Wat weten toekomstige moeders over de mondverzorging van kinderen?

21 maart 2018

Bijna de helft van de kinderen van 5 jaar heeft geen gaaf melkgebit meer. Voor Elies Wolf, Grietje van der Weide en Elise Kranenburg aanleiding om in het kader van hun bachelorscriptie te onderzoeken hoeveel kennis toekomstige moeders over de mondverzorging van hun kind hebben.  

In  ons land had in 2011 4 op de 10 kinderen van 5 jaar geen gaaf melkgebit meer. Een cijfer dat aangeeft dat er al op jonge leeftijd een gebrek aan cariëspreventie is; mogelijk omdat ouders niet op de hoogte zijn van de aanbevelingen van het Ivoren Kruis over goed gedrag omtrent de mondverzorging van het kind.

Om de mondgezondheid van jonge kinderen te verbeteren is GigaGaaf! gestart, een promotieproject van Ashley Verlinden waarin het Centrum Tandheelkunde en Mondzorgkunde van het UMC Groningen, TNO en de Erasmusuniversiteit samenwerken. Het doel van dit project is het bevorderen van de mondgezondheid van jonge kinderen door de ouders vroegtijdig de juiste mondverzorging voor hun kind aan te leren. Met vroegtijdig wordt het moment voor het doorbreken van de eerste tand bedoeld. Dit eerste tandje zal rond de leeftijd van 6 maanden doorbreken. Het Ivoren Kruis beveelt dan ook aan dat een kind op die leeftijd voor het eerst de tandarts bezoekt.

Zwangere vrouwen en ouders van jonge kinderen kunnen worden bereikt via consultatiebureaus maar ook via verloskundigenpraktijken. Als bekend is wanneer het kind geboren wordt, weet men wanneer het kind 6 maanden is en kan er tijdig passend advies door een mondzorgprofessional worden gegeven.

Het doel van dit onderzoek was om beter inzicht te krijgen in de kennis van zwangere vrouwen over de mondverzorging van hun kind, om zo te bepalen wat de mondzorgprofessional voor passende adviezen kan geven.

Materiaal en methode

In dit onderzoek participeerden 2 verloskundigenpraktijken in Den Haag. Ze kennen een grote diversiteit aan patiënten van verschillende culturele achtergronden. Het onderzoek werd uitgevoerd tussen november 2015 en januari 2016 en bestond uit het invullen van een vragenlijst door zwangere vrouwen.

In die lijst werd de aanstaande moeders gevraagd naar hun kennis over mondverzorging van hun toekomstige kind, de houding ten opzichte van hun eigen mondgezondheid, het hebben van een aanvullende tandartsverzekering, het aantal kinderen, het opleidingsniveau en de etnische achtergrond.

De kennis is gemeten aan de hand van 5 vragen over de leeftijd waarop moet worden begonnen met tandenpoetsen, de leeftijd van de eerste tandheelkundige controle, de leeftijd tot wanneer moet worden nagepoetst, over de manier van drinken en hoe kinderen voor tandheelkunde verzekerd zijn.

De kennisscore kon variëren van 0 tot 5 punten. De houding van zwangere vrouwen ten opzichte van hun eigen mondgezondheid is gemeten op basis van vragen over het laatste tandartsbezoek, de poetsfrequentie en wat zij zou doen bij bloedend tandvlees.

Resultaten

Er zijn 88 vragenlijsten retour gekomen. Hiervan is één niet ingevulde vragenlijst geëxcludeerd, zodat er in het onderzoek 87 vragenlijsten zijn meegenomen.

Tabel 1 toont de kenmerken van de zwangere vrouwen die participeerden in het onderzoek. Daaruit blijkt dat ongeveer een derde van hen aanvullend voor tandheelkunde verzekerd was, iets meer dan een derde van de vrouwen hun eerste kind verwachtte en meer dan de helft van de vrouwen van niet-Nederlandse afkomst was.

Kenmerk Categorie %
Tabel 1. Achtergrondvariabelen zwangere vrouwen. Leeftijd, aanvullende verzekering, primi- of multipara, opleidingsniveau, culturele afkomst. Aantal zwangere vrouwen (n) waarvan de onderzochte variabele bekend is en weergegeven in percentages.
Leeftijd (n=86) 18-22 jaar 5
23-27 jaar 25
28-32 jaar 36
33-37 jaar 24
38-42 jaar 10
Aanvullende verzekering tandheelkunde (n=85) Wel aanvullend verzekerd 34
Niet aanvullend verzekerd 66
Primipara of multipara (n=87) Primipara 38
Multipara 62
Opleiding (n=87) Lager onderwijs 26
Middelbaar onderwijs 30
Hoger onderwijs 44
Culturele afkomst (n=77) Nederlands 44
Niet-Nederlands 56

Uit tabel 2 over de kennisvragen blijkt dat een groot gedeelte van de zwangere vrouwen ervan op de hoogte was wanneer er begonnen moet worden met tandenpoetsen en dat het beter is om uit een beker te drinken dan uit een fles. De vragen tot welke leeftijd moet worden nagepoetst en op welke leeftijd het beste voor het eerste de tandarts kan worden bezocht, werden over het algemeen onjuist beantwoord.

Vraag Antwoord op basis van het Ivoren Kruis Percentage juist beantwoord
Tabel 2. Percentages juist beantwoorden vragen door zwangere vrouwen over de mondverzorging van het kind.
De tanden van een kind moeten worden gepoetst vanaf het moment dat het kind ... Het kind het eerste tandje heeft. 78%
Wat is beter voor het melkgebit: drinken uit een fles of uit een beker? Drinken uit een beker. 72%
Hoe is controle bij de tandarts of mondhygiënist (geen orthodontie) voor kinderen van 0 tot 18 jaar geregeld? In de basisverzekering. 64%
Tot welke leeftijd van het kind moet een volwassene het gebit van het kind napoetsen? Tot het kind 10 jaar oud is. 8%
Op welke leeftijd kun je het beste met kinderen voor het eerst voor controle naar een tandarts of mondhygiënist gaan? Als een kind ... Als het kind tussen de 6 maanden en 1 jaar oud is 5%

De somscore van kennis in tabel 3 was gemiddeld 2,3 van de 5. Ongeveer de helft van de zwangere vrouwen had een kennisscore van 2 of minder. Er was een statistisch significant verschil in kennis tussen zwangere vrouwen met een niet-Nederlandse afkomst en die met een Nederlandse afkomst.

Punten %
Tabel 3. Percentage zwangere vrouwen naar kennisscore
0 4,6
1 14,9
2 35,6
3 37,9
4 6,9
5 0,0

Geen significant verschil was er tussen de kennisscore van zwangere vrouwen en de hoeveelheid kinderen, de aanvullende verzekering en het opleidingsniveau. Tussen de kennis van de zwangeren over de mondgezondheid van hun kind en de houding ten opzichte van de eigen mondgezondheid werd geen verband gevonden.

Discussie

Uit dit onderzoek komt naar voren dat de kennis van zwangere vrouwen over de mondverzorging van het kind onvoldoende was. De kennis over de eerste controle en de leeftijd tot wanneer moet worden nagepoetst, was bijzonder laag.

Zwangere vrouwen met een niet-Nederlandse afkomst hadden een significant lagere kennisscore dan zwangere vrouwen met een Nederlandse afkomst. In hoeverre dit onderzoek representatief is voor alle zwangeren in Nederland, is onbekend. Allereerst is niet bekend of de 2 participerende verloskundigenpraktijken een goede afspiegeling van verloskundigenpraktijken in Nederland vormen, ten tweede is het onbekend hoeveel zwangere vrouwen hebben geweigerd de vragenlijst in te vullen. Ook was het percentage zwangere vrouwen van niet-Nederlandse afkomst in de onderzoeksgroep hoger dan gemiddeld in Nederland. Wellicht is de kennisscore daarom iets te somber afgeschilderd.

Voor de algemeen practicus betekenen de uitkomsten desondanks dat het van belang is om extra aandacht te besteden aan zwangere vrouwen met een niet-Nederlandse afkomst.

Tussen de kennisscore en de houding ten opzichte van het eigen gebit, het opleidingsniveau, het al dan niet hebben van kinderen en het al dan niet hebben van een aanvullende verzekering werden geen statistisch significante verschillen gevonden. Echter, het is onduidelijk in hoeverre er sociaal wenselijk is geantwoord. Het is voor zwangeren van belang om doelgerichte adviezen te krijgen.

Meer aandacht aan de adviezen over het napoetsen tot 10 jaar en de leeftijd van het eerste bezoek aan de tandarts zou een waardevolle aanvulling zijn om de kennis van toekomstige moeders specifiek op deze deelgebieden te verhogen. Het onderzoek toont aan dat het merendeel van de zwangere vrouwen kennis heeft over het eerste poetsmoment bij het kind, goede drinkgewoonten en het feit dat tandartsbehandelingen tot 18 jaar in de basisverzekering zitten. Dit neemt niet weg dat er ook op deze onderwerpen een percentage onjuiste antwoorden is gegeven. Dit alles biedt tandartsen ruimte om doelgerichte adviezen te geven om zo vrouwen al tijdens de zwangerschap te motiveren bij te dragen aan een goede mondgezondheid van hun toekomstige kind.

Conclusie

De kennis van zwangere vrouwen over de mondverzorging van hun aanstaande kind is onvoldoende. Door doelgerichtere adviezen is daar nog veel winst te behalen, waarbij aan te raden is dat extra aandacht aan zwangeren van niet-Nederlandse afkomst wordt gegeven. 

Literatuur

  1. Schuller A.A., Kempen Van I.P.F., Poorterman J.H.G., Verrips G.H.W. Kies voor tanden. TNO; 2013. p. 97.

Vriendschap als basis

Grietje van der Weide (22), Elise Kranenburg (22) en Elies Wolf (22) zijn blij dat ze Groningen mogen vertegenwoordigen. Al sinds het eerste jaar zijn ze goede vriendinnen, daarom was het vanzelfsprekend om samen hun bachelorscriptie te schrijven. Onderzoek doen was voor de drie studenten nieuw en ging gepaard met de nodige tegenslag. Hun begeleider, Annemarie Schuller, stimuleerde zelfstandigheid. Dat was in het begin lastig, maar het zorgde er uiteindelijk voor dat ze veel hebben geleerd. Het inschatten van hun winkansen vinden ze lastig, omdat ze de scripties uit Amsterdam en Nijmegen niet gelezen hebben. Wel denken ze dat hun onderzoek op eenvoudige wijze in de praktijk toepasbaar is. Het advies dat in de scriptie is opgesteld, kan niet alleen gebruikt worden door tandartsen, maar ook door mondhygiënisten en tandartsassistenten. “Door het advies in de tandartspraktijk aan zwangere vrouwen te geven, denken we dat er veel leed bij kinderen kan worden voorkomen”, denkt Van der Weide. De studenten liepen aan tegen het feit dat bepaalde formuleringen uit de enquêtes door de respondenten anders werden opgevat. “We hebben geleerd dat het heel belangrijk is om vragen op een duidelijke manier te stellen, zodat ze niet verschillend kunnen worden geïnterpreteerd”, aldus Kranenburg. Het drietal is trots op de scriptie die ze hebben geschreven. Binnenkort gaan ze met studievriendinnen op wintersport en wordt er zeker geproost op de mooie scriptie.

Elies Wolf, Grietje Van Der Weide en Elise Kranenburg, Groningen

Het onderzoek van Elies Wolf, Grietje van der Weide en Elise Kranenburg naar de kennis die toekomstige moeders over de mondverzorging van hun kind hebben, is één van de 5 genomineerde inzendingen voor de Nt-GSK Bachelorscriptie Award 2018.

Het onderzoek is gedaan in Groningen en werd begeleid door dr. Annemarie Schuller.

Met dank aan Anita Kootwijk-Jonker en Eveline de Jong van de GGD Haaglanden voor de hulp bij het afnemen van de vragenlijsten.

0 reacties op Wat weten toekomstige moeders over de mondverzorging van kinderen?