Behandelrelatie eenzijdig opgezegd

17 oktober 2019

Twee jaar lang door een vasthoudende patiënt via tuchtzaken achtervolgd worden. Het is dan een schrale troost dat die zaken in je voordeel worden beslist, want ze hebben wel al die tijd stress opgeleverd.

Klager is sinds 2008 behandeld binnen drie verschillende klinieken, onderdeel van onderwijsinstelling. In 2014 is er contact geweest over nota’s die door klager nog niet aan kliniek 1 waren betaald. In 2015 ontstond discussie over een door klager te betalen bijdrage in een behandeling in kliniek 2. Klager was het niet eens met de incassoprocedure en wilde de nota niet betalen. In 2016 kwam klager onder behandeling van de aangeklaagde tandarts die aan kliniek 3 was verbonden. Deze tandarts wees klager op 29 maart 2016, op verzoek van de administratie, op de openstaande kosten bij kliniek 2. Ondanks klagers verzoek hiertoe heeft de tandarts toen deze nota niet toegelicht. De behandeling bestond uit het plaatsen van een eerste, geperste prothese en, na klachten, het bijwerken en polijsten daarvan. In augustus 2016 werd door de tandarts een tweede, gefreesde prothesegeplaatst. Later die maand heeft de tandarts klager nog van een drukplek ontlast. Op 22 september 2016 is de behandeling van klager door de instelling gestopt vanwege de eerdere incassoproblemen. Klager heeft op 3 januari 2017 de geperste prothese en studiemodellen opgehaald en geweigerd de factuur te voldoen met betrekking tot de eigen bijdrage van de prothese. Zijn klacht houdt in dat de tandarts de behandelrelatie met hem niet eenzijdig mocht opzeggen, hem nazorg heeft onthouden en een nota niet heeft toegelicht.

Beoordeling RTG

De nazorg van het plaatsen van een prothese bestaat uit het behandelen van eventuele pijnklachten. Dat heeft de tandarts een aantal malen gedaan. Niet gebleken is dat klager zich nadien nog met pijnklachten bij de tandarts heeft gemeld. Dat de instelling de beslissing heeft genomen wegens incassoproblemen met de behandeling te stoppen, kan de tandarts niet aangerekend worden. Ook het verwijt van klager dat de tandarts de nota niet heeft toegelicht, slaagt niet. De tandarts heeft op verzoek van de administratie aan klager een mededeling gedaan omtrent de nota van een andere kliniek. Het RTG oordeelt dat op de tandarts niet de plicht rustte zelf inhoudelijk terug te komen op de totstandkoming van het bedrag op de nota. Het RTG acht de klacht dan ook ongegrond. Klager gaat hiertegen in beroep.

Beoordeling CTG

Tijdens de zitting verklaart klager desgevraagd dat hij vooral in beroep is gegaan wegens het in zijn ogen ten onrechte verbreken van de behandelingsovereenkomst door de tandarts. Daarbij heeft klager aangegeven dat nooit sprake is geweest van het niet willen betalen van die nota’s, maar dat hij heeft verzocht om nadere specificaties en uitleg. Het CTG stelt vast dat tussen klager en de tandarts een behandelingsovereenkomst als bedoeld in artikel 7:446 van het Burgerlijk Wetboek (BW) tot stand is gekomen. De tandarts kan deze, behoudens gewichtige redenen, niet opzeggen. De Koninklijke Nederlandse Maatschappij tot Bevordering der Geneeskunst (KNMG) heeft in zijn standpunt ‘Niet-aangaan of beëindiging van de geneeskundige behandelingsovereenkomst’ uiteengezet wat onder gewichtige redenen moet worden verstaan. Een van die redenen kan zijn dat een patiënt voortdurend of frequent weigert rekeningen te betalen. Klager heeft verklaard dat het geen onwil was dat hij één of meerdere nota’s niet betaalde, maar dat hij nadere uitleg wenste. Vast staat echter dat klager bij herhaling niet aan zijn betalingsverplichting heeft voldaan. Onder deze omstandigheden is sprake van gewichtige redenen en heeft de tandarts de behandelrelatie mogen beëindigen. Ook heeft de KNMG een aantal zorgvuldigheidseisen geformuleerd die de behandelend arts in acht moet nemen bij het beëindigen van de behandelingsovereenkomst. Zo dient de behandelend arts onder meer een redelijke termijn voor beëindiging van de behandelingsovereenkomst in acht te nemen, de medisch noodzakelijke hulp voort te zetten of zorg te dragen voor hulp door een andere arts of hulpverlener totdat de patiënt een nieuwe arts heeft gevonden. Voorts dient de behandelend arts zoveel mogelijk mee te werken aan het zoeken naar een alternatief voor de zorg. Het CTG meent dat de tandarts deze zorgvuldigheidseisen in voldoende mate in acht heeft genomen. Weliswaar heeft zij klager niet overgedragen aan een nieuwe zorgverlener, maar de behandeling was inmiddels afgerond. Bovendien heeft ze tijdens de zitting aangegeven klager bij pijn- of andere klachten nog te hebben willen helpen. Voorts is het tandheelkundig dossier in november 2016 aan klager toegezonden en heeft klager op 3 januari 2017 de prothese en studiemodellen opgehaald.

Beslissing

Het CTG verwerpt het  beroep.

Commentaar

De klager in deze casus ben je als tandarts misschien liever kwijt dan rijk. Maar dan bij voorkeur zonder nog ruim twee jaar door tuchtzaken achtervolgd te worden. Want ja, alle klachten zijn ongegrond verklaard, maar reken maar dat het voor de tandarts in kwestie niet fijn is om je in twee instanties te moeten verdedigen.

Was dat te voorkomen? Gelukkig voor BIG-geregistreerden is sinds april 2019 een griffierecht van € 50 ingevoerd, bedoeld om lichtvaardig klagen af te remmen. In deze zaak zou dat vast geholpen hebben.

Even terug naar de casus: De patiënt in kwestie is al sinds 2008 onder behandeling bij de onderwijsinstelling. Eerder waren (zo blijkt uit de gepubliceerde uitspraak) oude, niet betaalde nota’s wegens verjaring kwijtgescholden. De patiënt had vragen over een nota uit 2015 van een andere vestiging en heeft die declaratie daarom niet betaald. De beklaagde tandarts heeft klager pas in 2016 onder behandeling gekregen. Nog steeds wordt er niet betaald en de tandarts beëindigt uiteindelijk de behandelingsovereenkomst (namens de hele instelling).

Zoals het CTG aangeeft is het alleen onder voorwaarden mogelijk om afscheid te nemen van een patiënt. Aan die voorwaarden is voldaan. Ik heb niets aan te vullen op de uitspraak. Door het CTG wordt verwezen naar de richtlijn van de KNMG hierover. De KNMG heeft meer handige informatie en richtlijnen die ook in de tandheelkundige praktijk van overeenkomstige toepassing zijn. Blijkbaar worden tandartsen geacht van deze richtlijnen op de hoogte te zijn.

Aannemelijk is dat deze patiënt geen grote beurs heeft en de kosten van de behandeling daarom een chronisch probleem zijn. Vooraf goede afspraken over de kosten en de betaling (termijnen, misschien vooraf al een gedeelte betalen) maken in ieder geval het probleem bespreekbaar. Opmerking verdient dat bedrijven als Famed en Infomedics rente en kosten in rekening brengen bij betaling in termijnen, waardoor de patiënt met een kleine beurs extra in de portemonnee geraakt wordt. NT

Mona de Vries-Meijer is letselschadeadvocaat en heeft tevens tandheelkunde gestudeerd (vrij doctoraal 1992).

Deze rubriek bevat samenvattingen van uitspraken van de Centrale Klachtencommissie van de KNMT, de regionale Tuchtcolleges en het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg en de Geschilleninstantie Mondzorg. Iedere samenvatting wordt van commentaar voorzien door een onafhankelijk deskundige.

Total votes: 11
Lees meer over: Beklaagdenbank (NT)

0 reacties op Behandelrelatie eenzijdig opgezegd