerkt. Er is geen sprake van een arbeidsovereenkomst.

De tandarts-ZZP’er ontvangt een honorarium op basis van de eigen omzet, maar is geen ‘partner’ van de beide opdrachtgevers. Dat is ook nooit beoogd, maar de rechtbank Gelderland rekent in haar uitspraak van 22 september 2016 de tandarts-ZZP’er aan dat hij niet investeert in de praktijk, niet bijdraagt aan de ontwikkeling van de praktijk, noch aantoonbaar debiteurenrisico draagt. Omdat de rechtbank bovendien van mening is dat de beide opdrachtgevers in feite één praktijk vertegenwoordigen, beschouwt de rechtbank ze als één opdrachtgever.

De rechtbank erkent de aansprakelijkheidsrisico’s die horen bij de behandeling van patiënten, maar beschouwt deze als beroepsrisico en niet als ondernemersrisico. De rechtbank bevestigd de Belastingdienst in haar standpunt dat de tandarts-ZZP’er geen winst uit onderneming geniet, maar resultaat uit overige werkzaamheden.

Harry Korver, specialist Praktijkvoering bij de KNMT: ‘Deze uitspraak is nog eens een nadrukkelijke aanwijzing dat het niet vanzelfsprekend is dat een tandarts zonder zelfstandige praktijk als ondernemer voor de Inkomstenbelasting wordt aangemerkt. Onder de nieuwe wet Deregulering Beoordeling Arbeidsrelaties (DBA) vindt deze toets altijd pas achteraf plaats.’

In de voorbeeldovereenkomst ‘KNMT/ANT/VVAA-praktijkmedewerking tandartsen’ staan elementen die het ondernemerschap van de tandarts- ZZP’er ondersteunen. Denk aan het lopen van debiteurenrisico en het zelfstandig aangaan van een behandelovereenkomst. Korver: ‘Het is daarbij aan te bevelen om de opties te kiezen waarbij het ondernemersrisico het meest duidelijk is. Aanvullend is het aan te bevelen om de kosten van de techniekwerkstukken behorende bij de behandelingen door de tandarts- ZZP’er ook in diens jaarrekening te vermelden. Inclusief de garanties die voor rekening van de tandarts- ZZP’er worden uitgevoerd.’ Tot op heden is het gebruikelijk om de techniekkosten te verantwoorden in de jaarrekening van de opdrachtgever, ook al worden deze in feite gedragen door de tandarts-ZZP'er.

Lees meer over de beoordeling van arbeidsrelaties onder de wet DBA

Lees meer over: