KNMT zoekt via regio’s haarvaten van vereniging: weten wat er onder de leden leeft

15 februari 2019

Sinds vorig jaar heeft de KNMT geen afdelingen meer, maar regio’s. Binnen die regio’s worden allerlei activiteiten ontplooid; inhoudelijke maar ook sociale. Voor de KNMT zijn ze een van de middelen om te weten te komen wat er onder de leden leeft.

Een klinische avond in Gelderland, een lezing in Amsterdam, een borrel in Brabant. Constant in contact blijven staan met de leden, dat is het motto. Dat gebeurt door onder meer de drie bestuursleden, en door de KNMT-regiocoördinatoren Dennis Aarnink en Robbie Scheepers. Ze maken allemaal dan ook heel wat kilometers. Want alleen door de haarvaten van de vereniging op te zoeken, kan de KNMT de belangen van haar ruim 10.000 leden optimaal behartigen. Haarvaten die op hun beurt hun stem kunnen laten horen via de 23 vertegenwoordigers in de ledenraad.

Leringhe ende vermaeck

Om nog wendbaarder en slagvaardiger te zijn, telt de KNMT in het kader van haar nieuwe verenigingsstructuur sinds vorig jaar geen afdelingen meer maar regio’s. Om de betrokkenheid van de leden daar te vergroten, worden in sommige regio’s inhoudelijke maar ook sociale activiteiten georganiseerd. Zo worden er wetenschappelijke lezingen gehouden, maar ook een balletje op de golfbaan geslagen. In de eerste plaats dienen die activiteiten ‘tot leringhe ende vermaeck’, maar vooral ook om de onderlinge cohesie van tandartsen in een afdeling te vergroten. In die zin spelen ook de kringen een belangrijke rol.

Landelijk beleid

Voor de leden van de regiocommissies, het KNMT-bestuur, de leden van de ledenraad en de twee regiocoördinatoren zijn de bijeenkomsten een goede manier om te weten te komen wat er in het veld leeft. Met die voeding vanuit de volledige achterban kan de KNMT haar landelijke beleid aanscherpen. En er is tegelijkertijd aandacht voor specifiek regionale kwesties, zoals het tandartsentekort dat lang niet in iedere regio een even groot knelpunt is.

Want iedere regio is anders, en legt zijn eigen accenten om het de leden naar de zin te maken en ze waar mogelijk te ondersteunen. Voor de ene regio ligt de nadruk op gezelligheid, de ander doet veel met kringen en een derde richt zich op bij- en nascholing.

De vijf regio’s die onder de landkaart nader worden belicht, zijn daar het bewijs van.

13. Centraal Brabant, Reinout Reijnen, commissievoorzitter/ledenraadslid

‘Samenwerking begint met elkaar leren kennen’

“Het is altijd belangrijk andere tandartsen te kennen, maar zeker je collega’s binnen de eigen regio. Samen draag je toch de zorg voor de patiënten. Verwijzen doe je immers niet naar de andere kant van het land. Als je weet wie waar zit, kun je optimaal zorg bieden. De kringen spelen daarbij een belangrijke rol. Elkaar aanspreken op diensten en op verantwoordelijkheden. Een goede samenwerking begint simpelweg met elkaar leren kennen. Een interessante lezing, een gezellige borrel; het is aan de commissie om aansprekende bijeenkomsten te organiseren. Hopelijk bereiken we hiermee ook bijvoorbeeld de collega’s die wel in de regio in ketenverband werken maar er niet wonen.”

9. Zuid-Holland Zuid, Yves Smit, commissievoorzitter

‘Behoefte aan intercollegiaal sparren’

“Intercollegiaal sparren, daar hebben met name solisten behoefte aan. Dat merk je ook tijdens congressen, lezingen en beurzen. In de wandelgangen worden altijd de beste gesprekken gevoerd. Als bijvoorbeeld een standhouder mij een nieuw product aanbiedt, wil ik toch graag weten wat een andere tandarts daar van vindt. We zijn elkaars concurrenten niet; het gaat om het delen van ervaringen. En dat kan toch het beste in een ongedwongen sfeer. Bij- en nascholing is er genoeg in de regio, dus wij willen vooral de gezelligheid promoten. En dan is het een enorme uitdaging de jongere tandartsen die in groepspraktijken werken daarbij te betrekken. We kunnen veel van elkaar leren en zo elkaar ook een beetje ontzorgen.”

11. Utrecht-Polderland, Eric Röntgen, ledenraadslid

‘Af van stoffig imago’

“Als ledenraadslid ben ik op verzoek nauw betrokken geweest bij het oprichten van een commissie. En dat is gelukt. Een supermix, mag ik wel zeggen: jong, iets ouder, Nederlands, buitenlands, drie heel enthousiaste mensen. Misschien komen we zo ook eens van het stoffige imago af dat tandartsen zakkenvullers zijn in plaats van gedreven zorgverleners met nadruk op kwalitatieve zorg voor de patiënt. In deze regio met toch zo’n vierhonderd KNMT-leden bespeur ik helaas weinig activiteit onder de collega’s. Ze geloven het allemaal wel. Jammer, en ik hoop oprecht dat we deze slag kunnen maken door ze meer te betrekken bij de algemene belangen waar we als beroepsgroep voor staan. Wat dat betreft heb ik als inmiddels grijze duif echt meer dan vertrouwen in de jonge generatie tandartsen!”

7. Amsterdam-Haarlem en omstreken, Steven Schimmel, commissievoorzitter

‘Cohesie in de regio versterken’

“Onze regiocommissie bestaat pas een paar maanden. Aanvankelijk hadden we het idee dat een commissie niet nodig zou zijn, maar Marlies Roozen, ons afgevaardigde ledenraadslid, kreeg toch wel erg weinig informatie van collega’s. We hebben snel een enthousiaste groep van tandartsen van diverse leeftijden uit verschillende steden bij elkaar gekregen. Omdat Marlies zelf ook in de commissie zit, zijn de lijntjes nu lekker kort en kunnen we ook lokaal snel op dingen inspelen. Om die cohesie te bevorderen, zijn we al bezig activiteiten te organiseren om met onze achterban op een informele wijze van gedachten te wisselen. Een lezing, een diner. We hopen de leden meer te betrekken bij de KNMT, dat is zó belangrijk!”

3. IJsselland, Jaap-Wim Spaargaren, commissievoorzitter/ledenraadslid

‘Nieuwe opzet is slagvaardiger’

“Iedereen zal even moeten wennen aan de veranderde structuur, maar deze nieuwe opzet maakt de vereniging wel slagvaardiger. Het landelijke KNMT-cursusaanbod is laagdrempelig genoeg, maar voor de contacten onderling moet je echt zelf aan de slag. Zo hebben wij ons inmiddels aangesloten bij de kringen in Urk en de Noordoostpolder, waardoor we nu zijn uitgebreid van 14 naar 32 praktijken! Zo’n bewuste keuze te gaan samenwerken, komt de werkzaamheid van de diensten alleen maar ten goede en daarmee de patiëntenzorg. Maar dan moet je natuurlijk wel weten wat er speelt in je eigen gebied. Met al die informatie kun je iets betekenen; niet alleen voor je eigen praktijk, maar voor álle tandartsen in het land!”

Tekst: Anita Zijlstra

Total votes: 19

0 reacties op KNMT zoekt via regio’s haarvaten van vereniging: weten wat er onder de leden leeft