ACTA wees al eerder op risico’s experiment taakherschikking

29 maart 2018

Waar het RadboudUMC Nijmegen deze week vraagtekens plaatst bij het door het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) beoogde experiment rond taakherschikking, waarbij mondhygiënisten meer zelfstandige bevoegdheden zouden krijgen, deden de hoogleraren en universitair docenten van ACTA dat ook al.

Zij schreven begin december in een brief aan het ministerie dat in dit experiment niet kan worden ingestaan voor een veilige behandeling van de patiënt en voor de kwaliteit en doelmatigheid van de zorg.
In de brief wijst ACTA-decaan Albert Feilzer op de position paper die de opleidingen tandheelkunde en mondzorgkunde in 2016 hebben opgesteld ter voorbereiding op de discussie in de Tweede Kamer over taakherschikking. Daarin worden vier randvoorwaarden genoemd: mondhygiënisten en tandartsen werken intensief samen en bij voorkeur onder één dak; zij maken gebruik van hetzelfde patiëntdossier; de diagnostische vaardigheden van de mondhygiënist moeten sterk ontwikkeld zijn voor adequate doorverwijzing bij het zogeheten ‘niet-pluis gevoel’ en de definities van complexe en niet-complexe zorg moeten verder worden uitgewerkt. Hieraan wordt op dit moment niet voldaan, reden waarom nu starten met het taakherschikkingsexperiment onwenselijk is.
De stellingname van ACTA en het RadboudUMC Nijmegen sluit aan bij wat de KNMT het ministerie telkens heeft laten weten, namelijk dat de competenties van de mondhygiënist niet gelijkwaardig zijn aan die van de tandarts en dat het gelijkschakelen daarvan in de opleiding van de mondhygiënist niet 1, 2, 3 geregeld is.
Lees hier de brief van ACTA (pdf)
Lees hier de brief van Nijmegen (pdf)

 

0 reacties op ACTA wees al eerder op risico’s experiment taakherschikking