Verplichte bij- en nascholing: goede zaak

20 oktober 2017
portret Wolter Brands, voorzitter KNMT

Daar waar tandheelkundig specialisten allang een verplichting tot het volgen van bij- en nascholing hebben, blijven de tandartsen tot nog toe achter. Maar daar komt snel verandering in, als het aan de KNMT ligt. Voorzitter Wolter Brands over de beweegredenen die de beroepsorganisatie hiervoor heeft.

De ontwikkelingen in de tandheelkunde gaan razendsnel. Amalgaam heeft in anderhalf decennium plaatsgemaakt voor composiet, een materiaal dat continu evolueert, ook rond glasionomeercement vonden en vinden talloze ontwikkelingen plaats en implanteren gebeurt tegenwoordig met behulp van boorsjablonen. Het is slechts een greep uit alle vernieuwingen waarmee tandartsen én patiënten te maken hebben gekregen. Vernieuwingen die het noodzakelijk maken dat tandartsen zich blijven scholen.

“Als je dat niet doet, mis je niet alleen kennis en kunde om de nieuwste ontwikkelingen te kunnen toepassen, maar kun je bijvoorbeeld ook niet adequaat verwijzen”, zegt KNMT-voorzitter Wolter Brands. “Kijk, ik zet bijvoorbeeld zelf geen implantaten. Om goed te kunnen verwijzen, moet ik wél weten wat de mogelijkheden binnen de implantologie zijn. Alleen daarom al heeft het volgen van een globale cursus op dat gebied absoluut meerwaarde.”

En dus volgt het overgrote deel van de beroepsgroep regelmatig bij- en nascholingsactiviteiten: via een cursus, congres, kennistoetsen in de vakliteratuur, visitatie, IQual en wat dies meer zij. “Kijk alleen al hoeveel tandartsen zich bij het Kwaliteitsregister hebben ingeschreven”, zegt Brands. “Dat zijn er inmiddels bijna vijfduizend. En ook buiten het KRT zijn er heel veel tandartsen die aan bij- en nascholingsactiviteiten deelnemen. Alles bij elkaar gaat het om 94 procent van de tandartsen, van de overige zes procent is het niet bekend.“

Brands is sinds zijn aantreden, in 2016, een warm pleitbezorger voor het opnemen van een bij- en nascholingseis in het kader van herregistratie. “De KNMT zette voorheen in op het stimuleren van vrijwillige deelname aan bij- en nascholingsactiviteiten”, aldus Brands. “Daarmee is veel bereikt. De tijd is er nu echter rijp voor om de vrijwilligheid los te laten. Niet van de een op de andere dag, het is een proces waarbij goed naar de leden werd geluisterd.”

Het proces leverde op dat het gros van de KNMT-leden inmiddels voorstander is van verplichte bij- en nascholing. Dat blijkt bijvoorbeeld uit een ledenraadpleging in 2016, waarin veel KNMT-leden aangaven dit vanzelfsprekend te vinden. En op één van de laatste Algemene Vergaderingen was men zelfs unaniem voorstander, geeft Brands als tweede voorbeeld.

Tandartsen in meerderheid vóór

Brands woorden worden gestaafd door de resultaten van een enquête onder een kleine 2.700 tandartsen die het KRT onlangs in het kader van zijn tienjarig jubileum hield. Bij- en nascholing zou voor alle tandartsen een voorwaarde moeten zijn voor BIG-registratie, vindt bijna driekwart van de bij het KRT geregistreerde tandartsen. Van de niet-KRT-geregistreerde deelnemers aan de enquête vindt bijna de helft dat bij- en nascholing verplicht moet worden voor BIG-herregistratie.

Aan die wens geeft politiek Den Haag inmiddels gehoor. Bij het ministerie van VWS wordt gewerkt aan een voorstel om in de Wet BIG voor alle BIG-geregistreerde beroepen op te nemen dat het volgen van bij- en nascholingsactiviteiten onderdeel wordt van de vereisten om iedere vijf jaar te kunnen worden geherregistreerd. In een aparte Algemene Maatregel van Bestuur worden vervolgens per beroepsgroep de normen vastgelegd. De verplichte bij- en nascholing moet per 1 januari 2019 ingaan en heeft zodoende gevolgen voor de herregistratie vanaf 1 januari 2024.

120 uur = redelijke norm

De invulling van de normen is een zaak van de beroepsbeoefenaren zelf. De KNMT heeft er ook ideeën over. Zo vindt de beroepsorganisatie het volgen van 120 uur – of behalen van 120 punten – aan bij- en nascholingsactiviteiten in vijf jaar een redelijke norm om mee te beginnen. “Zo kan de beroepsgroep eraan wennen”, aldus Brands. Ter vergelijking, voor de KRT-registratie ligt die norm op 180 punten, een aantal waarvan 59 procent van de KRT-geregistreerden voorstander is. Onder niet-geregisteerden ligt dit percentage op 47.

Andere vraag is wat dan allemaal tot bij- en nascholingsactiviteiten wordt gerekend? Ook daarover zal binnen de beroepsgroep overeenstemming moeten worden bereikt. Is visitatie een vorm van bij- en nascholing of niet? Behoren kennistoetsen via de vakbladen daartoe? En deelname aan iQual? Uit de enquête van het KRT komt wat dit betreft naar voren dat ruim 90 procent van de tandartsen meent dat ook overige bij- en nascholingsactiviteiten, zoals kennistoetsen en EHBO-cursussen, scholingspunten zouden moeten opleveren.

En dan zijn er ook nog de werkvormen – telt e-learning ook of alleen maar hands-on trainingen? – de vraag of alle activiteiten geaccrediteerd moeten zijn en de inhoud van het onderwijs. Over dat laatste heeft de KNMT een uitgesproken mening. “De KNMT vindt dat tandartsen, analoog aan wat ook het KRT heeft, in verschillende canmeds (zie kader Wat is wat) moeten scoren”, zegt Brands. “Dus niet alleen maar op vakinhoudelijk gebied, maar bijvoorbeeld ook op het gebied communicatie, ondernemersvaardigheden en dat soort zaken. Tandheelkunde is immers veel meer dan alleen boren en vullen.”

Basisbekwaamheid op gehele vakgebied

Waar het gaat om het vakinhoudelijke pleit de KNMT ervoor dat daar breed op wordt ingezet. “Het is voor bijvoorbeeld een endodontoloog verleidelijk om zich qua bij- en nascholing alleen op de endodontologie te richten”, zegt Brands. “Ik kan me dat ook goed voorstellen. Echter, de KNMT hecht grote waarde aan de positie van de algemeen practicus. Deze vervult maatschappelijk een belangrijke rol. Daarom vindt de KNMT dat iedere tandarts op het gehele vakgebied een basisbekwaamheid moet hebben. Dat willen we in de verplichte bij- en nascholing terugzien.” Volgens de KNMT moet namelijk worden voorkomen dat in de toekomst het gros van de tandartsen uitsluitend gedifferentieerd is. Brands: “Want in dat geval worden patiënten van hot naar haar gestuurd en, misschien nog wel belangrijker, het gaat problemen opleveren voor de organisatie van de avond- en weekeinddiensten. Daarnaast komt de vraag op wie de poortwachter zal zijn als de algemeen practicus verdwijnt.”

Wie registreert?

Een ander punt waarover binnen de beroepsgroep moet worden gesproken, is hoe wordt vastgelegd welke tandarts welke bij- en nascholing heeft gevolgd. Het BIG-register is hier de registrerende instantie, zegt Brands. “We zouden ervoor kunnen kiezen om tandartsen individueel bij het BIG-register te laten registreren. Maar misschien kan het zo geregeld worden dat aangesloten wordt bij een in de tandheelkunde al bestaande registerende instantie, zoals het KRT”. In dat geval moet de overheid er mee instemmen dat het BIG-register een registratie in het KRT als bewijs aanvaardt voor het voldoen aan de vereisten voor bij- en nascholing. In dat geval wint de vraag welke activiteiten onder de verplichte bij- men nascholing vallen, aan belang. Voor een KRT-registratie moeten nu immers niet alleen 180 punten worden behaald, een tandarts moet ook deelnemen aan visitatie en patiëntenenquêtes afnemen. “Als je visitatie niet verplicht wilt stellen, kun je er ook voor kiezen om deelname hieraan te honoreren met een x aantal punten die meetellen voor de BIG-registratie”, zegt Brands. “Visitatie wordt dan niet als apart aspect benoemd. Wat de enquête betreft, daarvan kun je je afvragen of deze sowieso al niet wenselijk is op grond van de Wkkgz.”

Visitatie en patiëntenenquête

En, stelt de KNMT-voorzitter, daarnaast is er nog steeds de mogelijkheid dat deze aspecten aparte onderdelen worden voor herregistratie. “Of het ook echt zover komt? Dat is koffiedik kijken. Ik denk persoonlijk dat het een goede toevoeging zou zijn. De visitaties bij ons in de praktijk ervaar ik als nuttig en plezierig. Anderzijds moet je oppassen dat patiënten zich niet mateloos gaan ergeren aan alle enquêtes waarvoor hun medewerking wordt gevraagd. Onze praktijk moet vijftig ingevulde enquêtes aan het KRT kunnen overleggen. Ik dacht dat dit een makkie zou zijn, maar dat viel dus enorm tegen. En dat pleit weer tegen het opnemen van een dergelijke vereiste.”

Wat is wat?
  • Visitatie: de mening van collega’s over uw functioneren.
  • Patiëntenenquête: de mening van patiënten over uw functioneren.
  • Canmeds: de verschillende rollen als tandarts.

In de registratienorm van het KRT is sprake van zeven canmeds oftewel competentiegebieden:
Mondzorg;
Communicatie;
Samenwerking;
Kennis en wetenschap;
Maatschappelijk handelen;
Organisatie en
Professionaliteit

KRT-geregistreerde tandartsen moeten op vier van deze zeven gebieden deskundigheidsbevorderende activiteiten ontplooien.

 

Total votes: 152
Lees meer over:

0 reacties op Verplichte bij- en nascholing: goede zaak