facebook

Zzp‘en 2.0. Waartoe leiden de plannen van het kabinet?

Profile picture for user Evert Berkel
Evert
Berkel
7 minuten
Zzp en
Met ruim een jaar vertraging ontvouwde minister Wouter Koolmees van Sociale Zaken en Werkgelegenheid eind 2019 zijn plannen voor het in goede banen leiden van het werken als zzp’er. Maar wat betekenen deze plannen voor tandartsen? Hoofd Dienstverlening Harry Korver van de KNMT voorspelt waar het naartoe gaat.

Tekst: Harry Korver // Beeld: Shutterstock

Armoede onder zelfstandigen tegengaan en aan opdrachtgevers en zelfstandigen zekerheid geven over de arbeidsrelatie die ze met elkaar hebben. In het kort is dat wat het kabinet beoogt met de door minister Koolmees gepresenteerde plannen voor het werken als zzp’er.

De plannen moeten per 2021 ingaan

Om het eerste te bereiken stelt Koolmees onder meer voor een minimumtarief voor het werken buiten dienstbetrekking in te stellen. Het tweede denkt hij te bereiken door bijvoorbeeld een digitale module te ontwikkelen waarmee de arbeidsrelatie kan worden vastgesteld. En er komt de mogelijkheid om door middel van een zelfstandigenverklaring vast te stellen dat buiten dienstbetrekking wordt gewerkt. De plannen voor het minimumtarief en de zelfstandigenverklaring zijn in een wetsvoorstel bekendgemaakt, de webmodule is nog in ontwikkeling. De plannen moeten per 2021 ingaan, waarbij dat jaar geldt als een overgangsregeling. In 2021 wordt ook de non-handhaving afgebouwd.

Voorspelling 1: er komt geen nieuwe VAR

Ik voorspel op voorhand dat er geen nieuwe Verklaring Arbeidsrelatie (VAR) komt. Het kabinet wil niet terug naar de situatie waarbij voor aanvang van het belastingjaar of de start van de werkzaamheden wordt beoordeeld of de ‘tandarts-zonder zelfstandige praktijk’ – ofwel tandarts-zzp’er – het beroep waarschijnlijk zelfstandig als beroepsbeoefenaar cq ondernemer uitoefent.

Opdrachtgever moet aard arbeidsrelatie beoordelen

In plaats daarvan blijft het de taak van de opdrachtgever – lees praktijkhouder – en de opdrachtnemer – lees zzp’er – om de aard van de arbeidsrelatie te beoordelen: wordt er in dienstbetrekking of daarbuiten gewerkt? Wanneer beiden dat laatste van mening zijn en ze sluiten het ontstaan van een fictieve dienstbetrekking uit, dan krijgt de opdrachtgever vrijstelling voor het inhouden en afdragen van loonheffingen.

Wanneer is arbeidsrelatie geen arbeidsovereenkomst?

Maar wanneer wordt er eigenlijk buiten dienstbetrekking gewerkt? Dat is wanneer de arbeidsrelatie geen arbeidsovereenkomst is: geen loon, geen persoonlijke presentatieplicht of geen gezagsverhouding. 

Belastingdienst stelt voorwaarden aan duur overeenkomst

Voor de modelovereenkomst van opdracht-praktijkmedewerking heeft de Belastingdienst bovendien voorwaarden gesteld aan de duur van de overeenkomst.

De bedoeling van opdrachtgever en -nemer én de inhoud van die overeenkomst kunnen door de Belastingdienst worden getoetst aan de wijze van uitvoering: gebeurt dat zoals door beide partijen is omschreven?. Wanneer er bijvoorbeeld tijdens de uitvoering van de opdracht geen sprake is geweest van het vrij vervangen van de opdrachtnemer, is er dan toch geen sprake van een persoonlijke prestatieplicht?

Bij ziekte geen sprake van noodzakelijke vervanging

Natuurlijk zal er in het algemeen geen sprake zijn van een noodzakelijke vervanging van de opdrachtnemer in verband met bijvoorbeeld ziekte. Maar in voorkomende gevallen heeft de Belastingdienst een argument om het buiten dienstbetrekking werken ter discussie te stellen.

Beoordelingscriteria afgelopen jaar al herzien

De beoordelingscriteria die de overheid hanteert, zijn afgelopen jaar overigens al herzien. Zo zijn in januari 2019 de criteria voor het beoordelen van de gezagsverhouding opnieuw geformuleerd. Het belangrijkste gevolg daarvan is dat er meer naar specifieke zaken wordt gekeken in plaats van naar de formele gezagsverhouding. Ging het eerst om de vraag of de opdrachtgever opdrachten kon geven die de opdrachtnemer moest uitvoeren, nu gaat het om aanwijzingen die voorheen minder als aanwijzing voor gezag werden ervaren.

Wanneer bijvoorbeeld een tandarts-zzp’er techniekwerkstukken moet bestellen bij het tandtechnische laboratorium dat de voorkeur heeft van de opdrachtgever, of zelfs in eigendom is van het concern van de opdrachtgever, is dat een beperking van de vrijheid van de opdrachtnemer en een sterke aanwijzing voor werkgeversgezag.

Voorspelling 2: zzp’er wordt vaker niet als ondernemer aangemerkt

Voor tandarts-zzp’ers zal het ook in de toekomst mogelijk blijven om buiten dienstbetrekking te werken maar ze zullen, verwacht ik, vaker niet als ondernemer worden aangemerkt.. De overheid stelt namelijk dat buiten dienstbetrekking werken niet automatisch ook inhoudt dat dan sprake is van (fiscaal) ondernemerschap. Wanneer buiten dienstbetrekking wordt gewerkt, maar geen sprake is van ondernemerschap, dan worden de inkomsten aangemerkt als resultaat uit overige werkzaamheden. De fiscale faciliteiten voor ondernemers zijn dan niet van toepassing.

Kan substantieel werk aan een zzp’er worden overgelaten?

Om wat voor situaties gaat dat dan? Nou, bijvoorbeeld opdrachten waarbij zij-aan-zij wordt gewerkt met andere zorgverleners in de praktijk die op basis van een arbeidsovereenkomst werken. Of opdrachten waarbij langduriger in één praktijk wordt gewerkt. In die situaties komt het overheidscriterium ‘wezenlijk onderdeel’ om de hoek kijken. In het kader van dit criterium zal een opdrachtgever zich moeten afvragen of werk dat voor een praktijk substantieel is, aan een zzp’er kan worden overgelaten. Bij het begrip substantieel moet dan worden gekeken naar duur en omvang van de werkzaamheden, de bijdrage aan de omzet en vooral het nut van de werkzaamheden voor de praktijk als geheel. Zo bekeken zal een tandarts(-specialist) al snel een wezenlijk onderdeel vormen van de praktijkorganisatie, wat een sterke aanwijzing is voor het werken in dienstbetrekking.

Laat als zzp’er zien dat je ondernemer bent

Tandarts-zzp’ers kunnen er echter wel wat aan doen om te laten zien dat ze wel degelijk ondernemer zijn. De Belastingdienst stelt dat een ondernemer een belastingplichtige is voor rekening van wie een onderneming wordt gedreven. Laat dat als zzp’er dan ook zien! Investeer, maak reclame en streef naar onafhankelijkheid van opdrachtgevers en continuïteit van de onderneming.

Voorspelling 3: de maatregelen gaan chaos veroorzaken

Ik voorzie nu al dat de maatregelen die minister Koolmees heeft aangekondigd –de webmodule, het minimumtarief en zelfstandigenverklaring –chaos gaan veroorzaken. Die webmodule is nog in ontwikkeling en wordt in het tweede kwartaal van dit jaar verwacht. Het moet een vraaggestuurd instrument worden waarmee een opdrachtgever eenvoudig kan bepalen of buiten dienstbetrekking kan worden gewerkt. Ik ben benieuwd. Vooralsnog verwacht de KNMT dat zij, als de webmodule actief is, adviseert om voorlopig toch gebruik te blijven maken van de modelovereenkomsten van opdracht. Al was het alleen maar omdat daarmee ook wordt voldaan aan de eisen die andere wetgeving stelt.

Minimumtarief is voor zzp’ers aan de onderkant van  de markt

Met de invoering van een minimumtarief van € 16,- per uur beoogt de overheid zzp’ers ten minste een inkomen op het bestaansminimum te garanderen. Dit impliceert dat dit tarief vooral wordt ingevoerd voor zzp’ers die zich aan de ‘onderkant’ van de arbeidsmarkt bevinden.

Begrotingseis gaat veel onduidelijkheid opleveren

Een onderdeel is dat opdrachtgever en opdrachtnemer voor aanvang van iedere opdracht onderzoeken of wordt voldaan aan het minimumtarief. Om dat adequaat te kunnen beoordelen, moet de opdrachtgever een begroting opstellen met daarin de duur en tijdbesteding, bijkomende kosten et cetera. De begrotingseis wordt aangevuld met eisen aan de vorm van factureren, ten behoeve van het beoordelen of de begroting wordt gerealiseerd. Vanzelfsprekend gaat dit veel onduidelijkheid opleveren, én veel administratieve rompslomp. Bovendien is het een onnodige exercitie wanneer, zoals bij tandartspraktijken, al op voorhand duidelijk is dat altijd sprake is van een veel hoger tarief dan het minimum van € 16,- per uur. Het voorstel van de KNMT, en van een groot aantal andere beroepsorganisaties in de gezondheidzorg, is dat ook om de verplichtingen te laten vervallen wanneer duidelijk is dat het realiseren van het minimumtarief geen thema is.

Ieder jaar arbeidsrelatie opnieuw beoordelen

Aan de bovenzijde van de arbeidsmarkt maakt de overheid het mogelijk dat partijen verklaren dat de opdracht is aangegaan tussen zelfstandigen en dus buiten dienstbetrekking wordt gewerkt. De voorwaarden zijn relatief eenvoudig: de opdracht duurt ten hoogste een jaar, de opdrachtnemer is ingeschreven bij de Kamer van Koophandel en het tarief bedraagt ten minste € 75,- per uur.

Net zoals bij het minimumtarief moet ook hier door middel van een begroting worden beoordeeld of daadwerkelijk € 75,- per uur wordt betaald. En het afgesproken bedrag moet in de overeenkomst worden opgenomen wanneer partijen een prestatiehonorarium als uitgangspunt nemen. Als de zelfstandigenverklaring na de maximum duur van een jaar niet meer geldig is, moet de arbeidsrelatie opnieuw worden beoordeeld.

Voorspelling 4: In de mondzorg wordt zelfstandigenverklaring populair

Het is niet lastig te voorspellen dat opdrachtgevers en – nemers in de mondzorg gretig gebruik zullen gaan maken van de zelfstandigenverklaring. Er is echter nog wel een dingetje, de maximum duur van een jaar. De KNMT heeft in de internetconsulatie voorgesteld om de duur van de overeenkomst flexibel te maken bij waarneming en het uurtarief ook te verbinden aan het jaarhonorarium van de opdrachtnemer. Dit mede omdat tandartsen doorgaans veel directe (patiëntgebonden) uren werken.

KNMT werkt aan duurzame oplossingen

Al met al worden de contouren van de nieuwe ‘zzp-wetgeving’ steeds duidelijker. De KNMT werkt aan de ontwikkeling van duurzame oplossingen, zodat haar leden binnen die contouren op de door hun gewenste manieren kunnen samenwerken. Mijn advies aan zzp’ers is nu al na te denken over hoe zij vanaf 2021 willen werken, als zzp‘er of anders, en daar mogelijk alvast een voorschot op te nemen.

Vragen over zzp’en 2.0? Leg die voor aan KNMT Ledenservice: ls.knmt.nl of via Whatsapp: (030) 607 62 03.

In cijfers

Desgevraagd zeggen tandarts-zzp’ers dat het voor hen gevolgen gaat hebben als de nieuwe regels rond het werken als zzp’er daadwerkelijk van  kracht worden.

  • 44 procent wil toetreden tot een maatschap of zich zelfstandig vestigen.
  • 29 procent wil als zzp’er blijven werken, maar zal sneller van opdrachtgever wisselen.

Bron: Project Peilstations, Omnibusenquête 2019

praktijkvoering

Advertentie

Adhese Universal VivaPen; drievoudige efficiency

Adhese Universal VivaPen; drievoudige efficiency

Ivoclar Vivadent presenteert een nieuwe generatie van de Adhese Universal in stiftvorm met een modern en gebruikersvriendelijk design. Dankzij de nieuwe, efficiënte versie van de VivaPen zijn maximaal driemaal meer applicaties per ml-inhoud mogelijk in vergelijking met conventionele flesapplicaties.

Ontdek de nieuwe Adhese Universal VivaPen