De Wtza en het begrip zorgverlener: 2 belangrijke vragen (en antwoorden)

Evert Berkel
7 minuten
Behandeling
Op 1 januari 2022 is de Wet toetreding zorgaanbieders (Wtza) in werking getreden. Welke verplichtingen in het kader van de Wtza gelden, is onder andere afhankelijk van de hoeveelheid zorgverleners die namens de praktijk zorg verlenen op basis van de Zorgverzekeringswet (Zvw) of de Wet langdurige zorg (Wlz). In dit artikel wordt specifiek ingegaan op twee belangrijke vragen: wie moeten er allemaal worden meegeteld als zorgverlener, en wat maakt iemand überhaupt tot zorgverlener?

Dat de Wtza ook voor tandartspraktijken gevolgen heeft, zal bij tandartsen genoegzaam bekend zijn. Zo zullen sommige praktijken een vergunning moeten aanvragen en kan er bij grotere praktijken een interne toezichthouder nodig zijn. Verder is onder meer voorzien in een verplichting tot het publiceren van een financiële jaarverantwoording.

Een draconische maatregel voor eerstelijns zorgverleners, waartegen de KNMT zich samen met de partners in de Eerstelijnscoalitie actief verzet. Welke verplichtingen er precies gelden, is onder andere afhankelijk van de hoeveelheid zorgverleners die namens de praktijk zorg verlenen op basis van de Zorgverzekeringswet (Zvw) of de Wet langdurige zorg (Wlz). Maar wie moeten er allemaal worden meegeteld als zorgverlener, en wat maakt iemand überhaupt tot zorgverlener?

Tellen zorgverleners in de praktijk

Voor mondzorgpraktijken geldt dat een vergunning nodig is, indien er ten minste 11 zorgverleners namens de praktijk Zvw- of Wlz-zorg verlenen. Mondzorgpraktijken die ook medisch-specialistische zorg verlenen (bijvoorbeeld met een mka-chirurg die kaakchirurgische zorg verleent in de praktijk zelf) zullen, onafhankelijk van het aantal zorgverleners dat wordt ingezet, een Wtza-vergunning moeten aanvragen.

Een praktijk met een aanwezige medisch specialist heeft vervolgens een intern toezichthoudend orgaan nodig als er 11 of meer zorgverleners namens de praktijk zorg verlenen. De mondzorgpraktijk zonder medisch specialist heeft dit intern toezichthoudend orgaan nodig indien er 26 of meer zorgverleners namens de praktijk zorg verlenen. Het bepalen van de hoeveelheid zorgverleners in de praktijk is belangrijk. 

Vraag 1: Welke zorgverleners verlenen Zvw-zorg of Wlz-zorg?


Tandartsen, mondhygiënisten en tandprothetici

De meeste praktijken zullen de tandartsen, de mondhygiënisten en de tandprothetici die namens de praktijk zorg verlenen als vanzelfsprekend meetellen als zorgverlener. En dat is terecht: tandartsen, mondhygiënisten en tandprothetici kwalificeren als zorgverleners, uiteraard voor zover zij in hun praktijkvoering ook daadwerkelijk als tandarts, mondhygiënist of tandprotheticus optreden en/of zorgtaken vervullen.

Voor de andere personen in de praktijk geldt dat moet worden vastgesteld of zij beroepsmatig zorg verlenen. Dit gebeurt op basis van de feitelijke werkzaamheden in de praktijk, en niet op basis van alle taken zoals die staan beschreven in het voor het beroep geldende functieprofiel. Medewerkers die daadwerkelijk zelf patiëntencontact hebben in het kader van de behandeling (bijvoorbeeld eigen agenda) zullen naar verwachting als zorgverlener worden aangemerkt in het kader van de Wtza.

Assistenten

Ook voor de assistenten zal het afhangen van de feitelijke werkzaamheden en het concrete takenpakket van de assistent. De vraag die voor de Wtza-telling beantwoord moet worden, is of de assistent in het kader van zijn beroep Zvw- of Wlz-zorg verleent. Een aanwijzing daarvoor kan zijn dat er direct, zelfstandig patiëntcontact is met als doel het uitvoeren van een behandeling. 

Denk hierbij aan het geven van voorlichting en advies aan de patiënt en het in opdracht en conform de geldende voorwaarden uitvoeren van onderdelen van de tandheelkundige behandelingen. Het slechts klaarleggen van instrumenten lijkt ons in beginsel niet als zorgverlening te kwalificeren. Als we uitgaan van de structurering volgens het ABC-model, dan geldt voor assisterend personeel het volgende: 

Tandartsassistenten (A)

De werkzaamheden van tandartsassistenten (A) lopen per praktijk nogal uiteen. Er kan sprake zijn van een stoelassistent die zelf geen zorgtaken verricht tot een ortho-assistent die onder delegatie zeer zelfstandig handelt. Daarom moet de praktijk aan de hand van de feitelijke werkzaamheden en het concrete takenpakket bepalen of de A-assistent in kwestie als beroepsmatig Zvw- of Wlz-zorgverlener kan worden gekwalificeerd. Hiervoor is in de visie van de KNMT dus bepalend of de A-assistent werkzaamheden verricht die iemand kwalificeren als zorgverlener: niet de taken zoals die staan beschreven in het functieprofiel, maar de feitelijke werkzaamheden bepalen of een assistent als zorgverlener kan worden aangemerkt.

Preventie- en paro-assistenten (B en C)

Gelet op het voorgaande gaat de KNMT ervan uit dat de B-assistent (preventie) en C-assistent (paro(-preventie)), indien hun takenpakket en feitelijke werkzaamheden aansluiten op het assistentprofiel van de B- en C-assistent, per definitie als zorgverlener kwalificeren.

Baliemedewerkers

De baliemedewerker zal doorgaans niet als zorgverlener kwalificeren. Uiteraard hangt een en ander nog steeds af van de feitelijke werkzaamheden en het takenpakket van elke assistent. Een baliemedewerker die structureel recepten verstrekt en daarbij uitleg geeft, kwalificeert bijvoorbeeld weer wel als zorgverlener. Het is dus ook goed om vanuit dit perspectief in de praktijk te kijken hoe de taken verdeeld zijn.

Overige medewerkers

Beroepen die de patiënt in het kader van de behandeling in het geheel niet zien, zoals de tandtechnieker en medewerkers van het tandtechnisch laboratorium die op instructie van de praktijk worden ingeschakeld voor het vervaardigen van een werkstuk, zoals een gebitsprothese, zullen, zo verwacht de KNMT, in beginsel ook niet meetellen als zorgverleners die namens de praktijk zorg verlenen. Dit kan, afhankelijk van zijn concrete werkzaamheden, anders zijn als het gaat om een in het lab werkende tandprotheticus of een daar onder delegatie werkende KPT-er, die op verwijzing jouw patiënt ziet en de zorg aan of via jouw praktijk declareert.

Zorgverleners op verwijzing

De praktijk dient het aantal zorgverleners mee te tellen dat in het kader van een uitbesteding zorg verleent aan de patiënten van de praktijk. Indien jouw praktijk bijvoorbeeld een andere instelling inschakelt die door middel van 2 van haar eigen zorgverleners zorg verleent aan patiënten van jouw praktijk, dan telt men in de eigen Wtza-telling die 2 zorgverleners mee, en niet het totaal aantal zorgverleners van die andere organisatie. Daarbij is het in de optiek van de KNMT bovendien enkel werkbaar, om uit te gaan van het aantal zorgverleners dat ‘in de regel’ zorg biedt aan jouw patiënten. Het is immers niet haalbaar om per opdracht te beoordelen wie precies de zorg uitvoert en te bekijken of die   zorgverleners wijzigen.

Vraag 2: Hoe bereken ik het aantal zorgverleners in mijn praktijk?

Nu is vastgesteld wie er als zorgverlener classificeren, kunnen we de telling doen. De meeste praktijken zullen het een vanzelfsprekendheid vinden de zorgverleners in loondienst mee te tellen. Relevant is daarbij dat het niet gaat om het aantal fte maar om de hoeveelheid zorgverleners, dus het aantal personen dat in de praktijk werkzaam is. Het aantal uren dat iemand werkt, is dus niet relevant: een parttimer die 1 dag in de week werkt, telt even zwaar mee als een fulltime aanwezige zorgverlener.

Ook is het belangrijk te beseffen dat zorgverleners die niet in loondienst werken op dezelfde wijze moeten worden meegeteld. Alle betaalde krachten die zorg verlenen namens of voor de praktijk tellen mee. De juridische basis (zoals een loondienstverband of overeenkomst van opdracht) maakt niet uit. Vrijwilligers of stagiairs tellen niet mee. Van belang is dat uitsluitend zorgverleners meetellen. Of zij BIG-geregistreerd zijn, doet er niet toe. Wie geen zorg verleent, doet niet mee in de Wtza-telling. Denk aan schoonmakers en administratief medewerkers, maar ook aan praktijkmanagers en assistenten die geen zorgverlenerstaken uitvoeren. Hier zijn we bij vraag 1 nader op ingegaan.

De onderaannemer

De uitbesteding van zorg telt verder ook mee, daarbij inbegrepen de ‘onderaannemers’. Dat is volgens de wet:

  1. Een instelling die binnen het kader van de binnen een andere instelling verleende zorg een deel van die zorg verleent en
  2. Een zorgverlener die, anders dan in dienst van een instelling, middellijk of onmiddellijk in opdracht van een instelling beroepsmatig zorg verleent.” Dat klink vrij technisch, maar in de praktijk vallen onder ‘A.’ andere instellingen die in opdracht van jouw praktijk een deel van de zorg verlenen. Daarbij gaat het dus niet om een doorverwijzing naar een andere praktijk waarna die praktijk zelfstandig de zorg levert, maar om opdrachtnemers van jouw praktijk die in beginsel ook aan, of via jouw praktijk declareren. Onder ‘B.’ vallen de zzp’ers en de freelancers die in opdracht van de mondzorgpraktijk zorg verlenen. Het aantal uur dat zij zorg leveren is daarbij zoals gezegd – net als bij het personeel in loondienst – niet relevant.

Tot slot

Vanwege de invoering van de Wtza is het dus nodig nauwkeurig na te gaan welke personen er namens de praktijk beroepsmatig Zvw- of Wlz-zorg verlenen. Omdat praktijksituaties nogal uiteenlopend zijn en bijvoorbeeld assistenten voor een waaier aan verschillende werkzaamheden worden ingezet, kan enkel door jouw praktijk zelf goed worden bepaald welke personen als zorgverlener kwalificeren, waarbij niet zozeer gekeken moet worden naar de functiebenaming, maar vooral naar de feitelijke invulling van het concrete takenpakket en de specifieke werkzaamheden van de werknemers, zzp’ers of personeel van de onderaannemers.

Alles over de Wtza

Zvw- en Wlz-zorg


Zorgverzekeringswet (Zvw)

De Zvw is de wet die de zorgverzekering regelt. De Zvw vormt samen met de Wet langdurige zorg (Wlz), de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) en de Jeugdwet het Nederlandse zorgstelsel. In de Zvw staan verschillende regels rondom de Nederlandse zorgverzekering. De Zvw gaat over de basisverzekering. Als je zorg die vergoed wordt uit de basisverzekering declareert, dan lever je Zvw-zorg, ook al gaat het maar om 1 declaratie per jaar.

Wet langdurige zorg (Wlz)

De Wlz regelt de zorg voor mensen die langdurig dagelijks intensieve zorg nodig hebben, thuis of in een instelling. Deze kan door instellingen en door zelfstandige hulpverleners worden geleverd. Momenteel is de tandheelkundige zorg onderdeel van de Wlz-zorg die de instelling moet bieden als een verzekerde in een Wlz-instelling verblijft en van die instelling verblijf met behandeling krijgt. De kosten van de tandarts en andere mondzorg worden dan vanuit de Wlz betaald.

Alles over mondzorg in de Zvw en de Wlz

Dit artikel verscheen eerder in NT/Dentz.