facebook

Beklaagdenbank: Richtlijn second opinion niet gevolgd

Profile picture for user Evert Berkel
Evert
Berkel
5 minuten
Beklaagdenbank
Een ingewikkelde zaak waarin een klagende tandarts meent dat een collega van hem zich niet aan de praktijkrichtlijn Second Opinion van de KNMT heeft gehouden. Het Regionaal Tuchtcollege oordeelt echter anders.

– Klacht –

Klager was tussen 2007 en 2016 de behandelaar van een bij de klacht betrokken patiënt, geboren in 1951. In die periode heeft klager bij deze patiënt onder meer implantaten en kronen geplaatst. Het laatste consult vond plaats op 7 juli 2016. Een consult dat gepland stond op 13 september 2016 is door de patiënt tijdig per e-mail afgezegd. In dezelfde e-mail heeft de patiënt kenbaar gemaakt dat op dat moment een second opinion over de situatie in zijn mond liep. Hij vroeg klager daarom om de actuele foto’s van zijn gebit. De second opinion werd op 28 september uitgevoerd door tandarts B, na verwijzing door tandarts A. Deze is op 30 september schriftelijk op de hoogte gesteld van de bevindingen en het advies van tandarts B. Daarop hebben de patiënt, tandarts A en tandarts B in gezamenlijk overleg een behandelplan opgesteld, inclusief bijbehorende begroting.

De patiënt heeft zich ook via zijn rechtsbijstandsverzekeraar tot een personenschade-expert gewend om te bezien of hij schade had geleden als gevolg van onzorgvuldig handelen door klager. De expert heeft tandarts C ingeschakeld voor een tandheelkundig advies. Tandarts C heeft op 21 februari 2017 tandarts B verzocht om informatie, die deze op 14 maart 2017 heeft verstrekt in de vorm van een afschrift van zijn adviesbrief van 30 september 2016 aan tandarts A.

Klager verwijt tandarts B dat deze zich niet heeft gehouden aan de richtlijnen en gedragsregels die betrekking hebben op het doen van een second opinion zoals verwoord in de KNMT uit 2004, door het opstellen van een behandelplan en begroting en het overnemen van de patiënt en de behandelingen. Hij heeft in dit verband hand- en spandiensten verleend aan tandarts A, die ten onrechte het verzoek om een second opinion heeft aangegrepen om patiënt in zijn eigen praktijk op te nemen. Ook is tandarts B samen met tandarts C als adviseur van het letselschadebedrijf van de patiënt opgetreden Verder heeft hij in kongsi en kartel medewerking verleent aan een financiële claim, wat getuigt van corruptie en nepotisme en heeft hij zich door tandarts A laten meeslepen in een belangenverstrengeling met toebrengen van imagoschade aan klager en winstbejag.

– Beoordeling –

De klacht is behandeld samen met drie andere, met de klacht samenhangende zaken. Die zijn bekend onder dossiernummers 2019-027a (tegen tandarts A), 2019-027c (tegen tandarts C) en 2019-027d (tegen tandarts D). Het eerste klachtonderdeel berust op de premisse dat de patiënt zich tot tandarts A heeft gewend voor een second opinion en dat tandarts B daaraan ten onrechte heeft meegewerkt. Volgens het RTG is deze premisse onjuist. Er is geen sprake geweest van een situatie zoals bedoeld in de KNMT-richtlijn: tandarts A is niet benaderd voor het geven van advies over een door klager voorgestelde behandeling bij patiënt. Bij patiënt was er kennelijk enig onbehagen over klager, waarna hij is overgestapt naar tandarts A. Dit staat de patiënt vrij. Vervolgens heeft tandarts A, naar het RTG begrijpt, in samenspraak met de patiënt een second opinion gevraagd aan tandarts B en heeft deze hieraan meegewerkt. Hier is niets mis mee.

Wat het tweede klachtonderdeel betreft heeft klager zijn stellingen niet deugdelijk onderbouwd. De tandheelkundig adviseur van het letselschadebedrijf heeft tandarts B louter verzocht om informatie te verstrekken aan welk verzoek deze, zoals te doen gebruikelijk, heeft voldaan.

Ook wat het derde klachtonderdeel betreft, het in kongsi en kartel medewerking verlenen aan een financiële claim door tandarts B, stelt het RTG vast dat klager zijn klacht niet nader heeft onderbouwd. De conclusie is dat beklaagde met betrekking tot de drie klachtonderdelen geen verwijt kan worden gemaakt zoals bedoeld in artikel 47, eerste lid onder a, en/of onder b van de wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg (wet BIG).

– Beslissing –

Het RTG verklaart de klacht ongegrond.

– Comentaar –

Klager in deze bijzondere zaak is een tandarts. Een heel boze tandarts die vindt dat zijn collega’s zich onbehoorlijk gedragen hebben door een patiënt uit zijn praktijk over te nemen na een second opinion. En dan werken ze ook nog eens met deze patiënt mee aan een onderzoek naar een letselschadeclaim tegen klager. Dat stemt ook bepaald niet mild.

De klagende tandarts krijgt echter ongelijk van het RTG. En dat komt vooral omdat hij zijn klacht niet goed heeft geformuleerd en ook onvoldoende heeft onderbouwd.Dat was met deskundige juridische bijstand vast niet gebeurd. Mijn inziens had het oordeel van het RTG namelijk best anders kunnen uitvallen als de klacht alleen gegrond was op de open norm van de wet BIG, namelijk handelen in strijd met wat een behoorlijk beroepsgenoot betaamt.

Het was betamelijk geweest als tandarts A allereerst de klagende tandarts had geïnformeerd dat de patiënt naar hem was overgestapt. Dan had hij gelijk het hele dossier kunnen opvragen. Waarom dat niet is gebeurd, blijkt niet uit de casus, en kan als niet betamelijk worden beoordeeld. Bovendien: een oordeel geven over de verrichte behandeling, zonder over het hele dossier te beschikken is vaak niet goed mogelijk. Alleen de foto’s vormen niet het hele verhaal. Behandelopties, behandelplan, wat is er eerder met de patiënt besproken en waarom zijn bepaalde keuzes gemaakt? Ook dat dient te worden betrokken bij het oordeel over het verrichte werk.

Op klager komt het over of er tegen hem wordt samengespannen. Of dat aan de orde is of niet, is lastig te bewijzen. Door de formulering van de klacht maakt klager het zichzelf onnodig moeilijk in deze procedure. Als laatste wordt ook niet duidelijk wat klager bedoelt met de klacht dat er is meegewerkt aan een financiële claim. Het verstrekken van de uitkomst van de second opinion is niet klachtwaardig. Die is een onderdeel van het dossier en op verzoek van de patiënt is elke tandarts zelfs verplicht om kosteloos een kopie van het dossier te verstrekken.

Mona de Vries-Meijer is letselschade- advocaat en heeft tevens tandheelkunde gestudeerd (vrij doctoraal 1992).

Deze rubriek bevat samenvattingen van uitspraken van de Centrale Klachtencommissie van de KNMT, de regionale Tuchtcolleges en het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg en de Geschilleninstantie Mondzorg. Iedere samenvatting wordt van commentaar voorzien door een onafhankelijk deskundige

Beklaagdenbank (NT)

Recent nieuws

Advertentie

Adhese Universal VivaPen; drievoudige efficiency

Adhese Universal VivaPen; drievoudige efficiency

Ivoclar Vivadent presenteert een nieuwe generatie van de Adhese Universal in stiftvorm met een modern en gebruikersvriendelijk design. Dankzij de nieuwe, efficiënte versie van de VivaPen zijn maximaal driemaal meer applicaties per ml-inhoud mogelijk in vergelijking met conventionele flesapplicaties.

Ontdek de nieuwe Adhese Universal VivaPen