Reiniging, desinfectie en sterilisatie van instrumenten (module 8)

In deze module krijgt u inzicht in het beleid rond RDS-methodes (reiniging, desinfectie, sterilisatie) van instrumentarium, hol instrumentarium en de meerfunctiespuit. De procedure van ultrasoon reinigingen en onderhoud van het apparaat daarvoor. 

Monitoren

Maar module 8 gaat ook over thermodesinfectie: welke thermodesinfectoren zijn toegelaten, het monitoren van het thermodesinfectie proces. En chemische desinfectie van instrumentarium. Tot slot sterilisatie: welke sterilisatoren zijn toegelaten, het monitoren van het sterilisatieproces, verpakt steriel instrumentarium.

Om u zoveel mogelijk te ondersteunen bij de implementatie van de herziene richtlijn Infectiepreventie, behandelen we periodiek een module uit de richtlijn. De KNMT biedt diverse tools voor de implementatie van de richtlijn, die u ook per module kunt raadplegen. We adviseren u om de modules samen met uw team stapsgewijs te behandelen en te implementeren.

Aanbevelingen

De herziene richtlijn is voorzien van handige, beknopte aanbevelingen. De aanbevelingen laten in het kort zien wat u geregeld moet hebben in de praktijk. Ook module 8 is samengevat in een beknopte lijst met aanbevelingen. Het is handig om deze aanbevelingen te printen en te bespreken met uw team:

Download aanbevelingen reinigen instrumentarium (pdf)

Voorbereiden en reinigen van instrumenten

Reiniging, desinfectie en sterilisatie van het instrumentarium

Download film Reiniging, desinfectie en sterilisatie van het instrumentarium (mp4)

Vragen uit de kennistoets

Wat weet u precies van infectiepreventie? En uw assistent of uw team?

De kennistoets is een goede manier om uw kennis over infectiepreventie te testen. Er zijn 2 digitale kennistoetsen Infectiepreventie, één voor de tandarts(specialist) en één voor de assistent.

2 voorbeeldvragen uit de kennistoets

  • Welk instrumentarium in de mondzorgpraktijk valt onder categorie B (semikritisch gebruik)?

     

    A. Instrumentarium dat wordt gebruikt voor invasieve ingrepen waarbij contact met steriel weefsel plaatsvindt.

    B. Instrumentarium dat wordt gebruikt voor ingrepen waarbij het risico op overdracht van micro-organismen zeer klein is.

    C. Instrumentarium dat wordt gebruikt voor ingrepen met aantoonbare risico’s als gevolg van overdracht van micro-organismen.


     
  • Welke van onderstaande stellingen over steriliteit is NIET waar?

    A. De houdbaarheid van de steriliteit van steriel verpakt instrumentarium is afhankelijk van het verpakkingsmateriaal en de wijze van opslag.

    B. Voor hersterilisatie mag het instrument opnieuw gesteriliseerd worden in de oude verpakking.

    C. De einddatum van steriliteit moet op de sterilisatieverpakking worden vermeld.

    D. In de meeste ziekenhuizen wordt maximaal 6 maanden steriliteit na sterilisatie van verpakt instrumentarium aangehouden.