VWS kondigt wijzigingen verzekerde mondzorg aan

23 mei 2016
Microfoon

Vanaf 1 januari 2017 gaan patiënten een percentuele eigen bijdrage betalen voor implantaatgedragen gebitsprothesen, in plaats van een vaste eigen bijdrage. Dat heeft minister Schippers van VWS per brief laten weten aan de Tweede Kamer.

Voor de implantaatgedragen gebitsprothese geldt in de Zorgverzekeringswet (Zvw) nu een vaste eigen bijdrage van €125 voor de onder- of bovenkaak, terwijl voor normale gebitsprothese een eigen bijdrage geldt van 25% van de kosten. Daardoor komt het in de huidige praktijk regelmatig voor dat een normale prothese voor de patiënt duurder uitvalt dan een (hoogwaardiger) implantaatgedragen prothese. Met de nieuwe maatregel beoogt de minister een einde te maken aan deze situatie.

Dit gaat gelden per 1 januari:

  • voor implantaatgedragen prothesen voor de onderkaak gaat een eigen bijdrage gelden van 10% van de kosten;
  • voor een implantaatgedragen prothese op de bovenkaak gaat een eigen bijdrage gelden van 8% van de kosten;
  • voor de normale gebitsprothesen wordt eigen bijdrage van 25% van de kosten gehandhaafd.

De KNMT is blij dat er een besluit is genomen over het aanpassen van de eigen bijdrage voor de implantaat gedragen gebitsprothese. Met dit besluit wordt beoogd dat de patiënt voor een implantaatgedragen prothese hetzelfde bedrag moet bijbetalen als voor een conventionele gebitsprothese. Hiermee komt een eind aan de vreemde situatie dat de patiënt minder hoeft bij te betalen voor de duurdere behandeling en blijft de vergoeding voor de implantaat gedragen prothese in het basispakket. De KNMT gaat vanaf januari strikt monitoren of de eigen bijdragen daadwerkelijk op een vergelijkbaar niveau komen te liggen.

Reparaties en rebasing gebitsprothesen

De minister voert op voorspraak van het Zorginstituut Nederland (ZIN) ook een eigen bijdrage van 10% van de kosten in voor reparaties en rebasing van gebitsprothesen. Volgens de minister gaat het daarbij om maximaal 45 euro.

Fronttandvervanging tot en met 22 jaar

Verzekerden tot 18 jaar hebben onder omstandigheden recht op fronttandvervanging met implantaten. Dit recht wordt vanaf 1 januari 2017 verlengd tot en met hun 22e levensjaar, indien een snij- of hoektand niet is aangelegd of voor het 18e levensjaar in zijn geheel verloren is gegaan als gevolg van een ongeval.

De KNMT had in dit geval liever gezien dat de leeftijdsgrens bij 25 jaar was komen te liggen. Bij sommige patiënten is de kaak namelijk pas rond het 25ste jaar volledig uitgegroeid.