Jong en oud; hoe kijken ze tegen het vak aan? ‘Ik kan me niet voorstellen dat ik ooit stop!’

20 augustus 2018

Hoe kijken tandartsen van verschillende leeftijden tegen het vak aan en wat zijn de belangrijkste verschillen tussen jongere en oudere tandartsen? Vragen die centraal stonden in een peiling die het NT aan een groep jongere en een groep oudere tandartsen voorlegde. Opvallendste verschil? Jongeren zien meer voordelen in samenwerken met meerdere tandartsen in een praktijk dan ouderen.

Jongere tandartsen (<39 jaar) staan meer open voor samenwerking en mondzorg onder één dak dan oudere tandartsen (55 tot 65 jaar). Dat is een van de uitkomsten van een peiling die het NT kort voor de zomer onder deze twee groepen hield. Van de jongeren is 62 procent voorstander van mondzorg onder één dak en samenwerking met andere mondzorgverleners in de eerste lijn. Van de ouderen is 39 procent daar voorstander van. André Ruikes (60), praktijkhouder in Alblasserdam, behoort tot die 40 procent. “Bij ons zit de mondhygiënist ook in de praktijk. Dat is makkelijk en fi jn, want je kunt sneller overleggen. De lijntjes zijn gewoon kort als je onder één dak zit.”

Ook vinden meer jongeren de voordelen van het werken met meerdere tandartsen in een praktijk groter dan de nadelen. Negen van de tien van de jongere tandartsen is het daar helemaal of overwegend mee eens, terwijl dat voor de oudere tandartsen met 59 procent een stuk lager ligt.

Leidinggeven en managen

Veel tandartsen, zowel jong als oud, blijken voldoening te halen uit het leidinggeven aan het tandheelkundig team: 59 procent van de jongere ten opzichte van 54 procent van de oudere tandartsen. Heleen de Groot (27), tandarts bij Dental Clinics in Ermelo, zegt daarover: “Leidinggeven is voor mij controle houden in de behandelkamer en zorgen dat het programma goed loopt. Ik ben van mezelf niet een erg leidinggevend type. Maar omdat ik mezelf wil blijven uitdagen, bemoei ik me sinds kort met de opleidingen van de assistenten. Dat zie ik ook als een vorm van leidinggeven.”

Wanneer het aankomt op het managen van de tandartspraktijk, zijn er grotere verschillen te zien. Oudere tandartsen zien dat minder vaak als een belasting dan jongeren: 24 procent van de oudere tandartsen ziet het niet als belasting tegenover 7 procent van de jongeren. Ook Ruikes ervaart het managen van de praktijk wel eens als een belasting. Het gaat hem dan vooral om alle regeltjes waaraan de praktijk steeds meer moet voldoen. “Neem nou de regels rond de veiligheidsinformatiebladen, of recent nog de AVG. Dat soort dingen vind ik lastig, ze voegen in mijn ogen weinig toe aan het vak van tandarts. Het kost allemaal maal veel tijd en ik vraag me af of het doel de middelen niet voorbij schiet.” Oudere tandartsen hechten overigens in veel meer gevallen waarde aan het hebben van een eigen praktijk dan jongere: ruim 85 procent ten opzichte van 38 procent.

Werkplezier en vrije tijd

Als het gaat om werkplezier zijn er kleine verschillen te zien tussen beide groepen tandartsen. Een grote meerderheid van zowel de jongeren (79 procent) als de ouderen (88 procent) zegt elke dag met plezier naar het werk te gaan. Slechts een minderheid (7 procent) van beide groepen geeft toe ook wel eens wat minder zin in de werkdag te hebben. En hoewel ze met plezier werken,hebben veel tandartsen vrije tijd toch hoog in het vaandel staan. Slechts een klein deel van zowel de oudere als jongere tandartsen, respectievelijk 3 en 5 procent, vindt een hoger inkomen belangrijker dan vrije tijd. De Groot behoort niet tot die minderheid: “Ik ben tandarts geworden omdat ik het een heel leuk beroep vind. Een goed inkomen is dan natuurlijk mooi meegenomen, maar niet waar het om draait.” Haar vrije tijd gebruikt ze om vrienden te zien en om te sporten. “Vrije tijd staat voor mij echt voorop. En die heb ik gelukkig genoeg.”

Digitale ontwikkelingen en uitdagingen

Tandartsen passen in hun vak graag ontwikkelingen op het gebied van digitalisering toe. Dat geldt voor bijna 70 procent van de oudere tandartsen en zelfs 80 procent van de jongeren. Ook De Groot behoort tot die groep. Zo werkt ze bij kroon- en brugwerk met een digitale scanner. Ze blijft het echter ook belangrijk vinden conventionele technieken te gebruiken. “In sommige praktijken zijn digitale ontwikkelingen nog niet zo doorgevoerd. Als ik ooit in zo’n praktijk kom te werken, vind ik dat ik ook conventionele technieken onder de knie moet hebben.” Veel tandartsen, 76 procent van de jongeren en 81 procent van de ouderen, laten weten genoeg uitdaging te hebben in hun vak. Ruikes vindt dat de uitdaging ligt in het feit dat elke patiënt anders is. “Patiënten worden steeds ouder, maar willen niet toe naar een volledige prothese. Dan moet je toch iets verzinnen om ervoor te zorgen dat ze hun leven lang met het eigen gebit doen.”

Elke dag zijn er uitdagingen, zegt Ruikes, en dat vindt hij ook belangrijk. “Natuurlijk mag het best een dagje doorkabbelen, maar zo nu en dan een uitdaging houdt het werk leuk.” De Groot sluit zich daarbij aan. “Ik zie zeker uitdaging in mijn werk. Op tandheelkundig vlak doe je misschien vaak dezelfde behandelingen, maar je moet jezelf ook ontwikkelen op gebieden die je interessant vindt, vind ik. Zonder uitdaging wordt het beroep snel saai.”

Zorgen over ketens

Het bestaan van ketens van tandartspraktijken baart veel van de tandartsen zorgen: 76 procent van de jongere tandartsen en bijna 68 procent van de oudere groep. Als voorzitter van de tandartsenvereniging in zijn regio ziet Ruikes dat veel stoppende tandartsen moeite hebben een opvolger te vinden. Vaak is de enige oplossing de praktijk aan een keten over te doen.

Ruikes: “Tot nu toe zijn mijn ervaringen met ketens niet erg positief. Vaak werken er jongere tandartsen die het vak heel leuk vinden, maar bijkomende zaken als weekenddiensten niet. Ook voelen tandartsen zich denk ik minder verantwoordelijk, omdat de praktijkmanager alles regelt. Ik heb het idee dat het bij ketens veel draait om commerciële omzet en minder om de zorg voor de patiënt.” Als de tandartsen een blik in de toekomst werpen, verwacht ongeveer de helft – 55 procent van de jongere tandartsen en 49 procent van de groep ouderen – dat ze eerder stoppen met werken dan de aow-leeftijd. De Groot behoort niet tot die groep. “Toen ik die stelling las dacht ik: hoe kan ik ooit met dit werk stoppen? Ik vind het veel te leuk! Werken voelt voor mij niet zwaar, maar juist relaxed, alsof ik op vakantie ben. Ik kan me niet voorstellen dat ik ooit met dit werk stop. Maar vraag het me over een jaar of vijf nog eens!”

Peiling

Aan de peiling, die het NT in juli hield, namen zeventig tandartsen deel: 41 ‘oudere’ tandartsen (in de leeftijd van 55 tot 64 jaar) en 29 ‘jongere’ (39 jaar of jonger). Zij kregen vijftien stellingen voorgelegd, waarvan ze konden aangeven in hoeverre ze het daarmee eens of oneens waren.

Tekst: Laura Jansen mmv. Josef Bruers, KNMT-Afdeling Onderzoek Beeld: Mirjam Van Der Linden en Bert Salari

Lees meer over: starters

0 reacties op Jong en oud; hoe kijken ze tegen het vak aan? ‘Ik kan me niet voorstellen dat ik ooit stop!’