Wolter Brands over zijn lobby voor de tandarts: welk strijdplan heeft de KNMT voor 2018

23 januari 2018

Minder contributie, meer service en belangenbehartiging. Dat is het goede nieuws voor de KNMT-leden in 2018. Maar als het om belangenbehartiging gaat: welk strijdplan heeft KNMT-voorzitter Wolter Brands voor dit jaar?

De KNMT behartigt de belangen van tandartsen; wat wilt u in 2018 bereiken?

“Ik wil graag de discussie over taakherschikking in de mondzorg op een goede manier beëindigen. Graag rust op dit front, want dit beheerst de agenda nu veel te veel. Een tweede punt is: serieus beginnen met het versimpelen en verbeteren van de tarievenstructuur. En dan zou ik ook graag zien dat het besef doordringt dat Nederland zijn eigen tandartsen zoveel mogelijk zelf moet opleiden.”

Wat dat laatste betreft: heeft u vertrouwen in Bruno Bruins, de nieuwe minister voor Medische Zorg?

“Daar kan ik nog weinig van zeggen: hij zit er nog maar kort en is terughoudend bij het innemen van posities. Minister Edith Schippers had echter weinig aandacht voor het probleem dat we maar de helft van de Nederlandse tandartsen ook hier opleiden. Vaak wordt gedacht: dat is lekker voordelig, een ander land de opleidingskosten laten betalen. Maar dan wordt vergeten dat in het buitenland opgeleide tandartsen hier nogal eens minder belas- ting betalen (ze vallen in een fiscale regeling, waardoor 30 procent van hun loon is vrijgesteld van belasting, red.). Dat scheelt de overheid veel geld, dat wat mij betreft beter aan opleidingen in Nederland kan worden besteed. Ik realiseer me best dat je niet van de ene dag op de andere 250 opleidingsplaatsen extra kunt realiseren. Het is bijvoorbeeld de vraag of de faciliteiten en het docentencorps op deze aantallen zijn toegesneden. Maar laten we wel de eerste, stevige stappen zetten.”

Wat is er mis met buitenlandse tandartsen?

“We hebben ze nu hard nodig, maar het aanbod van in het buitenland opgeleide tandartsen laat zich moeilijk plannen. Hoe lang blijven ze? Wanneer gaan ze eventueel weer terug? Bovendien, ik heb een analyse gemaakt van klachten over tandartsen. Daaruit blijkt dat zich op drie terreinen relatief vaak problemen voordoen. Ten eerste is dat de Nederlandse taal. Zo’n taaltoets als we nu hebben, helpt natuurlijk, daar hebben we als KNMT destijds ook voor gepleit. Dan kun je een patiënt vertellen welke behandeling je gaat doen. Maar is de taalkennis van een buitenlandse tandarts toereikend om een dispuut aan te gaan met een ontevreden patiënt? Een ander probleem is dat men de Nederlandse wet- en regelgeving vaak onvoldoende kent. Ik bedoel: een patiëntendossier moet aan andere eisen voldoen dan een dossier dat geschikt is voor de boekhouding. En dan is de manier van behandelen in veel landen vaak anders dan we in Nederland gewend zijn, waar we het accent leggen op preventie.”

U zegt dus: tandartsen willen meer goed opgeleide concurrenten. Ongebruikelijk voor een belangenorganisatie…

“Misschien wel, maar de KNMT heeft hier echt het bredere belang van goede mondzorg voor ogen. Ik hoor wel eens het verwijt dat tandartsen vooral bezig zijn hun eigen omzet af te schermen, maar dat is niet juist. Dat geldt ook voor de discussie over de rolverdeling tussen tandartsen en mondhygiënisten, dat wat ze in Den Haag taakherschikking noemen. Mondhygiënisten vervullen een uitstekende rol, maar wij voelen niets voor uitbreiding van hun takenpakket. Een mondhygiënist die gaat boren is voor ons echt een no go. Wat dat betreft zijn we het eens met de patiënten die in een enquête van Patiëntenfederatie Nederland met een enorme meerderheid zeiden dat ze willen dat de tandarts boort. De KNMT wil ook het komende jaar een sterk accent leggen op de centrale rol van de tandarts als algemeen practicus binnen de mondzorg. Let op: ik zeg dus niet: de praktijkhouder. En ik zeg ook niet dat een algemeen practicus daarnaast geen differentiatie kan hebben. Maar het behoud van gewone, brede tandheelkunde, verenigd in één persoon, is essentieel voor goede mondzorg. Komt de positie van de algemeen practicus structureel in de knel, dan wordt de tandarts een verwijskantoor. Daarnaast wordt het onmogelijk om een structuur van weekenddiensten op te zetten en wordt het ook voor praktijken in kleinere steden en dorpen en op het platteland steeds lastiger om goede zorg te leveren.”

Is de discussie over taakherschikking niet gewoon landjepik tussen tandartsen en mondhygiënisten?

“Wat mij betreft niet. Onze argumenten liggen op een ander niveau. Ik ben niet tegen verandering, maar wel als dit ten koste gaat van de tandarts als algemeen practicus en daarmee van de kwaliteit van de mondzorg voor de patiënt.”

Waarom wilt u verandering in de tarievenstructuur? Tandartsen kunnen daar toch mee lezen en schrijven?

“Ze zijn er wellicht aan gewend, maar het is veel te ingewikkeld. Dus moet het aantal codes op een rechtvaardige manier worden teruggebracht. Het systeem is echter ook te weinig flexibel. Het duurt te lang voordat een nieuw type behandeling of een andere innovatie in een tarief is opgenomen. Zoiets moet over veel schijven. Dat remt de vernieuwing van de zorg. Lastig, met allerlei technische vernieuwingen voor de deur. Het systeem maakt het ook niet goed mogelijk om optimaal aan de wens van patiënten te voldoen. Als een patiënt een behandeling luxer wil laten uitvoeren dan de standaard – en daarvoor zelf wil bijbetalen – dan kan dat eigenlijk niet. Er is geen tarief voor zo’n behandeling: je kunt hem wel uitvoeren, maar wat kun je dan declareren? Voor extra services, zoals niet-spoedeisende behandelingen in het weekeinde of ‘s avonds, zijn ook aparte tarieven nodig.”

Centrale conclusie: hebben we in Nederland goede mondzorg?

“Daarvan ben ik wel overtuigd. En de omstandigheden waaronder tandartsen hun werk moeten doen, zijn ook best behoorlijk. De meeste vakgenoten snappen ook heel goed dat tijden veranderen en dat het logisch is dat de overheid en de zorgverzekeraars meer over hun schouders meekijken dan vroeger. Tegelijk zie je nu een neiging om veel te veel vast te leggen. Richtlijnen, protocollen om de patiënt in alle omstandigheden de beste behandeling voor te schrijven. Allemaal prima, maar wat als de patiënt het niet wil betalen of er om een andere reden geen zin in heeft? En zegt: prima dat u zo’n paro-behandeling voorstelt, maar beperkt u zich maar tot wat tandsteen weghalen, dokter. Dat kan soms niet volgens het protocol. In mijn eigen tandartsenpraktijk kom ik dat geregeld tegen. We moeten dus ruimte houden voor onze eigen professionaliteit en vooral voor de wens van de patiënt. Het gaat dus goed in de mondzorg, maar het kan zeker beter; daar gaan we in 2018 verder aan werken.” NT

Meer service voor minder geld

Meer service voor een lagere contributie. Dat is aan het begin van 2018 het goede nieuws voor de leden van de KNMT. “Ik hoor in het land al dat de leden blij zijn met de grotere zichtbaarheid van de KNMT. Ik denk dat we op het gebied van communicatie al stevige stappen gezet hebben.” Ook op andere terreinen mogen de leden het komend jaar meer verwachten van hun vereniging en van de KNMT Academy. Meer hierover is te vinden in het Jaarplan 2018, dat te lezen is op knmt.nl/jaarplan of via de QR-code.

In 2018 wordt de KNMT een sterkere vereniging”

2018 wordt voor Wolter Brands ook het jaar van de versterking van de verenigingsstructuur van de KNMT. “Daarover hoeft wat mij betreft weinig twijfel te bestaan.” Begin december kreeg een voorstel voor een wijziging van de statuten (waaronder de instelling van een ledenraad) net geen twee derde meerderheid bij stemming in de Algemene Vergadering. Brands blijft echter overtuigd van de noodzaak van de nieuwe verenigingsstructuur. De vorming van een ledenraad past bij een moderne belangenvereniging, zegt hij. “Ten eerste omdat de directe invloed van de leden hiermee veel groter wordt, ook van degenen die geen tijd hebben om regelmatig vergaderingen te bezoeken. Daarnaast kunnen we als vereniging met zo’n nieuwe structuur veel effectiever zijn. We hebben nu weliswaar een goedgekeurd jaarplan, op basis waarvan het bestuur en het bureau kunnen werken. Als zich echter grote, nieuwe ontwikkelingen voordoen en we moeten als KNMT snel reageren, iets wat deze tijd gewoon vereist, dan is dat met onze huidige, ingewikkelde structuur nagenoeg onmogelijk.”