Filters

Peri-implantaire problemen? Wees er vroeg bij!

Hoe is de naleving van de nazorg bij patiënten met een implantaatgedragen prothese en wat zijn de klinische effecten van deze onderhoudstherapie? Dat onderzochten de Amsterdamse studenten Pieter van der Moolen en Ben Post. Dit was één van de vijf genomineerde scripties die meedong naar de NT-GSK Bachelorscriptie Award 2020.

Tekst: Pieter van der Moolen en Ben Post

Om het succes van een implantaatgedragen prothese in de volledig edentate onderkaak op de lange termijn te kunnen garanderen, is het essentieel om peri-implantaire aandoeningen te voorkomen, deze tijdig te diagnosticeren en in een vroeg stadium te behandelen. Hierbij speelt een goede mondhygiëne een cruciale rol.

Voor veel patiënten is het lastig om een toereikend niveau van zelfzorg te bereiken. Dat maakt periodieke evaluaties, consistente nazorg en aanvullende instructies voor zelfzorg door de behandelaar noodzakelijk. Tijdens een evaluatie is visuele inspectie en palpatie van de slijmvliezen belangrijk. Ook wordt de pocketdiepte rondom de implantaten gesondeerd, de Peri implant Pocket Probing Depth (PiPPD). Een gezonde pocket naast een implantaat hoeft niet altijd ≤ 3 millimeter te zijn, maar kan variëren tussen 4 en 6 millimeter. Daarom worden de PiPPD-metingen gecombineerd met andere klinische symptomen zoals de bloedingsneiging, Peri implant Bleeding on Probing (Pi-BOP), evaluatie van botafbraak via röntgenfoto’s en de aanwezigheid van pus. Dit wordt door de tijd heen geëvalueerd, zodat kan worden vastgesteld of er een significant verschil van ≥ 2 millimeter optreedt ten opzichte van de nulmeting. Dit maakt een goede nulmeting dan ook onontbeerlijk.

Tot slot is het belangrijk om verder te kijken dan lokale parameters die enkel iets zeggen over de situatie direct rondom de implantaten. Leeftijd en geslacht kunnen van invloed zijn, het ontbreken van natuurlijke gebitselementen heeft een grote invloed op de microflora in de gehele mond en de weke delen waarop een prothese rust zijn extra gevoelig voor het ontwikkelen van een opportunistische Candida Albicans infectie. Onderzoek toont dat de pocketdiepte en bloedingsneiging bij parodontitispatiënten door Candidasoorten toeneemt. Dit kan ook gelden voor patiënten met een implantaatgedragen prothese.

Doel studie

Doel van de studie was om een cohort van edentate patiënten met een implantaatgedragen prothese in de onderkaak, die consistent terugkwamen voor hun jaarlijkse nazorgafspraken, over een periode van 3,5 jaar retrospectief te evalueren.

Methode

Alle data zijn afkomstig uit elektronische patiëntendossiers (EPD’s) van de praktijk Implantologie Utrecht. Indicatie voor een implantaatgedragen prothese was:

  • Volledig edentaat.
  • Ontoereikende retentie van een conventionele prothese (en daarmee geassocieerde problemen).
  • Voldoende bothoogte van de mandibula (≥ 8 millimeter) voor het plaatsen van de implantaten, vastgesteld via een laterale schedelfoto.

Elke patiënt kreeg 2 implantaten ter hoogte van de 33/32 en 43/42. Afhankelijk van de patiëntgebonden indicatie van de prothese werd daarop aanvullend een locator, drukknop of steg geplaatst. Tijdens de evaluaties gedurende de 3,5 jaar nazorg is de PiPPD op 6 vlakken gemeten: disto-vestibulair, vestibulair, mesio-vestibulair, disto-linguaal, linguaal en mesio-linguaal. De PiBOP is berekend als percentage daarvan. Een eventuele Candida Albicans infectie kon worden achterhaald door een Miconazol of Nystatine recept in het EPD.

Resultaten

Tussen januari 2011 en december 2015 zijn 239 patiënten voor een implantaatgedragen prothese behandeld, van wie 112 in aanmerking kwamen voor de gegevensanalyse (tabel 1*). 42 procent was man en de gemiddelde leeftijd tijdens chirurgie was 66 jaar (bereik: 39-86 jaar; tabel 2). Het bevestigingssysteem was een locator (63%), drukknop (33%) of steg (4%).

Tabel 1. Aantal geïncludeerde patiënten en bijbehorende exclusiecriteria

Studiepopulatie

Totaal aantal behandelde patiënten tussen 2011 en 2015

239

   Aantal geïncludeerde patiënten

112

   Aantal geëxcludeerde patiënten

127

Redenen voor exclusie

 

   Afwezig tijdens nazorg

102

   Ontbrekende data*

22

   Verschillende implantaat typen of bevestigingssystemen bij dezelfde patiënt

3

*Ontbrekende data houdt in dat er sprake was van onvolledige of geheel ontbrekende jaarlijkse evaluaties in het EPD gedurende de 3,5 jaar nazorg terwijl de patiënt wel consequent terugkwam.

Tabel 2. Patiëntgebonden en demografische gegevens

Demografisch

Gemiddelde leeftijd (SD)

66 (9.0)

Bereik leeftijd (jaren)

39-86

Aantal mannelijke patiënten

47 (42%)

Aantal vrouwelijke patiënten

65 (58%)

Aantal patiënten met locator systeem

71 (63%)

Aantal patiënten met drukknop systeem

37 (33%)

Aantal patiënten met steg systeem

4 (4%)


Analyse

  • Tussen de nulmeting en 3,5-jaar follow-up van de gemiddelde PiBOP (p = 0,028) werd een statistisch significant verschil gevonden. De gemiddelde PiBOP daalde met 5,18 procent bij de 3,5-jaar follow-up. Voor de PiPPD is er geen verschil gevonden, ook niet wanneer de implantaten afzonderlijk werden geëvalueerd (tabel 3).

Tabel 3. Analyse van gemiddelde (SD) bloeding na sonderen (PiBOP) en pocketdiepte (PiPPD) bij nulmeting en 3,5-jaar follow-up

Gemiddelde (SD)

 

Nulmeting

3,5 jaar

Verschil

P-waarde*

PiBOP (n = 112)

14,26  (19,14)

9,08  (16,77)

-5,18

0,028

PiPPD (n = 112)

2,10  (0,52)

2,16  (0,55)

0,06

0,219

 - Implantaat 32

2,08  (0,57)

2,17  (0,59)

0,09

0,102

 - Implantaat 42

2,11  (0,55)

2,15  (0,56)

0,04

0,537

PiBOP = peri implant bleeding on probing in %

PiPPD = peri implant pocket probing depth in mm

*Paired-samples t-test; vergelijking tussen groepen. P < 0,05.

  • Voor de gemiddelde PiPPD was er een statistisch significant verschil tussen mannen en vrouwen, zowel bij de nulmeting (p = 0,004) als bij de 3,5-jaar follow-up (p <0,001). De gemiddelde PiPPD was lager voor vrouwen (tabel 4).

Tabel 4. Analyse van gemiddelde (SD) bloeding na sonderen (PiBOP) en pocketdiepte (PiPPD) per geslacht bij nulmeting en 3,5-jaar follow-up

Gemiddelde (SD)

 

Nulmeting

 

3,5 jaar

 

Verschil

 

 

PiBOP

PiPPD

PiBOP

PiPPD

PiBOP

PiPPD

Man (n = 47)

14,60  (19,30)

2,26  (0,50)

7,66  (14,57)

2,37  (0,57)

-6,94

0,11

Vrouw (n = 65)

14,02  (19,17)

1,98  (0,51)

10,11  (18,24)

2,00  (0,48)

-3,91

0,02

P-waarde*

0,875

0,004

0,448

0,000

-

-

PiBOP = peri implant bleeding on probing in %

PiPPD = peri implant pocket probing depth in mm

*Independent-samples t-test; vergelijking binnen groepen. P < 0,05.

 

  • Na 3,5 jaar was er een statistisch significant verschil tussen de bevestigingssystemen (p = 0,008). De gemiddelde PiPPD van de drukknop was lager dan de locator (p = 0,026) en de steg (p = 0,004; tabel 5 en 5ª).

Tabel 5. Analyse van gemiddelde (SD) bloeding na sonderen (PiBOP) en pocketdiepte (PiPPD) per bevestigingssysteem bij de nulmeting en 3,5-jaar follow-up

Gemiddelde  (SD)

 

Nulmeting

 

3,5 jaar

 

Verschil

 

 

PiBOP

PiPPD

PiBOP

PiPPD

PiBOP

PiPPD

Locator (n = 71)

13,82  (18,17)

2,06  (0,56)

8,68  (17,23)

2,22  (0,58)

-5,14

0,16

Drukknop (n = 37)

13,08  (19,01)

2,15  (0,48)

7,95  (12,87)

1,98  (0,48)

-5,13

-0,17

Steg (n = 4)

33,00  (32,03)

2,25  (0,27)

26,75  (32,54)

2,73  (0,36)

-6,25

0,48

P-waarde*

0,134

0,569

0,097

0,008

-

-

PiBOP = peri implant bleeding on probing in %

PiPPD = peri implant pocket probing depth in mm

*One-way ANOVA-test; vergelijking binnen groepen. P < 0,05.

Tabel 5ª. Post-Hoc analyse van pocketdiepte (PiPPD) per bevestigingssysteem bij nulmeting en 3,5-jaar follow-up

Post-Hoc analyse  (P - waardes*)

 

Nulmeting

 

3,5 jaar

 

 

 

PiPPD

 

PiPPD

 

 

Locator - Drukknop

0,387

 

0,026

 

 

Locator - Steg

0,496

 

0,077

 

 

Drukknop - Steg

0,686

 

0,004

 

 

PiBOP = peri implant bleeding on probing in %

PiPPD = peri implant pocket probing depth in mm

*Independent-samples t-test; vergelijking binnen groepen. P < 0,05.

 

  • Een sub-analyse is uitgevoerd om de invloed van een Candida Albicans infectie op de PiBOP en de PiPPD te onderzoeken (tabel 7 en 8). Er was enkel een verschil voor de PiPPD na 3,5 jaar. De gemiddelde PiPPD van patiënten die tijdens de nazorg een infectie hadden opgelopen, was significant dieper dan van degenen zonder infectie (p = 0,001).

Tabel 6. Incidentie van Candida Albicans infecties gedurende de nazorgfase

Incidenten

Totaal aantal Candida Albicans infecties

19

   Aantal post-chirurgische Candida Albicans infecties

5 (4%)

   Aantal Candida Albicans infecties tijdens 3,5 jaar nazorg

14 (12,5%)

   Aantal patiënten dat op meer dan één moment onder een Candida Albicans
   infectie leed

2 (1,8%)

Tabel 7. Analyse van gemiddelde (SD) bloeding na sonderen (PiBOP) en pocketdiepte (PiPPD) per het optreden van Candida Albicans infecties bij nulmeting

Gemiddelde (SD)

 

Nulmeting

 

 

PiBOP

PiPPD

Aanwezigheid van Candida Albicans infectie (n = 5)

23,00  (25,77)

2,27  (0,50)

Afwezigheid van Candida Albicans infectie (n = 107)

13,85  (18,84)

2,09  (0,52)

P-waarde*

0,298

0,455

PiBOP = bleeding on probing in %

PiPPD = pocket probing depth in mm

*Independent-samples t-test; vergelijking binnen groepen. P < 0,05.

Tabel 8. Analyse van gemiddelde (SD) bloeding na sonderen (PiBOP) en pocketdiepte (PiPPD) per het optreden van Candida Albicans infecties bij 3,5-jaar follow-up

 Gemiddelde (SD)

 

3,5 jaar

 

 

PiBOP

PiPPD

Aanwezigheid van Candida Albicans infectie (n = 14)

10,57  (14,74)

2,60  (0,50)

Afwezigheid van Candida Albicans infectie (n = 98)

8,87  (17,10)

2,10  (0,53)

P-waarde*

0,724

0,001

PiBOP = bleeding on probing in %

PiPPD = pocket probing depth in mm

*Independent-samples t-test; vergelijking binnen groepen. P < 0,05.

Discussie

Bijna de helft van de patiënten komt na plaatsing van de implantaten niet meer terug voor nazorg, hoewel het belang daarvan meermaals is benadrukt (tabel 1). Daar kan een financiële verklaring voor zijn; het plaatsen van implantaten en prothese wordt door de verzekeraar vergoed, de nazorg vaak niet. De resultaten bieden een goede weergave van de peri-implantaire conditie door de tijd heen. Wel is een nauwkeurige nulmeting een vereiste, omdat verschillen in de gezondheid van de weefsels een alarmsignaal kunnen zijn. Als een progressieve ziekte wordt opgemerkt, moet zo snel mogelijk worden gestart met behandelen. Strikte nazorg en evaluaties zijn cruciaal om een stabiele peri-implantaire situatie te behouden; ze zijn een belangrijk onderdeel van het zorgplan. Het vraagt dus aandacht om patiënten te stimuleren om voor peri-implantaire nazorg terug te komen.

Implicaties voor de praktijk

Een stijgende levensverwachting samen met een verbeterde mondgezondheid zal leiden tot minder prothesedragers. Toch moeten mensen die al een prothese hebben, een langere edentate periode afleggen. Voor hen zijn jaarlijkse evaluaties noodzakelijk. Nieuw onderzoek zal moeten evalueren of de bevindingen van deze studie na 5 tot 10 jaar hetzelfde blijven.

Conclusie

Wij concluderen dat de naleving van de peri-implantaire nazorg laag is en daarom meer aandacht verdient. Voor de preventie van peri-implantitis zijn vroege diagnose, detectie en regelmatig onderhoud immers essentieel. Tijdens de 3,5 jaar na chirurgie bleek dat consistente nazorg wel degelijk bijdraagt aan de gezondheid van de peri-implantaire weefsels. Nazorg ging gepaard met een verminderde bloedingsneiging en in sommige gevallen reductie van de pocketdiepte.

Lees alle genomineerde scripties 2020

Total votes: 66